Font size
WorksheetsWoordenschat hoofdstuk 1 en 2 V2
Total questions: 18
Worksheet time: 9mins
In een vergelijking staan twee dingen naast elkaar die op elkaar lijken.
juist
onjuist
Bij een metafoor is er een beeld en een object.
juist
onjuist
Veronique vliegt door de spannende boeken.
personificatie
vergelijking
metafoor
metonymie
Beeldspraak is altijd figuurlijk bedoeld.
juist
onjuist
werkwoorden kunnen een metafoor zijn.
juist
onjuist
Je moet geen appels met peren vergelijken.
personificatie
metafoor
metonymie
vergelijking
Je bent een rund als je met vuurwerk stunt.
metonymie
metafoor
vergelijking
personificatie
Het schip danste op de golven.
metafoor
metonymie
personificatie
vergelijking
Stijn was door langdurige ziekte zo stijf als een plank.
metafoor
metonymie
personificatie
vergelijking
Welke term(en) zijn vormen van beeldspraak?
personificatie
vergelijking
metafoor
Zo arm als een
kerkrat
ransuil
huismus
boktor
Zo fris als een...
vogel
hoentje
hondje
kat
Na de uitzending regende het klachten van kijkers.
metafoor
metonymie
personificatie
vergelijking
Zij won goud op de sprint
metafoor
metonymie
personificatie
vergelijking
Slochteren levert de regering veel geld op.
personificatie
metonymie
vergelijking
metafoor
Het hele hotel werd ziek.
metafoor
metonymie
vergelijking
personificatie
De docent moest voor ze naar huis gingen nog even de neuzen tellen.
metafoor
metonymie
personificatie
vergelijking
Beeldspraak die niet berust op een vergelijking maar op een ander verband noemen we:
metafoor
vergelijking
metonymie
personificatie
