wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

10. Thema Goederen hst. 1 Ontvangst en opslag

Total questions: 36

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

Een bedrijf besluit om, naast huishoudelijke apparaten, ook medische apparaten te gaan verkopen. Er is dan sprake van

a)

differentiatie

b)

integratie

c)

parallellisatie

d)

specialisatie

2.

Een winkel besluit om de productie voortaan in eigen beheer te gaan doen. Hier is sprake van

a)

differentiatie

b)

integratie

c)

parallellisatie

d)

specialisatie

3.

Een productiebedrijf besluit om niet langer staal en aluminium te maken, maar alleen nog staal. Er is hier sprake van

a)

differentiatie

b)

integratie

c)

parallellisatie

d)

specialisatie

4.

De herenmode gaat uit het assortiment; er wordt nu alleen nog dames- en kinderkleding verkocht. Hier is sprake van

a)

differentiatie

b)

integratie

c)

parallellisatie

d)

specialisatie

5.

Een leverancier stopt met het direct leveren aan winkels. Vanaf heden wordt er geleverd aan een groothandel. Hier is sprake van

a)

differentiatie

b)

integratie

c)

parallellisatie

d)

specialisatie

6.

Een medewerker wil vier kartonnen dozen met goederen verplaatsen. Wat is het meest geschikte transportmiddel?

a)

Dolly

b)

Handpallettruck

c)

Rolcontainer

d)

Steekwagen

7.

Een medewerker moet een wasmachine op een pallet verplaatsen. Wat is het meest geschikte transportmiddel?

a)

Dolly

b)

Handpallettruck

c)

Rolcontainer

d)

Steekwagen

8.

Welk transportmiddel kan de medewerker in deze situatie het beste gebruiken?


Een medewerker van een bouwmarkt ontvangt een levering. De goederen zijn in dozen opgeslagen. Op sommige dozen staat ‘breekbaar’.

a)

Dolly

b)

Handpallettruck

c)

Rolcontainer

d)

Steekwagen

9.

Welk transportmiddel kan de medewerker in deze situatie het beste gebruiken?


Een medewerker van een supermarkt moet diverse goederen in diverse schappen bijvullen. De goederen zijn op verschillende manieren verpakt.

a)

Dolly

b)

Handpallettruck

c)

Rolcontainer

d)

Steekwagen

10.

Wanneer kun je het beste een steekwagen gebruiken? Als je

a)

grotere hoeveelheden goederen in of uit de vrachtwagen moet laden of lossen

b)

grotere hoeveelheden goederen moet verplaatsen over lange afstanden

c)

kleinere hoeveelheden goederen moet verplaatsen over korte afstanden

d)

kleinere hoeveelheden goederen moet verplaatsen over lange afstanden

11.

Een kwantitatieve controle wordt ook wel genoemd een controle van de

a)

binnenkant

b)

bovenkant

c)

buitenkant

12.

Een kwalitatieve controle wordt ook wel genoemd een controle van de

a)

binnenkant

b)

bovenkant

c)

buitenkant

13.

Wat controleer je bij een kwantitatieve controle?

a)

Of de goederen geleverd zijn in het juiste verpakkingsmateriaal

b)

Of de goederen niet beschadigd zijn

c)

Of de juiste goederen geleverd zijn

d)

Of het juiste aantal goederen geleverd is

14.

Wat controleer je bij een kwalitatieve controle? Selecteer de twee juiste antwoorden.

a)

Of de goederen geleverd zijn in het juiste verpakkingsmateriaal

b)

Of de goederen niet beschadigd zijn

c)

Of de juiste goederen geleverd zijn

d)

Of het juiste aantal goederen geleverd is

15.

Welke uitspraak over de vrachtbrief is juist?

a)

Een vrachtbrief hoeft niet ondertekend te worden

b)

De vrachtbrief is een brief met details over de inhoud en eigenschappen van een levering

c)

Op de vrachtbrief staan data van laden, transport en lossen weergegeven

16.

Welke uitspraak over de vrachtbrief is juist?

a)

De vrachtbrief moet na controle officieel ondertekend worden

b)

Het is een document met alle gegevens over de inhoud van een levering

c)

Op de vrachtbrief staan onder andere artikelnummers van de geleverde vracht

17.

Welke uitspraak over de pakbon is juist?

a)

De pakbon moet bij de goederenontvangst ondertekend worden

b)

Op de pakbon staan alle gegevens over de inhoud van de levering

c)

Op de pakbon staan data van het laden, het transport en het lossen van de vracht

18.

Op welk document kun je alle gegevens vinden over de inhoud van de levering?

a)

Leveringslijst

b)

Pakbon

c)

Vrachtbrief

19.

Op welk document zijn de artikelnummers van de geleverde goederen weergegeven?

a)

Leveringslijst

b)

Pakbon

c)

Vrachtbrief

20.

Op welk document wordt het aantal colli genoteerd?

a)

Leveringslijst

b)

Pakbon

c)

Vrachtbrief

21.

In welke kolom op de manco-breuk-teveellijst moet Bram zijn bevindingen noteren?


Bram controleert een levering van kaas die zojuist is binnengekomen. Hij ontdekt dat er 40 stukken kaas geleverd zijn, terwijl er op de pakbon 45 stukken kaas staat vermeld.

a)

Breuk

b)

Manco

c)

Teveel

22.

In welke kolom op de manco-breuk-teveellijst noteert Marian haar bevindingen?


Marian heeft een levering van jampotten ontvangen. Bij controle van de jampotten blijkt dat een aantal potten besmeurd is met resten jam. Er zijn echter geen kapotte jampotten.

a)

Breuk

b)

Manco

c)

Teveel

23.

In welke kolom op de manco-breuk-teveellijst noteert de medewerker zijn bevindingen?


Een medewerker van een warenhuis controleert een levering bierglazen. In één van de dozen is een aantal glazen gebarsten.

a)

Breuk

b)

Manco

c)

Teveel

24.

In welke kolom op de manco-breuk-teveellijst noteer je dat artikelen vies geleverd zijn?

a)

Breuk

b)

Manco

c)

Teveel

25.

Waar moet je rekening mee houden bij het bepalen van de opslagmethode?

a)

De artikelcodes

b)

De grootte van producten

c)

De leveringstijd van producten

d)

De prijsklasse van producten

26.

Waar moet je rekening mee houden bij het bepalen van de opslagmethode?

a)

De artikelcode

b)

De leveringstijd

c)

De prijsklasse

d)

De temperatuur

27.

Waar moet je rekening mee houden bij het bepalen van de opslagmethode?

a)

De inkoopprijs

b)

De leveringstijd

c)

De verkoopprijs

d)

De verkoopsnelheid

28.

Op welke plek in het magazijn kun je het beste een fast mover opslaan?

a)

Zo dicht mogelijk bij de ingang/uitgang van het magazijn

b)

Zo hoog mogelijk in het magazijn

c)

Zo laag mogelijk in het magazijn

d)

Zo ver weg mogelijk bij de ingang/uitgang van het magazijn

29.

Op welke plek in het magazijn kun je het beste een slow mover opslaan?

a)

Zo dicht mogelijk bij de ingang/uitgang van het magazijn

b)

Zo hoog mogelijk in het magazijn

c)

Zo laag mogelijk in het magazijn

d)

Zo ver weg mogelijk bij de ingang/uitgang van het magazijn

30.

Op welke plek in het magazijn kun je het beste zware goederen opslaan?

a)

Zo dicht mogelijk bij de ingang/uitgang van het magazijn

b)

Zo hoog mogelijk in het magazijn

c)

Zo laag mogelijk in het magazijn

d)

Zo ver weg mogelijk bij de ingang/uitgang van het magazijn

31.

In een winkel worden artikelen die als eerste geleverd zijn, als laatste verkocht. Er wordt gebruik gemaakt van het

a)

FIFO-systeem

b)

FILO-systeem

c)

LIFO-systeem

d)

LILO-systeem

32.

In een winkel worden artikelen die als laatste geleverd zijn, als laatste verkocht. Er wordt gebruik gemaakt van het

a)

FIFO-systeem

b)

FILO-systeem

c)

LIFO-systeem

d)

LILO-systeem

33.

Welke uitspraak over het FIFO-systeem is juist?

a)

Het wordt vooral gebruikt voor levensmiddelen

b)

Producten kunnen erg lang in het magazijn blijven staan

c)

Wat als laatste geleverd is, wordt als eerste verkocht

34.

Welke uitspraak over het FIFO-systeem is juist?

a)

Bij het FIFO-systeem worden de producten die als laatste geleverd zijn, als laatste verkocht

b)

FIFO is een afkorting van First In, Fast Out

c)

Het FIFO-systeem wordt vooral gebruikt door bedrijven die snel vanuit de levering willen verkopen

35.

Welke uitspraak over het LIFO-systeem is juist? Selecteer de twee juiste antwoorden.

a)

Het wordt vooral gebruikt voor levensmiddelen

b)

Producten kunnen erg lang in het magazijn blijven staan

c)

LIFO is een afkorting van Last In, Fast Out

d)

Wat als laatste geleverd is, wordt als eerste verkocht

36.

Welke uitspraak over het LIFO-systeem is juist?

a)

Bij het LIFO-systeem worden de producten die als laatste geleverd zijn, als laatste verkocht

b)

LIFO is een afkorting van Last In, Fast Out

c)

Het LIFO-systeem wordt vooral gebruikt door bedrijven die snel vanuit de levering willen verkopen