wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

het menselijk lichaam

Total questions: 23

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Welke stof(fen) zijn meer aanwezig bij ingeademde lucht en minder aanwezig bij uitgeademde lucht?

a)

zuurstof - koolstofdioxide - waterdamp

b)

Koolstofdioxide - edelstoffen - waterdamp

c)

zuurstof

d)

Koolstofdioxide

2.

Dit doodt bacteriën.

a)

Alvleessap

b)

Gal

c)

Maagzuur

d)

Darmsap

3.

Hoe heet orgaan 2?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Endeldarm

d)

Twaalfvingerige darm

4.
Je slikt een stukje brood door. Welk orgaan komt dit voedingsmiddel het eerste tegen?
a)
Dunne darm
b)
Maag
c)
Twaalvingerige darm
d)
Dikke darm
5.
Wat is de functie van bouwstoffen
a)
Groei, ontwikkeling en herstel
b)
Verbranding
c)
Vernieuwing
6.
Zoogdieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
7.
Nummer 5 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
8.
Nummer 7 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
9.
Het gas dat bedoelt wordt met pijl A heet
a)
zuurstof
b)
koolstofdioxide
c)
stikstof
d)
edelgassen
10.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht vochtiger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht droger wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
11.

In ons lichaam zit veel bloed, maar waarom hebben we bloed nodig?

a)

Om warm te blijven maar ook om af te koelen

b)

Voor het leveren van voedingsstoffen en het afvoeren van afvalstoffen

c)

Voor het bestrijden van ziektes

d)

Alle antwoorden zijn goed.

e)

Voor het transport van zuurstof naar al onze organen

12.

Uit hoeveel liter bloed bestaat een volwassen mens?

a)

3-4 liter

b)

2-3 liter

c)

9-10 liter

d)

5-6 liter

13.

Bloed bestaat uit vloeistof en bloedcellen. Welke bloedcellen ken je?

a)

rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes

b)

rode bloedcellen en witte bloedcellen

c)

rode bloedcellen en bloedplaatjes

d)

witte bloedcellen en bloedplaatjes

14.

Op het plaatje staan twee buisjes. 1 met vers bloed en 1 buisje wat al een paar dagen staat. Kun jij zien in welke buis vers en in welke buis oud bloed zit?

a)

Links is het oude bloed en rechts is het verse bloed

b)

rechts is het oude bloed en links is het verse bloed

c)

volgens mij maakt het geen verschil

d)

ik weet het niet

15.

Rode bloedcellen vervoeren zuurstof naar onze spieren en organen

a)

Dit is waar

b)

Dit is niet waar

c)

Ik weet het niet

16.

Waar zijn witte bloedcellen voor nodig?

a)

Witte bloedcellen zijn om de afvalstoffen af te voeren

b)

Witte bloedcelen zijn nodig om ziekteverwekkers te bestrijden

c)

Witte bloedcellen zijn nodig om bloed te stollen

d)

Witte bloedcellen zijn nodig om zuurstof te vervoeren

17.
Wat zijn je zintuigen?
a)
ogen, oren, mond, neus, handen
b)
ogen, tong, oren, huid, neus
c)
ogen, voeten, mond, huid, neus
d)
ogen, oren, tong, huid, gevoel
18.
voor welke  smaken is je tong het gevoeligst?
a)
melk,boter,zoet,zout
b)
bitter,zoet,water,zout
c)
zoet,zuur,bitter,zout
d)
zoet,zuur,bitter,zout
19.

Wat kun je met je zintuigen doen?

a)

informatie uit je omgeving zien

b)

informatie uit je omgeving waarnemen

c)

informatie uit je omgeving horen

20.

Je zintuigen nemen

a)

taken waar

b)

prikkels waar

c)

mensen waar

21.

Welke antwoorden zijn een voorbeeld van prikkels? Meerdere antwoorden zijn goed.

a)

Licht en geur

b)

Pijn en geluid

c)

Huid en tong

d)

Smaakzintuig en reukzintuig

22.
Wimpers zorgen ervoor dat het zweet niet in je ogen loopt.
a)
Juist
b)
Onjuist
23.
Met dit deel van het oog kan je scherp zien.
a)
Iris
b)
Pupil
c)
Harde oogvlies
d)
Lens