Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

regeling

Total questions: 49

Worksheet time: 51mins

Name
Class
Date
1.
Wat is een bewuste reactie?
a)
Schrikken
b)
Terugduwen 
c)
Knipperen met je ogen
d)
Ademen
2.
Wat is een reflex?
a)
Vaste, snelle, onbewuste reactie
b)
Trage reactie
c)
Bewuste reactie
3.
Wat is een voorbeeld van een reflex?
a)
Terugduwen
b)
Trappen tegen een bal
c)
Kijken naar een film
d)
Het knipperen van je ogen
4.
Waarom heb je reflexen?
a)
Reflexen beschermen het lichaam
b)
Omdat het leuk is
c)
Reflexen zorgen ervoor dat je weet wanneer je het warm of koud heb
5.
Wat is een Reflexboog?
a)
Een boog van reflexen 
b)
De weg die impulsen bij een reflex afleggen
c)
De spanning tussen reflexen
d)
De ruggenmerg
6.
Wat is geen hormoonklier?
a)
Schildklier
b)
Bijnieren
c)
Hypofyse
d)
Borstklier
7.
Waar hebben de hormonen geen invloed op?
a)
Groei en ontwikkeling van het lichaam
b)
Op de stofwisseling
c)
Huidskleur
d)
Op de voortplanting
8.
Waar ligt de hypofyse?
a)
Tussen beide hersenhelften
b)
Bij de nieren
c)
In het geslachtsorgaan
d)
Bij de schildklier
9.
Waarvoor zorgt hypofyse? 
a)
Speeksel aanmaak
b)
Haargroei
c)
Botgroei
d)
Hersengroei
10.
Een persoon heeft een trage werkende schildklier. Wat gebeurt er met zo'n iemand? 
a)
Zo'n persoon word rusteloos
b)
Zo'n persoon vermagert sterk
c)
Bij zo'n persoon is de verbranding van cellen laag.
d)
Bij zo'n persoon is er veel verbranding van de cellen
11.
Waar ligt de alvleesklier?
a)
Achter de nieren
b)
Achter de darmen
c)
Bij het hart
d)
Bij de maag
12.
Wat betekend het begrip: bloedsuikerspiegel?
a)
Dat is de hoeveelheid suiker dat zich in het bloed bevind
b)
Dat is bloed met suiker gemengd 
c)
Dat is het glucosegehalte van het bloed
d)
Dat betekenend helemaal niks
13.
Waar hebben mensen met diabetes last van?
a)
De eilandjes van Langerhals produceren te weinig  insuline 
b)
Deze mensen hebben last van dwerggroei
c)
Deze mensen hebben een struma
d)
Het bloed is bij deze mensen te dik, waardoor het niet goed kan stromen
14.
Welke groep mensen loopt het meeste kans op diabetes? 
a)
Ouderen 
b)
Jongeren
c)
Mensen met overgewicht
d)
Baby's
15.
Welk hormoon produceren die bijnieren?
a)
Adrenaline
b)
Groeihormoon
c)
Insuline 
d)
Geslachshormonen
16.
Iets waar je zintuigen op reageren heet een ...
a)
Impuls
b)
Seintje
c)
Prikkel
d)
Zenuw
17.
Het centrale zenuw-stelsel bestaat uit:
a)
Zenuwen
b)
Zenuwen en de hersenen
c)
Zenuwen en het ruggenmerg
d)
De hersenen en het ruggenmerg
18.

Wat is de naam van een elektrisch stroompje, welke o.a. informatie naar de hersenen stuurt?

a)

Prikkel

b)

Impuls

c)

Hormoon

19.

In de puberteit vindt de zogenaamde ''groeispurt'' plaats. Welk hormoon heeft hier vooral invloed op?

a)

Groeihormoon

b)

Insuline

c)

Glucagon

d)

Schildklierhormoon

20.

Wat zijn hormonen?

a)

Elektrische signalen die naar de hersenen worden gestuurd

b)

Stoffen die de werking van organen regelen

c)

Invloeden vanuit het milieu op een organisme

21.

Waar worden de hormonen uit de alvleesklier geproduceerd?

a)

Eilandjes van Langerhands

b)

Schildklier

c)

Bijnier

d)

Hypofyse

22.

Wanneer de bloedsuikerspiegel lager dan normaal wordt, produceren de Eilandjes van Langerhands een hormoon. Welk hormoon is dit?

a)

Insuline

b)

Glucagon

c)

Glycogeen

d)

Melatonine

23.

Wanneer de bloedsuikerspiegel hoger is dan normaal, produceren de Eilandjes van Langerhands een hormoon. Welk hormoon is dit?

a)

Insuline

b)

Glucagon

c)

Glycogeen

d)

Melatonine

24.

Ria het kleine antiloopje moet rennen voor haar leven. Welk hormoon maakt Ria nu vooral aan?

a)

Insuline

b)

Glucagon

c)

Adrenaline

d)

Schildklierhormoon

25.

Wanneer Insuline wordt afgegeven door de Eilandjes van Langerhands, wordt glucose zo omgezet dat het als reservestof in de lever en spieren kan worden opgeslagen. Wat is de naam van deze stof?

a)

Glycogeen

b)

Glucagon

c)

Suiker

d)

Vet

26.

Ria het antiloopje produceert een hormoon waardoor ze, als het moet, ineens heel hard kan wegrennen. Ze kan door dit enigste snel werkende hormoon nog sneller rennen dan normaal! Maar waar wordt dit bepaalde hormoon geproduceerd?

a)

Schildklier

b)

Bijnieren

c)

Nieren

d)

Alvleesklier

27.

Wat is er aan de hand bij diabetes type 1?

a)

Een persoon (vaak jonger dan 30 jaar) kan weinig tot geen insuline aanmaken

b)

Een ouder persoon (boven de 30 jaar) kan weinig tot geen insuline aanmaken

c)

Een jong persoon (vaak jonger dan 30 jaar) maakt veel insuline aan

d)

een ouder persoon (boven de 30 jaar) maakt veel insuline aan

28.
Uit welke delen bestaat ons zenuwstelsel?
a)
Zenuwen en hersenen
b)
Centraal zenuwstelsel
c)
Zenuwen en centraal zenuwstelsel
d)
Zenuwen en zenuwcellen
29.
Hoeveel soorten zenuwcellen bestaan er?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
30.
De gemengde zenuw bestaat uit :
-een gevoelszenuwcel
-bewegingszenuwcel
a)
Nee, kan ook uit een schakelcel bestaan
b)
Dat klopt helemaal
c)
Nee, het is altijd een uitloper van één type zenuwcel
d)
Nee, het zijn de uitlopers van twee verschillende zenuwcellen
31.
Waar zitten de schakelcellen?
a)
In het centraal zenuwstelsel
b)
Alleen in het ruggenmerg
c)
Alleen in de hersenen
d)
Overal in ons lichaam
32.
Het cellichaam van de bewegingszenuwcel ligt
a)
In de schors
b)
In het merg
c)
Net buiten het ruggenmerg
33.
Bij de hersenen bevat het buitenste gedeelte (de schors) veel.....
a)
Cellichamen van schakelcellen
b)
uitlopers van schakelcellen
c)
Zowel cellichamen als uitlopers van schakelcellen
34.
Welke weg leggen impulsen af bij een reflexboog?
a)
Gevoelszenuwcel->schakelcel->grote hersenen->schakelcel_.bewegingszenuwcel
b)
Gevoelszenuwcel->schakelcel->hersenstam ->schakelcel_.bewegingszenuwcel
c)
Gevoelszenuwcel->schakelcel->bewegingszenuwcel
35.
Wat voor werking heeft de hypofyse?
a)
De hypofyse maakt hormonen
b)
De hypofyse regel groei van beenderen van het skelet.
c)
De hypofyse regelt de werking van andere hormoonklieren.
d)
De hypofyse regelt de groei van beenderen van het skelet en regelt de werking van andere hormoonklieren
36.
Hoe heet de klier die de stofwisseling / groei en ontwikkeling beïnvloed?
a)
Hypofyse
b)
Alvleesklier
c)
Eierstokken
d)
Schildklier
37.
De hersenen zijn onder te verdelen in:
a)
grote hersenen  en kleine hersenen tussen tussenhersenen hersenstam
b)
grote hersenen  en tussen hersenen kleine hersenen ruggenmer
c)
grote hersenen, kleine hersenen en  hersenzenuwen
d)
Hersenstam, kleine hersenen en grote hersenen
38.
Functie van hersenstam is:
a)
verdelen van prikkels
b)
regelen van de vitale functies
c)
prikkels tegen houden
d)
bewust wording
39.

Wat is de functie van de kleine hersenen

a)

Evenwicht houden

b)

bewuste gewaarwording van prikkels

c)

Coördinatie van bewegingen

40.

Wat is het verschil tussen een bewuste reactie en een onbewuste reactie (reflex)?

a)

Bij een reflex voel je eerst de pijn en daarna maak je de beweging

b)

Bij een reflex maak je eerst de beweging en daarna voel je pas de pijn

41.

Bij welk type zenuwcel ligt alleen het cellichaam in het centrale zenuwstelsel?

a)

Bij een schakelcel

b)

Bij een gevoelszenuwcel

c)

Bij een bewegingszenuwcel

d)

Bij geen van bovenstaande

42.

Wat is de functie van de grote hersenen?

a)

Coordinatie van bewegingen

b)

Bewuste gewaarwording van omgeving

c)

Evenwicht bewaren

d)

Geen van bovenstaande

43.

Wat is de naam van onderdeel en 1 en wat geven de zwarte pijlen (2) aan in dit onderdeel?

a)

1 = celkern, 2 = prikkel

b)

1 = uitloper, 2 = impuls

c)

1 = uitloper, 2 = prikkel

d)

1 = cellichaam, 2 = impuls

44.

Welke letter geeft de hersenstam aan?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

45.

Wat voor type zenuw is 5?

a)

Gevoelszenuw

b)

Bewegingszenuw

46.

Zenuwbundels bestaan uit zenuwvezels omgeven door bindweefselschede.

a)

Juist

b)

Fout

47.
Gevoelszenuwcellen, bewegingszenuwcellen en schakelcellen zijn drie typen zenuwcellen
a)
juist
b)
onjuist
48.
Gevoelszenuwcellen liggen 
a)
In het centrale zenuwstelsel
b)
vlak bij het centrale zenuwstelsel
c)
In de huid
49.
Hoe lang is een zenuw
a)
5 cm lang
b)
2 meter lang
c)
dit ligt aan de plaats waar de zenuw naar toe gaat
d)
heel kort, ze moeten snel impulsen doorgeven