wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Shock

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een allergie?

a)

Reactie van een lichaamsvreemde stof

b)

Reactie van het afweersysteem op een lichaamsvreemde stof

c)

Reactie van een lichaamsvreemde stof waar iemand ongevoelig voor is

2.

Hoe worden deze lichaamsvreemde stoffen genoemd?

a)

Histamine

b)

Allergenen

c)

Adrenaline

d)

Clemastine

3.

Anafylaxie is een zeer ernstige reactie waar heel het lichaam bij betrokken is.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Binnen welke tijd ontwikkelt er een anafylactische reactie na blootstelling op een allergeen?

a)

Enkele minuten tot uren na blootstelling

b)

10 minuten tot dagen na blootstelling

c)

4 uur tot enkele dagen na blootstelling

d)

6 tot 12 uur

5.

Vink hieronder de symptomen van een anafylactische reactie aan

a)

Lage bloeddruk

b)

Bewustzijnsverlies

c)

Vasoconstrictie

d)

Vasodilatatie

e)

Hart gaat langzamer kloppen

6.

Kortademigheid bij een anafylactische reactie ontstaat door

a)

Bifasische reactie

b)

Bronchospasmen

c)

Dyspnoe

7.

Bronchospasmen zijn onvrijwillige samentrekkingen van de spieren in de luchtwegen

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Welke onderstaande onderdelen zie je in het schema terugkomen?

a)

Binding van IgE aan oppervlak van mestcel

b)

Een expirium wat verlengd is.

c)

Een bifasische reactie

d)

Sensibilisatie

9.

Het optreden van een anafylactische reactie is geschat op....

a)

30 tot 40 inwoners per 100.000

b)

50 tot 100 inwoners per 100.000

c)

100 tot 150 inwoners per 100.000

d)

10 tot 20 inwoners per 100.000

10.

De afkorting voor Immunoglobuline E is...

a)

IMG E

b)

IgE

c)

EgI

d)

IGB

11.

Vul in : ......... is het afgeven van bepaalde verpakte stoffen door een cel naar de omgeving rondom de cel, waardoor een specifiek proces op gang komt

a)

Sensibilisatie

b)

Degranulatie

c)

Idiopathisch

d)

Kruisovergevoeligheid

12.

Na binding van IgE scheiden de cellen.... uit

a)

Granulocyten

b)

Clemastine

c)

Adrenaline

d)

Histamine

13.

Kruis aan: reactie van Histamine:

a)

Verwijden bloedvaten

b)

Dyspnoe

c)

Bloeddruk wordt lager

d)

Hart gaat sneller kloppen

e)

Hart gaat langzamer kloppen

14.

Welke onderstaande shocks zijn een distributieve shock?

a)

Septische shock

b)

Neurogene shock

c)

Hypovolemische shock

d)

Cardiogene shock

e)

Anafylactische shock