wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

IVKO B mavo/havo herh H1, 2, 3, 4, 5

Total questions: 53

Worksheet time: 13hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

Met welke 2 berekeningen kun je de oppervlakte van een driehoek uitrekenen?

a)

lengte x breedte

b)

lengte x breedte : 2

c)

lengte x breedte x 0,5

d)

π x straal x straal

2.

Bereken de oppervlakte.

a)

28 x 15 = 420 cm2

b)

28 x 15 : 2 = 210 cm2

c)

28 x 17 : 2 = 238 cm2

d)

28 x 25 : 2 = 350 cm2

3.

Bereken de oppervlakte.

a)

30 x 28 : 2 = 420 cm2

b)

30 x 25 : 2 = 375 cm2

c)

28 x 24 : 2 = 336 cm2

d)

28 x 25 : 2 = 350 cm2

4.

Bereken de oppervlakte.

a)

3,375 m2

b)

1,6875 m2

c)

4,968 m2

d)

2,484 m2

5.

Herleid:

2a + 8b + 5a +3b

a)

kan niet korter

b)

18ab

c)

10a + 24b

d)

7a + 11b

6.

Herleid: 
2a \cdot  8b + 5a \cdot  3b

a)

kan niet korter

b)

31ab

c)

18ab

d)

7a + 11b

7.

Bereken de omtrek en herleid je antwoord.

a)

omtrek = 4x + 8

b)

omtrek = x4 + 16

c)

omtrek = x+4 + x + x + 4 +x

d)

omtrek = x(x+4) = x2 + 4x

8.

Bereken

2⅖ − 1⅔ =

a)

b)

1 4/15

c)

11/15

d)

7/15

9.
Wat is de wetenschappelijke notatie van 3500?
a)
3,5 x 105
b)
3,5 x 103
c)
3,5 x 1011
d)
Geen van allen
10.
Wat is de wetenschappelijke notatie van 0,0000042
a)
4,2 x 10-6
b)
4,2 x 10-5
c)
42 x 10-7
d)
4,2 x 106
11.

3x7 ⋅ 2x9 =

a)

6x63

b)

5x16

c)

6x16

d)

6x7x9

12.

Wat is de oppervlakte van de kubus?

a)

121,5 cm2

b)

81 cm2

c)

goede antwoord staat er niet bij

13.

Wat is de oppervlakte van het prisma?

a)

756 cm2

b)

108 cm2

c)

918 cm3

d)

goede antwoord staat er niet bij

14.
Wat is de oppervlakte van het grondvlak?
a)
8 m2
b)
5 m2
c)
goede antwoord staat er niet bij
15.

Wat is de oppervlakte van het RODE deel?

Rond af op 1 decimaal.

a)

47,1 cm2

b)

15 cm2

c)

70,7 cm2

d)

17,7 cm2

16.

Bereken de oppervlakte van het parallellogram.

a)

5 x 3 = 15 cm2

b)

7 x 3 = 21 cm2

c)

5 x 3 : 2 = 7,5 cm2

d)

7 x 3 : 2 = 10,5 cm2

17.

Bereken de oppervlakte.

a)

3 x 2,5 = 7,5 cm2

b)

3 x 3 = 9 cm2

c)

3 x 3 : 2 = 4,5 cm2

d)

2,5 x 2,5 cm2

18.
y = 3x - 4x² is een ...........
a)
Dalparabool
b)
Bergparabool
c)
Rechte lijn
19.
Welk getal is een priemgetal?
a)
21
b)
22
c)
23
d)
24
20.
Welk rijtje getallen zijn de delers van 12?
a)
1, 2, 3, 4, 6, 8, 12
b)
2, 4, 6, 8, 10
c)
1, 2, 3, 4, 6
d)
1, 2, 3, 4, 6, 12
21.
Hoe schrijf je 4,25 miljoen met alleen cijfers?
a)
425000
b)
4250000
c)
4250000000
22.
Wat is de naam van dit vlakke figuur?
a)
Parallellogram
b)
Gelijkbenig Trapezium
c)
Rechthoekig Trapezium
d)
Trapezium
23.
Wat is de naam van dit vlakke figuur?
a)
rechthoekige gelijkbenige driehoek
b)
rechthoekige driehoek
c)
gelijkzijdige driehoek
d)
gelijkbenige driehoek
24.
Wat is de naam van dit vlakke figuur?
a)
rechthoekige gelijkbenige driehoek
b)
rechthoekige driehoek
c)
gelijkzijdige driehoek
d)
gelijkbenige driehoek
25.

Hoeveel graden is ∠B?

a)

30o

b)

70o

c)

55o

d)

dat kun je niet berekenen

26.

Om een roeiboot te huren betaal je 10 euro administratiekosten en €4,50 huur per uur.

Welke formule hoort hierbij?

a)

Kosten in € = 10 + 4,5 x aantal uur

b)

Kosten in € = 10 x aantal uur + 4,50

c)

Kosten in € = (10 + 4,5) x aantal uur

d)

Kosten in € = 10 − 4,5 x aantal uur

27.

Om de kosten van je telefoonrekening te betalen wordt de formule

Kosten = 3,5 + 0,005 x aantal belminuten

Je moet 30,50 betalen. Welke vergelijking hoort hierbij?

a)

3,5 + 0,005 x aantal belminuten = 30,50

b)

3,5 + 0,005 x 5400 = 30,50

c)

3,5 + 0,005 x 5,4 = 30,50

d)

geen idee

28.

Welke lijn heeft een negatieve richtingscoëfficiënt?

a)

de blauwe lijn

b)

de groene lijn

c)

de blauwe en de groene lijn

d)

de rode lijn

29.

Welke formule hoort bij de groene lijn?

a)

y = 3x − 1

b)

y = 1,5x − 1

c)

y = 1,5x − 0,5

d)

y = 3x − 0,5

30.

Gegeven zijn de lijnen

k: y = 5 x − 7

l: y = − 5 x+7

m: y = − 5 x − 7


Welke lijnen hebben hetzelfde snijpunt met de y-as?

a)

k en l

b)

k en m

c)

l en m

d)

De lijnen snijden niet in hetzelfde punt met de y-as.

31.

Gegeven zijn de lijnen

k: y = 0,5 x − 3

l: y = 2 x + 2

m: y = 0,5 x + 2


Welke lijnen zijn evenwijdig?

a)

k // l

b)

k // m

c)

l // m

d)

De lijnen zijn niet evenwijdig.

32.

5 = 2x - 3

a)

x = 1

b)

x = 8

c)

x = 4

d)

x = 2

33.

4−5x =19

a)

x = −3

b)

x = −5

c)

x = 5

d)

x = 14

34.

5x - 20 = 61 - 4x

a)

x = 9

b)

x = 41

c)

x = 81

d)

x = 5

35.

3a− 4 = a − 8

a)

a = −2

b)

a = 2

c)

a = 1

d)

a = 4

36.

Om een roeiboot te huren betaal je 10 euro administratiekosten en €4,50 huur per uur.

Welke formule hoort hierbij?

a)

Kosten in € = 10 + 4,5 x aantal uur

b)

Kosten in € = 10 x aantal uur + 4,50

c)

Kosten in € = (10 + 4,5) x aantal uur

d)

Kosten in € = 10 − 4,5 x aantal uur

37.

Ligt het punt (5,-3) op de grafiek K = 12 − 3 x aantal

a)

12 - 3 x 5 = 12 −15= −3 dus ja

b)

12 - 3 x 5 = 9 x 5 = 45 dus nee

c)

ik weet het niet

38.

Rond af op 3 decimalen

9,95846

a)

9, 958

b)

9,959

c)

9,96

d)

9,95

39.

Bereken

(4 − 6)2 ⋅ (½)2 =

a)

1

b)

−1

c)

2

d)

−2

40.

We spreken van een rage als een artikel sterk in de mode is. Een speelgoedwinkelier berekent het verkoopaantal van zo'n artikel met de formule:

aantal verkochte artikelen = 75√(2t)

t: tijd in verkoopdagen

Hoeveel verkoopt de winkelier op dag 1 volgens de formule?

a)

345 artikelen

b)

344 artikelen

c)

106 artikelen

d)

107 artikelen

41.
Gegeven is de formule h=25t2+50t+1000 Bereken h voor t = 3
a)
1300
b)
1375
c)
1225
42.

Een vierkante tuin heeft een oppervlakte van 100m₂. De eigenaar maakt precies in het midden een vierkant terras van 5 meter bij 5 meter. Hoeveel meter moet je over het gras lopen om vanaf de rand van de tuin bij het terras te komen

a)

(10 - 5) :2 = 2,5 meter

b)

50 - 5 = 45 meter

c)

√5 ≈ 2,24 meter

d)

10- 5 = 5 meter

43.

Welke van de drie hoeken is de rechte hoek?

a)

Hoek A

b)

Hoek B

c)

Hoek C

44.

Welke zijde is de langste zijde?

a)

AB

b)

AC

c)

BC

45.

Bereken de lengte van de zijde PQ.

a)

|PQ| = 2 cm

b)

|PQ| = 3,16 cm

c)

|PQ| = 8,37 cm

d)

|PQ| = 6,32 cm

46.

Bij welk figuur kun je de stelling van Pythagoras gebruiken?

a)

Een gelijkbenige driehoek

b)

Een rechthoek

c)

Een gelijkzijdige driehoek

d)

Een rechthoekige driehoek

47.

Bereken de lengte van de zijde HJ.

a)

HJ = 9,4

b)

HJ = 89

c)

HJ = √89

d)

HJ = 9,43

48.

Welke zijden zijn rechthoekszijden?

a)

AB en AC

b)

AB en BC

c)

AC en BC

49.

Wat is de oppervlakte van het vierkant op zijde AC?

a)

Oppervlakte vierkant op zijde AC = 184

b)

Oppervlakte vierkant op zijde AC = 4624

c)

Oppervlakte vierkant op zijde AC = 68

d)

Oppervlakte vierkant op zijde AC = 92

50.

Wat is de oppervlakte van één driehoek?

a)

Oppervlakte één driehoek = 47 m

b)

Oppervlakte één driehoek = 48 m

c)

Oppervlakte één driehoek = 24 m

d)

Oppervlakte één driehoek = 7 m

51.

Hoe kun je onderzoeken of een driehoek rechthoekig is?

a)

Met de omgekeerde stelling van Pythagoras

b)

Met de stelling van Pythagoras

c)

Met de verlengde stelling van Pythagoras

d)

Met een geodriehoek

52.

Op de afbeelding zie je een trapezium.

Bereken de hoogte DC.

a)

DC = 108

b)

DC = 125

c)

DC = 27

d)

?MATH ERROR

53.

Bereken de lengte van lichaamsdiagonaal AG. Rond af op twee decimaal.

a)

|AG| = 3,74 cm

b)

|AG| = 3,31 cm

c)

|AG| = 3,46 cm

d)

|AG| = 2,45 cm