wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Brandaan Thema 8, groep 8

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wie was de eerste vrouwelijke dokter?

a)

Aletta Aalders

b)

Aletta Jacobs

c)

Aletta Thorbecke

d)

Aletta Beckman

2.

Welke landen werden samengevoegd tot het Koninkrijk der Nederlanden?

a)

Nederland en Luxemburg

b)

België en Luxemburg

c)

België, Nederland en Limburg

d)

Nederland en België

3.

Wie werd er in 1815 koning van het Koninkrijk der Nederlanden?

a)

Willem J

b)

Willem I

c)

Willem II

d)

Willem V

4.

Op welke manier deed koning Willem I aan vriendjespolitiek?

a)

Hij benoemde zijn vrienden tot ministers en parlementsleden.

b)

Hij probeerde vrienden te maken door mannen een baan in de politiek te geven.

c)

Hij zorgde ervoor dat hij snel vrienden werd met mannen uit het parlement.

5.

Wie heeft de grondwet opnieuw herschreven?

a)

Willem II

b)

Thorbecke

c)

Klaus

6.

Wie was Thorbecke?

a)

Een burger

b)

Een keizer

c)

Een geleerde

d)

Een slaaf

7.

Willem I benoemde zijn eigen ministers.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Aletta Jacobs streed voor de emancipatie van de vrouw. Wat is dat?

a)

Mannen moesten ook gaan helpen in het huishouden.

b)

Vrouwen kregen machines om mee schoon te maken.

c)

Vrouwen kregen dezelfde rechten als mannen.

d)

Vrouwen mochten gaan studeren.

9.

In 1848 braken opstanden uit, wat waren de redenen?

a)

Mensen wilden kiesrecht hebben.

b)

Het eten en drinken werd duurder.

c)

Er werden veel mensen ontslagen.

d)

Mensen wilden vrijheid hebben om te zeggen wat ze wilden.

10.

De grondwet was het begin van.......................

a)

De regering van Willem II

b)

De opstand in Nederland

c)

Democratie in Nederland

11.

Welk nieuw recht (vrijheid) staat in de nieuwe grondwet?

a)

Vrijheid van opvoeding

b)

Vrijheid van godsdienst

c)

Vrijheid van stemrecht

d)

Vrijheid van uiterlijk

12.

Wat wilden de liberalen graag? Meerdere antwoorden zijn goed.

a)

Zo veel mogelijk regels om zo moeilijk handel te drijven.

b)

Zo weinig mogelijk regels om zo makkelijk handel te drijven.

c)

Kiesrecht hebben

d)

Geen kiesrecht hebben

13.

Wie kwamen op voor de rechten van de arbeiders?

a)

De burgers

b)

De vakbond

c)

Het parlement

d)

De liberalen

14.

Socialisten zijn..........

a)

Mensen die opkomen voor de rechten van de arbeiders

b)

Mensen die graag zo min mogelijk regels willen hebben

c)

Mensen die graag eigen scholen wilden hebben.

15.

Hoe noemen we de strijd tussen de liberalen en confessionelen?

a)

De ijstijd

b)

De schoolstrijd

c)

De wapenstrijd

16.

Waar streden de socialisten voor? Meerdere antwoorden zijn goed

a)

Beter loon voor arbeiders

b)

Een verbod op stakingen

c)

Meer rechten voor arbeiders

d)

Werkdagen van minimaal twaalf uur

e)

Arbeidsomstandigheden regelen via het parlement

17.

Wie betaalden veel belasting, maar kregen geen inspraak?

a)

De jagers

b)

De boeren

c)

De rijken

d)

De mannen

18.

Wanneer kregen de vrouwen kiesrecht?

a)

1921

b)

1915

c)

1917

d)

1919

19.

Staat het volgende in de hernieuwde grondwet van Thorbecke?

De koning krijgt minder macht, voortaan regeren de ministers

a)

Nee

b)

Ja