wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets grammatica vwo 1

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

In alle vraagzinnen staat de persoonsvorm helemaal voor aan de zin.

a)

juist

b)

onjuist

2.

Het onderwerp van een zin kun je vinden door de getalproef.

a)

juist

b)

onjuist

3.

Je kunt de persoonsvorm van een zin vinden door de zin van getal te veranderen.

a)

juist

b)

onjuist

4.

Antoine is vreselijk aan het verliezen met Brawlstars.


Wat is het wg?

a)

is

b)

is verliezen

c)

verliezen

d)

is aan het verliezen

5.

Het naamwoordelijk deel (nw.deel) van het naamwoordelijk gezegde bevat een zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord dat een (tijdelijke) eigenschap van het […] geeft. Wat moet er op de puntjes staan?

a)

lijdend voorwerp

b)

werkwoordelijk gezegde

c)

onderwerp

d)

meewerkend voorwerp

6.

Het meewerkend voorwerp geeft aan voor wie iets bestemd is.

a)

juist

b)

onjuist

7.

Een meewerkend voorwerp kan beginnen met aan of voor.

a)

juist

b)

onjuist

8.

Welke woorden zijn koppelwerkwoord?

a)

zijn

b)

lijken

c)

brengen

d)

geven

9.

Robs jongere zus blijkt een goede volleybalster te zijn.


Heeft deze zin een wg of ng?

a)

wg

b)

ng

10.

Robs jongere zus blijkt een goede volleybalster te zijn.


Wat is het naamwoordelijk deel in deze zin?

a)

Robs jongere zus

b)

blijkt een goede volleybalster te zijn

c)

een goede volleybalster

d)

blijkt te zijn