NEW
Font size
Worksheetskeukentaal
Total questions: 13
Worksheet time: 7mins
met een garde het luchtig kloppen van eiwitten en slagroom
opkloppen
klutsen
binden
spatelen
Uien of groente op laag vuur, lichtbruin en/of glazig bakken, in een koekenpan.
bakken
fruiten
glaceren
koken
Het verwijderen van vocht
koken
blancheren
zeven
afgieten
Voorzichtig en luchtig door elkaar scheppen met behulp van een spatel
roeren
mixen
spatelen
binden
Door een zeef schudden of wrijven van bloem of poedersuiker om klontjes te verwijderen
zeven
bestuiven
afgieten
garneren
Het bereiden van eten in een vloeistof (water) die aan de kook is gebracht.
bakken
koken
garen
blancheren
ovenschalen, bakplaten en bakvormen insmeren met boter en/of olie
insmeren
blancheren
invetten
fruiten
De ingevette vorm met een laagje suiker of bloem bestrooien
binden
zeven
bestuiven
garneren
Het op vuur bruin en gaar maken in heet vet of in de oven gaar maken d.m.v. hete lucht
braden
garen
bakken
koken
Vloeibare grondstof voor gebak, flensjes , pannenkoeken etc.
deeg
saus
beslag
spatelen
het dikker maken van een vloeistof b.v. jus of pudding
opkloppen
indikken
binden
inkoken
het versieren van salades en gebak
versieren
spatelen
blancheren
garneren
is een kooktechniek waarbij voedsel, meestal groente of fruit, een korte tijd wordt gekookt waarna het in koud water wordt gelegd of door koud water wordt afgespoeld zodat het kook proces wordt onderbroken.
blancheren
garneren
binden
koken
