wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

keukentaal

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

met een garde het luchtig kloppen van eiwitten en slagroom

a)

opkloppen

b)

klutsen

c)

binden

d)

spatelen

2.

Uien of groente op laag vuur, lichtbruin en/of glazig bakken, in een koekenpan.

a)

bakken

b)

fruiten

c)

glaceren

d)

koken

3.

Het verwijderen van vocht

a)

koken

b)

blancheren

c)

zeven

d)

afgieten

4.

Voorzichtig en luchtig door elkaar scheppen met behulp van een spatel

a)

roeren

b)

mixen

c)

spatelen

d)

binden

5.

Door een zeef schudden of wrijven van bloem of poedersuiker om klontjes te verwijderen

a)

zeven

b)

bestuiven

c)

afgieten

d)

garneren

6.

Het bereiden van eten in een vloeistof (water) die aan de kook is gebracht.

a)

bakken

b)

koken

c)

garen

d)

blancheren

7.

ovenschalen, bakplaten en bakvormen insmeren met boter en/of olie

a)

insmeren

b)

blancheren

c)

invetten

d)

fruiten

8.

De ingevette vorm met een laagje suiker of bloem bestrooien

a)

binden

b)

zeven

c)

bestuiven

d)

garneren

9.

Het op vuur bruin en gaar maken in heet vet of in de oven gaar maken d.m.v. hete lucht

a)

braden

b)

garen

c)

bakken

d)

koken

10.

Vloeibare grondstof voor gebak, flensjes , pannenkoeken etc.

a)

deeg

b)

saus

c)

beslag

d)

spatelen

11.

het dikker maken van een vloeistof b.v. jus of pudding

a)

opkloppen

b)

indikken

c)

binden

d)

inkoken

12.

het versieren van salades en gebak

a)

versieren

b)

spatelen

c)

blancheren

d)

garneren

13.

is een kooktechniek waarbij voedsel, meestal groente of fruit, een korte tijd wordt gekookt waarna het in koud water wordt gelegd of door koud water wordt afgespoeld zodat het kook proces wordt onderbroken.

a)

blancheren

b)

garneren

c)

binden

d)

koken