NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsSpelling week 3 2F
Total questions: 14
Worksheet time: 7mins
Name
Class
Date
1.
Ik ........ deze beroemdheid niet.
a)
benijd
b)
benijdt
2.
Vroeger ........ wij weleens een heel varken.
a)
braden
b)
braadde
c)
brade
d)
braadden
3.
Er klonk een ........ door het bos.
a)
angststschreeuw
b)
angstschreeuw
c)
angtsschreeuw
d)
angschreeuw
4.
(Leestekens.) Kom even hierheen........ zodat je me goed kunt verstaan.
a)
; (puntkomma)
b)
: (dubbele punt)
c)
. (punt)
d)
, (komma)
5.
De chirurg verricht elke dag tien ........ .
a)
operatie's
b)
operaties
6.
Het afval wordt hier zomaar ........ .
a)
gedumpdt
b)
gedumpd
c)
gedumpt
d)
gedumped
7.
In de drukke tijd is het hier nogal ........ .
a)
hacktisch
b)
hectisch
c)
hektisch
d)
hecktisch
8.
Toen ik mijn veters kon strikken, kreeg ik daar een ........ voor.
a)
diplomatje
b)
diploma'tje
c)
diplomaatje
d)
diploma-tje
9.
Ik slaap het liefst onder een plaid ........ gemaakt is van echte wol.
a)
die
b)
dat
c)
wat
10.
Nou zeg, wat ........ jij je eigenlijk?
a)
verbeeldt
b)
verbeeld
c)
verbeelt
11.
Ik ........ het liefst in een kabbelende zee.
a)
baai
b)
baadt
c)
baat
d)
baad
12.
Ik moet toegeven: ........ hebben gelijk.
a)
hen
b)
hun
c)
zij
13.
Stef ........ de hele dag.
a)
blowd
b)
blowedt
c)
blowt
d)
blowed
14.
Heel Nederland zat aan de buis ........ .
a)
gekluistert
b)
gekluisterd
Reset
