Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Biologie en erfelijkheid H11

Total questions: 14

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Hoe geven bij een kruising de ouders aan?

a)

Met F1

b)

Met F2

c)

Met P

2.

Wat is meiose?

a)

Deling van geslacht cellen

b)

Erfelijkheid

c)

een fenotype

3.

Bij labradors is het gen voor een zwarte vacht (A) dominant over het gen voor een gele vacht (a). Een zwartharig vrouwtje dat homozygoot voor de vachtkleur is, paart een aantal keren met een geelharig mannetje. De dieren in de F1 planten zich ook weer voort.


Het fenotype van de labradors in de F1 is?

a)

Zwart

b)

Geel

c)

Grijs

4.

Bij labradors is het gen voor een zwarte vacht (A) dominant over het gen voor een gele vacht (a). Een zwartharig vrouwtje dat homozygoot voor de vachtkleur is, paart een aantal keren met een geelharig mannetje. De dieren in de F1 planten zich ook weer voort.


Het genotype van de labradors in de F1 is?

a)

AA

b)

aa

c)

Aa

5.

Twee ouders (AA x aa) paren en krijgen nakomelingen.

Hoe wordt onderlinge voortplanting van dieren in de F1 weergegeven?

a)

AA x aa

b)

AA x Aa

c)

Aa x Aa

d)

Aa x aa

e)

aa x aa

6.

Vachtkleur, oogkleur, groene bladeren en sproeten zijn voorbeelden van

a)

Genotype

b)

Fenotype

c)

Milieu

7.

Een gemiddelde lichaamscel van een mens bevat ... chromosomen

a)

23

b)

46

c)

47

d)

2

8.

Het dna bevindt zich in

a)

De celkern

b)

De lichaamscel

c)

Het cytoplasma

d)

De celwand

9.

De genen voor haargroei zijn aanwezig in levercellen

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Een gen is een stukje DNA waarop de informatie ligt voor één eigenschap

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Het genoom is

a)

een fenotype

b)

homozygoot

c)

hetrozygoot

d)

alle genen

12.

Bij een organisme is een recessieve eigenschap in het fenotype zichtbaar, dan is dit organisme

a)

altijd homozygoot en nooit hetrozygoot

b)

nooit homozygoot en altijd hetrozygoot

c)

dat kun je niet zeker weten; het kan homozygoot en hetrozygoot zijn

13.

Intermediar is

a)

Beide genen zijn even sterk

b)

homozygoot

c)

hetrozygoot

d)

mutatie

14.

Waar wordt bij mensen het geslacht van het kind bepaald?

a)

bij de vader

b)

bij de vader

c)

bij de vader en de moeder