wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bijwoorden

Total questions: 15

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


De auto rijdt hard.

a)

De auto

b)

rijdt

c)

hard

d)

rijdt hard

2.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


Er liggen erg zieke mensen in een ziekenhuis.

a)

liggen

b)

erg

c)

zieke

d)

mensen

3.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


Ik zag een heel klein vogeltje.

a)

zag

b)

heel

c)

klein

d)

vogeltje

4.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


De verschrikkelijk dikke kater loopt langzaam.

a)

verschrikkelijk

b)

dikke

c)

langzaam

d)

verschrikkelijk, langzaam

5.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


Je kunt goed schrijven met een dure pen.

a)

kunt

b)

goed

c)

dure

d)

pen

6.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


Mijn broer kan prachtig schilderen.

a)

mijn broer

b)

kan

c)

prachtig

d)

schilderen

7.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


Binnenkort gaat zijn zus naar Engeland emigreren.

a)

Binnenkort

b)

zijn zus

c)

Engeland

d)

emigreren

8.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


Jullie hebben het proefwerk slecht voorbereid.

a)

Jullie

b)

hebben

c)

het proefwerk

d)

slecht

9.

Eline kan goed pianospelen.

a)

kan

b)

goed

c)

pianospelen

d)

goed pianospelen

10.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


De man heeft erg hoge schulden.

a)

De man

b)

heeft

c)

erg

d)

hoge

11.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


Hij heeft de muur slordig geverfd.

a)

slordig

b)

geverfd

c)

heeft

d)

de muur

12.

Wat is het bijwoord/ zijn de bijwoorden in onderstaande zin?


Waar wil je vanavond eten?

a)

waar

b)

vanavond

c)

waar, vanavond

d)

eten

13.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


Welke schoenen heb je vanmiddag gekocht?

a)

Schoenen

b)

heb

c)

vanmiddag

d)

gekocht

14.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


Wanneer kom je langs?

a)

wanneer

b)

kom

c)

langs

d)

kom langs

15.

Wat is het bijwoord in onderstaande zin?


Hij weet niet hoeveel dat kost.

a)

weet

b)

niet

c)

hoeveel

d)

kost