wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Argumenteren 4H

Total questions: 14

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welk soort argumentatie wordt in het argumentatieschema weergegeven?

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Nevenschikkende argumentatie

c)

Enkelvoudige onderschikkende argumentatie

d)

Meervoudige onderschikkende argumentatie

2.

Welk soort argumentatie wordt in het argumentatieschema weergegeven?

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Meervoudige argumentatie

c)

Enkelvoudige onderschikkende argumentatie

d)

Meervoudige onderschikkende argumentatie

3.

Welk soort argumentatie wordt in het argumentatieschema weergegeven?

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Meervoudige argumentatie

c)

Enkelvoudige onderschikkende argumentatie

d)

Meervoudige onderschikkende argumentatie

4.

Welk soort argumentatie wordt in het argumentatieschema weergegeven?

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Meervoudige argumentatie

c)

Enkelvoudige onderschikkende argumentatie

d)

Meervoudige onderschikkende argumentatie

5.

Welk argumentatieschema past bij de volgende uitspraken: Ik vind de nieuwe James Bondfilm geweldig. Het verhaal zit goed in elkaar en de acteurs spelen geloofwaardig.

a)
b)
c)
d)
6.

Welk argumentatieschema past bij de volgende uitspraken: Wielrennen is een gevaarlijke sport, want er gebeuren vaak ongelukken. Er zijn veel valpartijen en ook rijdt er bijna altijd wel iemand tegen een toeschouwer, paaltje of hek aan.

a)
b)
c)
d)
7.

Welk argumentatieschema past bij: Floris gaat met de auto naar zijn werk, want hij heeft meestal zware tassen mee te nemen. Ook reist hij op die manier het snelst, want het openbaar vervoer is niet zo goed geregeld in het gebied waar hij woont.

a)
b)
c)
d)
8.

Welk soort argumentatieschema past het beste bij: Volgens de weerberichten wordt er hevige sneeuw verwacht. Het lijkt me daarom verstandig dat je vandaag thuiswerkt. Bovendien moet er iemand thuis zijn als de loodgieter komt.

a)
b)
c)
d)
9.

Wat is het standpunt in: Mijn nieuwe vriendje kan goed dansen. Daarom wil ik het zelf ook goed leren. Dus ga ik binnenkort op dansles.

a)

Mijn vriendje kan goed dansen.

b)

Ik wil het zelf ook goed leren.

c)

Ik ga binnenkort op dansles.

10.

Anton kan goed schilderen. Hij heeft vorige week al drie schilderijen verkocht. Is het argument "hij heeft vorige week al drie schilderijen verkocht" een feitelijk of een niet-feitelijk argument?

a)

Feitelijk

b)

waarderend

11.

De smartphone is onmisbaar. Je kunt er overal geld mee overmaken en veel jongeren voelen zich ongelukkig zonder smartphone. Is "veel jongeren voelen zich ongelukkig zonder smartphone" een feitelijk of een niet-feitelijk argument?

a)

Feitelijk

b)

waarderend

12.

Maastricht is een prima stad om een dagexcursie voor CKV te organiseren. In Maastricht kun je verschillende musea en galleries bezoeken en Maastricht heeft een gezellige binnenstad. Is "in Maastricht kun je verschillende musea en galleries bezoeken" een feitelijk of een niet feitelijk argument?

a)

Feitelijk

b)

waarderend

13.

We kunnen beter met het openbaar vervoer naar Amsterdam gaan. Samen in de trein is veel gezelliger. Is het argument "samen in de trein is veel gezelliger" een feitelijk of een niet-feitelijk argument?

a)

Feitelijk

b)

waarderend

14.

Een feitelijk argument kun je controleren.

a)

Juist

b)

Onjuist