Font size
Worksheets2KGT - Begrijpend lezen - Test jezelf
Total questions: 19
Worksheet time: 8mins
Wat zijn hoofdzaken?
De titel van een tekst
Het belangrijkste van de tekst in één zin
Alle informatie die in een tekst belangrijk is
De conclusie van een tekst
Welke zin(nen) is/zijn juist?
Tekstverbanden kun je herkennen aan signaalwoorden.
Signaalwoorden staan alleen aan het begin van een zin.
Signaalwoorden verbinden zinnen of alinea's met elkaar.
Een tekst kan maar één tekstverband hebben.
Waaruit bestaat betrouwbare informatie?
Feiten
Feiten en meningen
Meningen
Wat is de bron van een tekst
Geeft aan waar een tekst vandaan komt
De aanleiding van de tekst
Het slot van de tekst
De conclusie
Als je een tekst beoordeelt op betrouwbaarheid doe je dat aan de hand van de volgende drie criteria:
objectiviteit, deskundigheid en causaliteit
objectiviteit, actualiteit en populariteit
actualiteit, objectiviteit en deskundigheid
causaliteit, leesbaarheid en actualiteit
leesbaarheid, deskundigheid en objectiviteit
Een feitelijk argument
kun je controleren
kun je niet controleren
Wat is een alinea?
Dit noemen we ook wel het onderschrift.
De 'naam' van de tekst. Staat altijd helemaal bovenaan en is vaak dik gedrukt.
Een stukje tekst in de tekst. Het heeft vaak een eigen onderwerp.
Bij welk verband hoort het signaalwoord: toen
Tijd
Opsomming
Tegenstelling
Bij welk verband hoort het signaalwoord: maar
Opsomming
Tegenstelling
Tijd
Bij welk verband hoort het signaalwoord: Bovendien
Opsomming
Tegenstelling
Tijd
Bij welk verband hoort het signaalwoord: Zoals
Voorbeeld
Tijd
Opsomming
Welk verband staat in de volgende zin:
Ik houd van Italiaans eten, zoals spaghetti en pizza.
Voorbeeld
Tijd
Tegenstelling
Welk verband staat in de volgende zin:
Ik heb straks eerst een lunch, daarna bezoek ik een musical en vervolgens ga ik naar een verjaardag.
Voorbeeld
Tijd
Tegenstelling
Welk verband staat in de volgende zin:
Normaal vind ik verbanden erg lastig, maar na deze les snapte ik het wel.
Tegenstelling
Tijd
Opsomming
Welk verband staat in de volgende zin:
In dat huis wonen mensen, verder wonen er katten en honden.
Opsomming
Tegenstelling
Tijd
