wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoorden (+ zijn, hebben, worden)

Total questions: 10

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Jesse leert veel bij.

Wat is het werkwoord ?

a)

Jesse

b)

leert

c)

veel

d)

bij

2.

Laura wordt later vast een korfbal-ster.

Wat is het werkwoord ?

a)

Laura

b)

wordt

c)

later

d)

een korfbal-ster

3.

Van 3B heeft Camille het langste haar.

Wat is het werkwoord ?

a)

Van 3B

b)

heeft

c)

Camille

d)

het langste haar

4.

Anna speelt graag in de tuin.

Wat is het werkwoord ?

a)

Anna

b)

speelt

c)

graag

d)

in de tuin

5.

Beau speelt graag viool.

Wat is het werkwoord ?

a)

Beau

b)

speelt

c)

graag

d)

viool

6.

Ilhan is goed in gamen.

Wat is het werkwoord ?

a)

Ilhan

b)

is

c)

goed

d)

in gamen

7.

In vogelpik is Leyton de beste.

Wat is het werkwoord ?

a)

In vogelpik

b)

is

c)

Leyton

d)

de beste

8.

Millan is nu een topvoetballer.

Wat is het werkwoord ?

a)

Millan

b)

is

c)

nu

d)

een topvoetballer

9.

In de klas heeft Yousif een wachtwoord.

Wat is het werkwoord ?

a)

In de klas

b)

heeft

c)

Yousif

d)

een wachtwoord

10.

In de turnzaal klimt Ruben hoog in de touwen.

Wat is het werkwoord ?

a)

In de turnzaal

b)

klimt

c)

Ruben

d)

hoog

e)

in de touwen