Font size
WorksheetsWerkwoordspelling
Total questions: 13
Worksheet time: 5mins
Welk werkwoord hoort in de zin?
Mijn neef ________ mijn ouders een cadeau.
geeft
geefde
geefd
geefdt
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
Het (gebeuren) .......... zelden dat jij je mond houdt.
gebeurd
gebeurt
gebeurdt
gebeurde
Vul het juiste voltooid deelwoord.
Het grootste deel van de rivier is (dichtslibben) ..........
dichtgeslipt
gedichtslibt
dichtgeslibd
dichtgeslibt
Vul de juiste vorm in:
Het ... (verbranden) huis was helemaal vernietigd.
verbrande
verbrandde
verbranden
verbrandte
Vul de juiste vorm in:
Wij ..... (wachten) gisteren de hele middag op een reactie.
wachte
wachten
wachtte
wachtten
Wat is het voltooid deelwoord van 'poetsen'?
gepoetst
gepoetsen
gepoetsd
Vul de juiste vorm in (tegenwoordige tijd):
De schipper ... (binden) zijn boot stevig aan de paal vast.
(a)
Vul de juiste vorm in (tegenwoordige tijd):
De bezorger van het pakketje ...(vergissen) zich in het huisnummer.
(a)
Vul de juiste vorm in (verleden tijd):
Zij ... (lachen) mij gisteren uit.
(a)
Vul de juiste vorm in (verleden tijd):
Tijdens het mentorgesprek vorige week ... (beloven) de leerling beter zijn best te doen.
(a)
Vul de juiste vorm in (voltooide tijd):
Zij hebben vorige week alle dieren in de dierentuin ... (tellen).
(a)
Vul de juiste vorm in (voltooide tijd):
Ik heb een poging ... (wagen) om een jong paard in te rijden.
(a)
Welke regel gebruik je voor -d of -t?
(a)
