wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoordspelling

Total questions: 13

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welk werkwoord hoort in de zin?

Mijn neef ________ mijn ouders een cadeau.

a)

geeft

b)

geefde

c)

geefd

d)

geefdt

2.

Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.

Het (gebeuren) .......... zelden dat jij je mond houdt.

a)

gebeurd

b)

gebeurt

c)

gebeurdt

d)

gebeurde

3.

Vul het juiste voltooid deelwoord.

Het grootste deel van de rivier is (dichtslibben) ..........

a)

dichtgeslipt

b)

gedichtslibt

c)

dichtgeslibd

d)

dichtgeslibt

4.

Vul de juiste vorm in:

Het ... (verbranden) huis was helemaal vernietigd.

a)

verbrande

b)

verbrandde

c)

verbranden

d)

verbrandte

5.

Vul de juiste vorm in:

Wij ..... (wachten) gisteren de hele middag op een reactie.

a)

wachte

b)

wachten

c)

wachtte

d)

wachtten

6.

Wat is het voltooid deelwoord van 'poetsen'?

a)

gepoetst

b)

gepoetsen

c)

gepoetsd

7.

Vul de juiste vorm in (tegenwoordige tijd):

De schipper ... (binden) zijn boot stevig aan de paal vast.

(a)  

8.

Vul de juiste vorm in (tegenwoordige tijd):

De bezorger van het pakketje ...(vergissen) zich in het huisnummer.

(a)  

9.

Vul de juiste vorm in (verleden tijd):

Zij ... (lachen) mij gisteren uit.

(a)  

10.

Vul de juiste vorm in (verleden tijd):

Tijdens het mentorgesprek vorige week ... (beloven) de leerling beter zijn best te doen.

(a)  

11.

Vul de juiste vorm in (voltooide tijd):

Zij hebben vorige week alle dieren in de dierentuin ... (tellen).

(a)  

12.

Vul de juiste vorm in (voltooide tijd):

Ik heb een poging ... (wagen) om een jong paard in te rijden.

(a)  

13.

Welke regel gebruik je voor -d of -t?

(a)