wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bs 4 Thema 4 spieren

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

hoe heten spieren die een tegengesteld werking hebben?

a)

agonisten

b)

antagonisten

c)

kinesisten

d)

synergisten

2.

In welke afbeelding zie het dijbeen?

a)
b)
c)
d)
3.

welk gewricht heeft de meeste bewegingsmogelijkheden?

a)

Geen van de afbeeldingen

b)
c)
d)
4.

wat is een voorbeeld van een scharniergewricht?

a)

de atlas met de draaier

b)

het kniegewricht

c)

het heupgewricht

d)

het schoudergewricht

5.

Een voorbeeld van antagonisten zijn de biceps en de triceps

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Waardoor kunnen gewrichten makkelijk langs elkaar bewegen?

a)

Beenverbinding

b)

Gewrichtsbanden

c)

Gewrichtssmeer

d)

Kraakbeen

7.

de hartspier is een

a)

Willekeurige spier

b)

Onwillekeurige spier

8.
Wat gebeurt er met een spier als hij zich aanspant?
a)
Wordt kort en dun
b)
Wordt lang en dun
c)
Wordt kort en dik
d)
Wordt lang en dik
9.

Een spier levert meer kracht als er meer spiervezels samentrekken

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Waardoor wordt de knieschijf op zijn plek gehouden?

a)

Gewrichtsband

b)

Meniscus

c)

Gewricht

d)

Naadverbinding

11.

De armbuigspier wordt ....... als de arm buigt

a)

Kort en dik

b)

Lang en dun

12.

Hoe zijn spieren verbonden met botten?

a)

Door een spierbundel

b)

Door pezen

c)

Door zenuwen

d)

Door bloedvaten

13.

Welke letter geeft de armbuigspier aan?

a)

A

b)

B

c)

C

14.

De biceps zorgt voor het strekken van de arm.

a)

waar

b)

niet waar

15.

Wat is een antagonist?

a)

spieren die samentrekken.

b)

spieren die met elkaar strekken, dit zorgt voor beweging van de botten en spieren.

c)

Spieren waarbij het samentrekken een tegenovergesteld effect heeft.

d)

Spieren die belangrijk zijn voor de de zuurstofaanvoer in ons lichaam.

16.

De triceps is de armstrekspier

a)

waar

b)

niet waar

17.

Wat is een aanhechtingspunt?

a)

verbinding tussen de organen en weefsel

b)

plaats waar de pees vastzit aan het bot

c)

punt waar zuurstof wordt gehecht aan de spier

18.

Waarom hebben wij antagonisten?

a)

omdat een spier anders niet genoeg kracht kan uitoefenen

b)

omdat een spier altijd een antagonist moet hebben

c)

Omdat spieren niet zelf kunnen strekken

d)

Omdat spieren niet uit zichzelf kunnen samentrekken

19.

Wat is de werking van een spier?

a)

Een spier trekt samen, hierdoor wordt de spier korter. De botten die aan de spieren vast zitten, worden naar elkaar toegetrokken.

b)

Een spier trekt samen doordat er zuurstof bij de spier komt, het zuurstof zorgt voor de samentrekking van deze spieren.

c)

Een spier rekt uit, hierdoor wordt de spier langer. De botten die aan de spieren vast zitten, worden van elkaar weggeduwd.