wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Pneumatiek (1)

Total questions: 52

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

De energie in de pneumatiek is vloeistof onder druk.

waar of onwaar?

a)

waar

b)

onwaar

2.

In de pneumatiek kunnen we.............. overbrengen en onder controle houden door middel van perslucht. (meerdere antwoorden zijn goed)

a)

snelheid

b)

krachten

c)

bewegingen

d)

druk

3.

Geef 2 voordelen van pneumatiek

a)

lucht is samendrukbaar

b)

geen retourleidingen

c)

geen schade bij lekkage

d)

dure energie omzetting

4.

Bekijk de foto en vertel wat voor component nummer 1 is.

a)

elektromotor

b)

luchtvat

c)

compressor

5.

Uit welke 3 groepen is een stroomschema opgebouwd? (selecteer 3 antwoorden)

a)

conditioneringsgroep

b)

luchtverzorgingsgroep

c)

motorgroep

d)

persluchtgroep

e)

besturingsgroep

6.

Wat kan men uit een symbool halen?

De ........

a)

werking

b)

constructie

c)

functie

d)

grootte

7.

Je ziet 3 verschillende schema's.

Benoem de schema's.

a)

1 = principeschema; 2 = installatieschema; 3 = stroomschema

b)

1 = stroomschema; 2 = installatieschema; 3 = principeschema

c)

1 = installatieschema; 2 = stroomschema; 3 = principeschema

d)

1 = principeschema; 2 = stroomschema; 3 = installatieschema

8.

Welke groep is het belangrijkste aangaande het voorkomen van storingen?

a)

motorgroep

b)

besturingsgroep

c)

compressorgroep

d)

luchtverzorgingsgroep

9.

De luchtverzorgingsgroep is opgebouwd uit ................

(meerdere antwoorden zijn goed)

a)

pneumatische cilinders

b)

compressor

c)

luchtvat

d)

conditioneringseenheid

e)

stuurschuiven

10.

Benoem de 4 kleppen welke je ziet op de foto.

a)

A = snelheidregelventiel; B = tweedrukklep; C = wisselklep;

D = snelontlastklep.

b)

A = snelontlastklep; B = wisselklep; C = tweedrukklep;

D = snelheidregelklep.

c)

A = wisselklep; B = snelontlastklep; C = snelheidregelklep;

D = tweedrukklep.

d)

A = wisselklep; B = snelontlastklep; C = tweedrukklep;

D = snelheidsregelklep.

11.

Je ziet een conditioneringseenheid.

Welke componenten zitten er in deze eenheid?

a)

olienevelaar

b)

manometer

c)

instelbare reduceerklep

d)

instelbare overdrukklep

e)

filter-, en waterafscheider

12.

Dit is een dubbelwerkende cilinder met instelbare buffering aan........ ?

a)

bodemzijde

b)

stangzijde

c)

beide zijdes

13.

De functie van dit component is niet alleen de last aandrijven maar ook ..............

a)

mechanische energie om te zetten in pneumatische energie

b)

pneumatische energie om te zetten in mechanische energie

14.

Om de enkel werkende cilinder uit te sturen moeten stuurschuif a en stuurschuif b bediend worden.

waar of onwaar

a)

waar

b)

onwaar

15.

Wat is het symbool van deze stuurschuif

a)
b)
c)
d)
16.

Dit symbool is een .....................

a)

verbrandingsmotor

b)

elektromotor

c)

mechanische pomp

d)

compressor

17.

Welke stuurschuiven moet je bedienen om ervoor te zorgen dat de cilinder zijn uitgaande-slag maakt?

(meerdere antwoorden kunnen goed zijn)

a)

de startknop wordt bediend

b)

de startknop en stuurschuif A

c)

de stuurschuif A en stuurschuif B

d)

de startknop en stuurschuif B

18.

Het component dat zorgt dat de ingaande slag sneller is dan de uitgaande slag heet een snelontlastklep.

waar of onwaar?

a)

waar

b)

onwaar

19.

Hoe hoog is de uitgaande druk?

a)

45 bar

b)

30 bar

c)

15 bar

d)

22,5 bar

20.

Hoe hoog is de uitgaande druk?

a)

40 bar

b)

27 bar

c)

20 bar

d)

13 bar

21.

wat is de volledige benaming van dit symbool?

Dit is een instelbare .................

a)

overdrukklep

b)

terugslagklep

c)

reduceerklep

22.

Je ziet een schema met een 5-tal drukmetingen waar (3) de atmosferische druk is.

Benoem de ontbrekende drukken.

a)

1 = onderdruk; 2 = overdruk; 4 = absolute druk; 5 = vacuüm

b)

1 = overdruk; 2 = absolute druk; 4 = onderdruk; 5 = vacuüm

c)

1 = absolute druk; 2 = onderdruk; 3 = vacuüm; 5 = overdruk

d)

1 = over druk; 2 = overdruk; 3 = vacuüm; 5 = onderdruk

23.

je ziet een omrekentabel.

Zet de waarde van N/m2 om naar "Bar".

1000.000 N/m2 = ............................... Bar

a)

0,1

b)

1

c)

10

d)

100

24.

je ziet een omrekentabel.

Zet de waarde van pascal om naar "Bar".

1000 KPa = ............................... Bar

a)

0,01

b)

0,1

c)

1

d)

10

25.

je ziet een omrekentabel.

Zet de waarde van Pascal om naar "Bar".

100 MPa= ............................... Bar

a)

10

b)

100

c)

1000

d)

10.000

26.

Stel dat deze manometer 5,5 bar aanwijst, is de waarde een relatieve-, of de werkelijke waarde?

a)

relatieve waarde

b)

werkelijke waarde

27.

Hoeveel schakelstanden en aansluitingen heeft de stuurschuif?

a)

3 schakelstanden en 4 aansluitingen

b)

2 schakelstanden en 6 aansluitingen

c)

4 schakelstanden en 3 aansluitingen

d)

3 schakelstanden en 5 aansluitingen

28.

Wat is de volledige benaming van deze stuurschuif?

a)

Wat is de volledige benaming van deze stuurschuif? 3/5-stuurschuif, elektrisch bediend en automatische middenstand, de middenstand is een gesloten positie.

b)

5/3-stuurschuif, elektrisch bediend en automatische middenstand, de middenstand is een open positie.

c)

3/5-stuurschuif, pneumatisch bediend en veerretour, de middenstand is open een positie.

d)

5/3-stuurschuif, elektrisch bediend en automatische middenstand, de middenstand is een kortgesloten positie.

29.

37.

Codering.

Het getal 14 houdt in dat als de linkerkant word geactiveerd aansluiting 1 een verbinding maakt met aansluiting 4.

Waar of onwaar?

a)

waar

b)

onwaar

30.

Welke codering is correct?

a)

1 = afvoer; 2 en 4 = werkpoorten; 3 en 5 = toevoer

b)

1 = toevoer; 2 en 4 = ontluchtingen; 3 en 5 = werkpoorten

c)

1 = toevoer; 2 en 4 = werkpoorten; 3 en 5 = ontluchtingen

d)

1 = toevoer; 2 en 4 = ontluchtingen; 3 en 5 = werkpoorten

31.

37.

1V2 is een opkomtijdvertraging.

Dit wordt bepaald door de ............

a)

stand van de terugslagklep

b)

doorlaat van de instelbare smoring

c)

grootte van het luchtvat

32.

Welk snelheidsregelventiel regelt de ingaande snelheid en welke de uitgaande snelheid van de cilinder?

a)

1V4 = regelt uitgaande snelheid

1V5 = regelt ingaande snelheid

b)

1V4 = regelt ingaande snelheid

1V5 = regelt uitgaande snelheid

33.

Geef de juiste benaming van de getoonde klep.

a)

reduceerklep

b)

overdrukklep

c)

smoring

d)

snelontlastklep

e)

terugslagklep

34.

Bij de venturi wordt druk omgezet in snelheid.

waar of onwaar?

a)

waar

b)

onwaar

35.

Waar heerst er een onderdruk?

Er heerst een onderdruk bij .................

a)

1

b)

2

c)

3

36.

Bij welke afbeelding is de codering juist, afbeelding 1, 2, 3, of 4?

Afbeelding .....

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

37.

Wat voor type droger is hier afgebeeld?

a)

ABsoptiedroger

b)

aDsorptiedroger

c)

koelluchtdroger

38.

Waar wordt warmte opgenomen? Warmte wordt opgenomen bij ......

(meerdere antwoorden zijn goed)

a)

2

b)

3

c)

4

d)

5

e)

6

39.

Welke stuurschuif moet je indrukken om een uitgaande-slag te krijgen?

(meerdere antwoorden zijn juist)

a)

1S1

b)

1S2

c)

1S3

d)

1S4

40.

Wat is de benaming van component 1V4?

a)

overdrukklep

b)

stroomregelklep

c)

reduceerklep

d)

snelheidsregelklep

41.

Wat is de benaming van component 1V3?

a)

opkom-tijdvertraging

b)

afval-tijdvertraging

c)

conditioneringseenheid

d)

snelheidsregelklep

42.

Wanneer schakelt de 3/2-stuurschuif van component 1V5 om?

Als de pneumatische cilinder ..................

a)

bezig is met zijn uitgaande slag

b)

zijn ingaande slag heeft gemaakt

c)

bezig is met zijn ingaande slag

d)

zijn uitgaande slag heeft gemaakt

43.

Hoe kan je de schakeldruk veranderen bij de opkom tijdvertraging?

a)

het persluchtvat groter maken

b)

dedoorlaat van de instelbare smoring kleiner maken

c)

de terugslagklep in het tijdvertragingscomponent omdraaien

d)

de veerkracht van de 3/2-stuurschuif verstellen.

44.

U ziet een drietal pneumatische motoren, welke kant draaien de motoren op?

(de pijl geeft de toevoer perslucht aan)

a)

1= linksom 2= rechtsom 3= staat stil

b)

1= staat stil 2= rechtsom 3= linksom

c)

1= rechtsom 2= staat stil 3= linksom

d)

1= staat stil 2= linksom 3= rechtsom

45.

Je ziet een persluchtdroger waar één van de vaten op regenereren staat. Wat is de benaming van het component dat de volumestroom voor de droge lucht regelt?

a)

instelbare smoring

b)

driewegklep

c)

solenoïdeklep

d)

terugslagklep

46.

Hoe wordt het vocht uit de toegevoerde perslucht gehaald tijdens het drogen?

a)

het vocht gaat in de korrels zitten waar het langs stroomt

b)

het vocht verdampt vanwege de bijstaande verwarmingselementen

c)

het vocht hecht zich op de korrels waar het langs stroomt

47.

Welke stuurventiel(en) zijn monostabiel?

a)

1 en 2 en 3

b)

2 en 3 en 4

c)

1 en 2 en 4

d)

1 en 3 en 4

48.

Welek stuurschuiven zijn bi-stabiel

a)

2 en 3

b)

4 en 2

c)

3 en 1

d)

1 en 4

49.

Welke stuurschuif is correct gecodeerd?

Stuurschuif ......

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

50.

Je ziet een 4-tal stuurschuiven met bijzondere middenstanden.

Benoem deze middenstanden.

a)

1 = kortgesloten 2 = differentiaal 3 = open 4 = gesloten

b)

1 = open 2 = kortgesloten 3 = gesloten 4 = differentiaal

c)

1 = kortgesloten 2 = open 3 = gesloten 4 = differentiaal

d)

1 = open 2 = differentiaal 3 = gesloten 4 = kortgesloten

51.

Welke stuurschuiven kunnen op afstand bediend worden?

a)

1 en 4

b)

2 en 3

c)

2 en 4

d)

1 en 3

52.

37.

U ziet een principeschema van een filter-, en waterafscheider.

Welke van de onderstaande stellingen zijn juist en welke zijn onjuist?


a. - de perslucht wordt in werveling gebracht bij (2)

b. - vloeibare en grotere vuildeeltjes worden naar buiten

geslingerd

c. - de perslucht wordt gedroogd bij (3)

d. - bij (4) blaast de lucht af als de druk te hoog is

e. - de gefilterde lucht gaat bij (5) naar de verbruikers

a)

a. - juist

b. - juist

c. - onjuist

d. - onjuist

e. - juist

b)

a. - juist

b. - onjuist

c. - onjuist

d. - onjuist

e. - juist

c)

a. - juist

b. - juist

c. - onjuist

d. - juist

e. - juist

d)

a. - onjuist

b. - juist

c. - onjuist

d. - onjuist

e. - onjuist