Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Verwarmingstechniek toets 1a

Total questions: 15

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de temperatuur van het menselijk lichaam?

a)

20 graden Celsius

b)

0 graden Celsius

c)

37 graden Celsius

d)

100 graden Celsius

2.

Hoeveel vermogen wekt je lichaam ongeveer op als je met de hand een buis doorzaagt?

a)

20 Watt

b)

320 Watt

c)

2,1 kWatt

d)

440 Watt

3.

Welke factoren zijn van invloed op de thermische behaaglijkheid? LET OP: ER ZIJN MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK!

a)

(Gemiddelde) stralingstemperatuur

b)

Lichaamstemperatuur

c)

(Relatieve) vochtigheid

d)

Luchttemperatuur

4.

Hoe komt het dat het comfort en rendement van een open haard als verwarming nogal te wensen overlaat? Noem minimaal 2 oorzaken.

a)

Een open haard verwarmt alleen de ruimte waarin de haard is opgesteld

b)

Een open haard levert nooit voldoende warmte-energie

c)

De warmte van een open haard is alleen comfortabel als de buitentemperatuur onder nul is

d)

Er komt regelmatig rook en roet de verblijfsruimte in

5.

Hoe heet de maat voor energiezuinigheid, vastgesteld naar de eisen van het Bouwbesluit?

a)

PH

b)

EPN

c)

BNN

d)

EPC

6.

Wat geeft een Uw-waarde aan?

a)

Thermische weerstand van een materiaal

b)

Hoeveel warmte er door een raam of deur van de ene naar de andere kant stroomt

c)

De soortelijke warmte van een stof

d)

De isolatiewaarde van een materiaal

7.

Noem 2 vormen van warmteterugwinning

a)

Convectie

b)

Rookgascondensor

c)

Douche WTW

d)

Dubbel glas

8.

Wat is soortelijke warmte

a)

De temperatuur van 1 kg van een bepaald medium

b)

De hoeveelheid warmte-energie die een bepaald medium kan vasthouden bij een bepaalde druk

c)

De hoeveelheid warmte die via een bepaald materiaal verloren gaat

d)

De hoeveelheid warmte-energie die nodig is om de temperatuur van 1kg van een medium met 1⁰C te doen toenemen

9.

Met welke letter wordt de soortelijke warmte van een bepaald materiaal aangegeven?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

10.

Noem minimaal 2 leidingsystemen voor cv-installaties

a)

Tweepijpsystem

b)

Groepsverdeler-systeem

c)

Vloerverwarmingssysteem

d)

Lokaal verwarmingssyteem

11.

Hoe hoog is de retourtemperatuur bij een temperatuurregime van 90-70-20?

a)

20

b)

50

c)

70

d)

90

12.

Noem minimaal 3 typen radiatoren

a)

Designradiatoren

b)

Buisradiatoren

c)

Vloer- of plint radiatoren

d)

Ledenradiatoren

13.

Welke vloerverwarmingssystemen ken je?

a)

Hoogbouw

b)

Laagbouw

c)

Natbouw

d)

Droogbouw

14.

Welke warmtebron is NIET geschikt voor een vloerverwarmingssysteem?

a)

CV-ketel

b)

Moederhaard

c)

Elektriciteit

d)

Indirecte luchtverwarmer

15.

Je hebt een nieuwe vloerverwarmingsinstallatie aangelegd. Hierop komt een dekvloer van zandcement met een dikte van 6 cm. Hoe lang duurt het ongeveer eer de vloerverwarmingsinstallatie gebruikt mag worden?

a)

3 dagen

b)

1,5 week

c)

2 maanden

d)

9 weken