wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

genexpressie

Total questions: 15

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Deze afbeelding stelt voor ...

a)

een proteïne

b)

een vetzuur

c)

een aminozuur

d)

een DNA-code

2.

RNA is een nucleïnezuur dat opgebouwd is uit ...

a)

een fosfaatgroep

b)

een desoxiribose

c)

een organische stikstofbase

d)

een ribose

3.

Een anticodon is een basentriplet

a)

in DNA, mRNA en tRNA

b)

alleen in DNA

c)

alleen in mRNA

d)

alleen in tRNA

4.

Wat is de correcte volgorde bij de eiwitsynthese?

a)

splicing - translatie - transcriptie

b)

splicing - transcriptie - translatie

c)

transcriptie - splicing - translatie

d)

translatie - transcriptie - splicing

5.

Welk proces vindt er plaats op deze tekening?

a)

transcriptie

b)

transfer-RNA creëert basen

c)

translatie

d)

DNA-helix wordt opengevouwen

6.

Wat is de correcte aminozuursequentie voor de mRNA code AUGCCAGUAUGA?

a)

Met-Pro-Val-Stop

b)

Met-Pro-Arg-Stop

c)

Met-Tyr-Gly-His

d)

Tyr-Gly-Arg-His

7.

Welk proces wordt hier voorgesteld?

a)

translatie

b)

replicatie

c)

mitose

d)

transcriptie

8.

Wat is een codon?

a)

ATG

b)

AGU

c)

AUT

d)
9.

Maak de transcriptie van de DNA-sequentie : TACGTTACT

a)

AUGGATUGA

b)

ATGCAATGA

c)

AUGCAAUGA

d)

TACGTTACT

10.

Welke processen vinden plaats op de tekening

a)

transcriptie en translatie

b)

replicatie

c)

replicatie en translatie

d)

replicatie, transcriptie en translatie

11.

Het belangrijkste enzym gerelateerd aan transcriptie is:

a)

gyrase

b)

DNA-polymerase

c)

ligase

d)

RNA-polymerase

12.

Het centrale dogma van de moleculaire biologie stelt dat informatie vloeit van

a)

Proteïne-->mRNA-->DNA

b)

Proteïne-->DNA-->mRNA

c)

mRNA-->DNA-->Proteïne

d)

DNA-->mRNA-->Proteïne

13.

Welke volgorde is correct in een operon (prokaryote organismen)?

a)

operator - promotor - structuurgenen

b)

structuurgenen -promotor - operator

c)

promotor - operator - structuurgenen

d)

promotor - structuurgenen - operator

14.

Wat is splicing?

a)

Het verwijderen van exons uit pre-mRNA

b)

Het verwijderen van introns uit pre-mRNA

c)

Het splitsen van introns en exons in mRNA

d)

Het aflezen van exons in mRNA

15.

Bij het aflezen van een regulatorgen kan een ______________(1) worden gemaakt, die het aflezen en vertalen van andere genen kan ___________(2)

a)

(1) repressor, (2) blokkeren

b)

(1) repressor, (2) stimuleren

c)

(1) operator, (2) stimuleren

d)

(1) operator, (2) blokkeren