Font size
Worksheetstoets H4
Total questions: 30
Worksheet time: 3600secs
Kies de geleiders
spijker
potlood
geodriehoek
passer
gum
Kies de isolatoren
spijker
potlood
geodriehoek
passer
gum
Een lampje brandt alleen in een (a) stroomkring.
De eenheid van stroomsterkte is...
(a)
Welke stroomsterkte geeft de meter aan?
0,033 A
0,33 A
3,3 A
33 A
reken om: 750 mA is (a) A
reken om: 0,005 A is (a) mA
hoeveel spanning zal deze oplaadbare accu afgeven?
1,0 volt
1,2 volt
1,5 volt
1,0 ampere
1,2 ampere
De batterijen in de schakeling leveren samen (a) volt aan spanning. (1 batterij levert 1.2 V) (alleen de waarde invullen)
Op het plaatje zie een symbool van....
een lampje
een stroommeter
een spanningsmeter
wisselspanning
dit is een symbool voor een (a)
een parallelschakeling bevat altijd een....
lampje
schakelaar
spanningsmeter
vertakking
In de afbeelding zie 3 lampjes in een schakeling. je mag er van uit gaan dat de batterij vol is.
Wat gebeurt er als lampje 1 wordt losgedraaid?
alle lampjes gaan uit
de lampjes 2 en 3 gaan uit lampje 1 blijft branden
alle lampjes blijven branden
de lampjes 2 en 3 blijven branden lampje 1 gaat uit
De stroomsterkte wordt over lampje 1 gemeten dit blijkt 0,5 A te zijn. Alle lampjes zijn precies gelijk. Wat is de stroomsterkte in totaal? Noteer alleen de waarde, niet de eenheid.
(a)
Wat voor soort schakeling zie je?
parallelschakeling
serieschakeling
gemengde schakeling
wisselschakeling
welk van genoemde apparaten heeft het hoogste vermogen?
accu boormachine
wasdroger
mobiele telefoon
laptop
fietslampje
wat is het vermogen van een lampje bij een spanning van 9 volt en een stroomsterkte van 0,5 ampère? Noteer alleen het getal. (niet de eenheid)
(a)
Met welke formule bereken je het vermogen?
vermogen = stroomsterkte x spanning
vermogen = stroomsterkte : spanning
vermogen = spanning : stroomsterkte
vermogen = spanning - stroomsterkte
vermogen = spanning + stroomsterkte
Een lampje heeft een vermogen van 15 watt bij een spanning van 10 volt. Bereken de stroom die door het lampje loopt. Geef je antwoord alleen in getallen.
(a)
Patrick heeft een smartphone. Kies de situaties waarin het vermogen van de telefoon toeneemt.
Patrick wordt opgebeld.
Patrick zet de bluetooth uit.
Patrick gaat clash of clans spelen
Patrick zet zijn muziek harder
Patrick zet de telefoon in vliegtuigmodus
In welke schakeling blijft er een lampje branden ook of de schakelaar nu open staat of niet. (je mag er van uit gaan dat de batterij vol is)
Een batterij levert:
elektrische energie.
elektrische geleiding.
elektrische isolatie.
elektrische stroming.
Hoe groot is de spanning van een stopcontact?
6 volt
110 volt
220 volt
230 volt
Sahid zegt: ‘Bij een parallelschakeling kun je de lampjes apart aan- en uitdoen.’
Herm zegt: ‘Bij een serieschakeling kun je de lampjes apart aan- en uitdoen.’
Wie heeft gelijk?
Geen van beiden heeft gelijk.
Alleen Sahid heeft gelijk.
Alleen Herm heeft gelijk.
Sahid en Herm hebben allebei gelijk.
Hieronder zie je vier schakelsymbolen.
Wat is het symbool voor een stopcontact?
wat is waar over deze schakelingen?
Het zijn allebei parallelschakelingen.
Het zijn allebei serieschakelingen.
Schakeling 1 is een parallelschakeling en schakeling 2 is een serieschakeling.
Schakeling 1 is een serieschakeling en schakeling 2 is een parallelschakeling.
Wat meet je met deze meter?
0,37 ampère
0,37 volt
3,7 ampère
3,7 volt
Een lampje waarop staat 3 V / 6 W, brandt in een gesloten stroomkring erg fel en gaat na een minuut uit, omdat het lampje doorbrandt.
Wat kan er aan de hand zijn?
De stroomsterkte in het lampje is te hoog.
De stroomsterkte in het lampje is te laag.
De lamp krijgt een te hoog vermogen.
De lamp krijgt een te laag vermogen.
Sommige deurbellen hebben drukschakelaars met een ingebouwd lampje dat altijd brandt. Daardoor is de drukschakelaar ook in het donker steeds gemakkelijk te vinden. Welk schakelschema hoort bij een deurbel met drukschakelaar en ingebouwd lampje?
In het figuur zie je een schakeling met drie brandende lampjes.
Carlo draait lampje 1 los.
Wat gebeurt er met de andere twee lampjes?
Lampje 2 en 3 gaan allebei uit.
Lampje 2 gaat uit en lampje 3 blijft branden.
Lampje 2 blijft branden en lampje 3 gaat uit.
Lampje 2 en 3 blijven allebei branden.
