wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NW1 thema 5: bouwstenen van organismen

Total questions: 38

Worksheet time: 31mins

Name
Class
Date
1.

Het kleinste levende bouwsteentje van het menselijk lichaam is...?

(a)  

2.

Welke doorsnede zie je op de foto?

a)

dwarse doorsnede

b)

overlangse doorsnede

3.

Dit doe je met het blote oog?

a)

macroscopisch waarnemen

b)

microscopisch waarnemen

4.

Welke foto toont een microscopisch beeld van een plantaardig weefsel (ui), zoals gezien in de les?

a)
b)
5.

Welk van volgende stellingen zijn JUIST?

a)

Een dierlijke en een plantaardige cel hebben beide een celkern.

b)

Een dierlijke cel heeft bladgroenkorrels.

c)

Een dierlijke cel heeft geen celwand.

d)

De vacuole slaat opgeloste stoffen op en zorgt voor stevigheid in de plantencel.

e)

De celbegrenzing is het dikst bij dierlijke cellen.

6.

Duid aan welke delen voorkomen bij de dierlijke cel!

a)

vacuole

b)

celmembraan

c)

cytoplasma

d)

mitochondriën

e)

celwand

7.

De celkern regelt de celwerking en bevat het genetisch materiaal van de cel.

a)

Juist

b)

Fout

8.

Welk soort cel zie je op de afbeelding?

a)

plantaardige cel

b)

dierlijke cel

9.

Geef een celonderdeel dat WEL bij een plantaardige cel voorkomt, maar NIET bij een dierlijke cel!

(a)  

10.

Welke holte is de grootste?

a)

de borstholte

b)

de buikholte

11.

De borstholte en de buikholte worden gescheiden door welk vlies?

(a)  

12.

Welke belangrijke organen bevinden zich in de borstholte?

a)

hart

b)

maag

c)

longen

d)

lever

13.

Welke botten beschermen de borstholte?

a)

ribben

b)

borstbeen

c)

middenrif

14.

Welke twee organen gaan er door het middenrif?

a)

slokdarm en bloedvaten

b)

darmen en bloedvaten

c)

slokdarm en maag

15.

Welk orgaan is nr.9 op de foto?

a)

de maag

b)

de lever

c)

het hart

d)

het middenrif

16.

Welke foto is de lever?

a)
b)
c)
d)
17.

Welk orgaan behoort tot het spijsverteringsstelsel?

a)
b)
c)
d)
18.

Welk orgaanstelsel zie je op de afbeelding?

a)

spijsverteringsstelsel

b)

transsportstelsel

c)

spierstelsel

d)

ademhalingsstelsel

e)

uitscheidingsstelsel

19.

Welk orgaanstelsel zie je op de afbeelding?

a)

spijsverteringsstelsel

b)

transsportstelsel

c)

spierstelsel

d)

ademhalingsstelsel

e)

uitscheidingsstelsel

20.

Welke organen behoren NIET tot het spijsverteringsstelsel?

a)

luchtpijp

b)

maag

c)

aars

d)

urineblaas

e)

lever

21.

Welke organen behoren WEL tot het ademhalingsstelsel?

a)

luchtpijp

b)

longen

c)

hart

d)

nieren

22.

Welke foto is het zenuwstelsel?

a)
b)
c)
d)
23.

Welke foto is het vrouwelijk voortplantingsstelsel?

a)
b)
c)
d)
24.

Bij de celademhaling worden glucose en zuurstofgas omgezet naar water en koolstofdioxide.

a)

juist

b)

fout

25.

Welke stof zorgt in het lichaam voor het transport van en naar de cellen?

(a)  

26.

Tijdens de celademhaling wordt ... energie uit voedsel omgezet naar thermische en kinetische energie

(a)  

27.

In welk deel van de dierlijke cel gebeurt de celademhaling?

a)

celmembraan

b)

cytoplasma

c)

mitochondriën

28.

Er zijn verschillende organisatieniveau's in een organisme. Orden van klein naar groot!

a)

cel --> weefsel -->stelsel --> orgaan --> organisme

b)

organisme --> stelsel --> orgaan --> weefsel --> cel

c)

cel --> weefsel --> orgaan --> stelsel --> organisme

29.

Op de foto zie je een...

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

stelsel

e)

organisme

30.

Op de foto zie je een...

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

stelsel

e)

organisme

31.

Op de foto zie je een...

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

stelsel

e)

organisme

32.

Op de foto zie je een...

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

stelsel

e)

organisme

33.

Op de foto zie je een...

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

stelsel

e)

organisme

34.

In welke holte ligt de milt?

a)

borstholte

b)

buikholte

35.

Welk orgaan is aangeduid op de afbeelding?

(a)  

36.

Welk orgaan is aangeduid op de afbeelding?

(a)  

37.

Welk orgaan is aangeduid op de afbeelding?

(a)  

38.

Welk orgaan is aangeduid op de afbeelding?

(a)