Font size
Worksheetsvocabulaire H5a en H5b - 4 havo
Total questions: 25
Worksheet time: 8mins
Vertaal: l'adversaire
(a)
Vertaal: lorsque
(a)
Vertaal: se détendre
(a)
Vertaal: à l'époque
(a)
vertaal: le ballon
(a)
Vertaal: convivial
(a)
Vertaal: le sport de haut niveau
(a)
vertaal: la coupe mondiale
(a)
Vertaal: le carton rouge
(a)
Vertaal: la somme
(a)
vertaal: contribuer à
(a)
Vertaal: le tremblement
(a)
Vertaal: grimper
(a)
Vertaal: ralentir
(a)
Vertaal: la bonne cause
(a)
Vertaal: la pente
(a)
Vertaal: bien entendu
(a)
Vertaal: le bénévole
(a)
Vertaal: le tir à l'arc
(a)
Vertaal: empêcher
(a)
Vertaal: Pourquoi fais-tu du sport?
wat voor sport doe jij?
op welke sport zit jij?
waarom sport jij?
wanneer sport jij?
Vertaal: Lui, il est contre dopage
ik ben tegen doping
hij is tegen doping
Lui is tegen doping
hij maakt een tegendoelpunt
Vertaal: de snelheid tijdens de training vind ik leuk
J'aime beaucoup la vitesse
La vitesse de la compétition me plaît.
J'adore m'entraîner vite.
Ce qui me plaît pendant l'entraînement est la vitesse
Vertaal: il est important de participer pour pouvoir marquer un but
Je moet wel meedoen om te kunnen scoren
Meedoen is belangrijk om een doelpunt te maken
Het is belangrijk om mee te doen om een doelpunt te kunnen maken
Meedoen is belangrijker dan scoren
Vertaal: Mon coéquipier a marqué le but le plus important du match
Mijn teamgenoot heeft het belangrijkste doelpunt van de wedstrijd gemaakt.
Mijn teamgenoot maakte het belangrijkste doelpunt van de wedstrijd.
Mijn teamgenoot maakte het winnende doelpunt.
Mijn teamgenoot heeft het winnende doelpunt gemaakt.
