Font size
WorksheetsNask VWO 1 Thema 5 Elektriciteit B4
Total questions: 15
Worksheet time: 22mins
Vermogen geef je aan in (a)
Het vermogen van een apparaat hangt af van twee factoren: ..... en .....
(a)
Op het plaatje van een elektrisch apparaat staat: 230 V en 8,0 A. Bereken het maximale vermogen in kilowatt.
(a)
Bij de grootheid spanning hoort het symbool: ...
(a)
Bij de grootheid vermogen hoort het symbool: ...
(a)
Bij de eenheid volt hoort het symbool: ...
(a)
Bij de eenheid ampère hoort het symbool: ...
(a)
Bij de grootheid stroomsterkte hoort het symbool: ...
(a)
Een apparaat werkt op een spanning van 9 V. Als het apparaat aan staat is de stroomsterkte 2,0 A.
Bereken het vermogen van het apparaat.
(a)
Op een adapter staat aan de ene kant 230 V / 0,4 A. Aan de kant die je op je mobiel aansluit staat 5,0 V / 2,0 A.
Bereken hoeveel vermogen er in de adapter verloren gaat in de vorm van warmte.
(a)
Een oplaadbare batterij heeft een capaciteit van 2100 mAh en levert een spanning van 1,5 V. Je gebruikt de batterij in een zaklamp. Door de zaklamp gaat een stroom van 0,1 A.
Bereken na hoeveel uur je de batterij moet opladen
(a)
Een oplaadbare batterij heeft een capaciteit van 2100 mAh en levert een spanning van 1,5 V. Je gebruikt de batterij in een zaklamp. Door de zaklamp gaat een stroom van 0,1 A.
Bereken het vermogen van de zaklamp.
(a)
Bij de grootheid capaciteit hoort het symbool: ...
(a)
