WorksheetsOKAN A- OTT (werkwoorden)
Total questions: 40
Worksheet time: 25mins
Wat is de stam van lachen? Ik ....
lacht
lach
lachen
Wat is de stam van eten? Ik ....
eet
et
eett
Wat is de stam van geven? Ik ....
gev
geev
geef
gef
Wat is de stam van klimmen? Ik ....
klimm
kliim
klim
Wat is de stam van lopen? Ik ....
loop
lop
loopt
Wat is de stam van kijken? Ik ....
kijk
kijkk
kijkt
Wat is de stam van wijzen? Ik ....
wijz
wijs
wijst
Wat is de stam van nemen? Ik ....
nem
neemm
neem
Wat is de stam van blijven? Ik ....
blijf
blijv
blijft
Wat is de stam van vissen? Ik...
viss
viis
vis
Wat is de stam van niezen? Ik...
(a)
Wat is de stam van zitten? Ik...
(a)
Wat is de stam van hebben? Ik...
(a)
Wat is de stam van kopen? Ik...
(a)
Wat is de stam van zijn? Ik...
(a)
Wat is de stam van beloven? Ik...
(a)
Wat is de stam van verven? Ik...
(a)
Vervoeg het werkwoord in de OTT.
Hij ........ (drinken) een glas cola.
drinkt
drink
drinkk
Helia ........ (eten) een pizza.
eten
ete
eet
De leerling........ (wenen).
wenen
went
weent
De 2 kinderen ....(spelen) in de tuin.
spelen
speel
speelt
Het meisje ....(spelen) in de tuin.
speelt
speel
spelen
Mevrouw Ann .. (kloppen) op de deur.
kloppen
klopt
kloppt
Wij (a) (eten) een broodje.
Hij (a) (verven) het huis.
Ik ... (voelen) me verdrietig.
(a)
De jongen (a) (niezen) veel.
We ... (niezen) veel.
(a)
Dat meisje ... (zwemmen) goed.
(a)
Frank ... (praten) met Portia.
(a)
Ik (a) (praten) met de leerkracht.
Het meisje (a) (kloppen) op de deur.
Die jongen (a) (zijn) groot.
Mevrouw Ann (a) (hebben) twee kinderen.
Ik (a) (beloven) dat.
Wij (a) (weten) het nog niet.
De leerling (a) (komen) uit een ander land.
Wij (a) (zijn) vandaag in de klas.
In OKAN (leren) (a) ik veel Nederlands.
Ik (a) (vinden) deze toets moeilijk. Ik moet nog veel studeren voor het examen!
