wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Pubquiz

Total questions: 30

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Welk onderwerp stond centraal in het blok Organisatiekunde?

a)

Organisatiebouwstenen

b)

Verandermanagement

c)

Agile

2.

Met Agility wordt bedoeld?

a)

Wendbaarheid

b)

Management

c)

Organisatiekunde

3.

Van wie is deze uitspraak?

a)

Charles Darwin

b)

Abraham Lincoln

4.

In het model Laloux valt de Maffia onder de kleur

a)

Groen

b)

Geel

c)

Blauw

d)

Rood

5.

Mintzberg is een...

a)

Planoloog

b)

Econoom

c)

Wiskundige

d)

Managementwetenschapper

6.

Agility is wendbaar maar mag je ook vertalen naar elastisch. Wie kan als eerste een foto van een elastiek(je) posten? Hiervoor krijg je één punt extra?

4 lines
7.

Welke externe factor heeft weinig invloed op een organisatie?

a)

Nieuw ICT systeem

b)

Coronavirus

c)

Duurzaamheid

8.

Model Salewicz duidt:

a)

Een organisatiemodel

b)

Mate van Agility

c)

Veranderstrategie

d)

Geen van drieën

9.

Met de kleur van Caluwé kan je:

a)

Mensen en situaties typeren.

b)

Aangeven of een organisatie winstgevend is of niet.

c)

Aangeven of een organisatie duurzaam onderneemt.

10.

Caluwé stelt dat bij 'groendrukdenkers' veranderen en leren als begrippen dicht tegen elkaar aanliggen.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Welke veranderstrategie is volgens Caluwé het beste in te zetten bij cultuurveranderingen?

a)

Groendrukdenken

b)

Witdrukdenken

c)

Rooddrukdenken

d)

Geeldrukdenken

12.

Tijdens de lessen Organisatiekunde hebben de meeste studenten de camera uit. Dat prikkelt natuurlijk de nieuwsgierigheid. Wie ligt er nu in bed deel te nemen aan deze quiz? Wie kan als eerste een foto van zichzelf in bed posten en verdient twee extra punten?

4 lines
13.

Welke competenties schrijf je niet toe aan een wendbare organisatie?

a)

Procesgericht sturen

b)

Focus op uitbreiding monopoliepositie

c)

Inzicht in klantgedrag

14.

Wendbaarheid kan je ontwikkelen door:

a)

Agile te gaan werken

b)

Zwakke medewerkers te ontslaan

c)

Door te gaan met het bestaande businessmodel

d)

Te kiezen voor winstmaximalisatie

15.

Welk principe hoort niet bij een Agile werkwijze?

a)

Waarde creëren

b)

Leren van experimenteren

c)

De werkwijze van de concurrent kopiëren

16.

Holacratie is een:

a)

Managementloze organisatiestructuur

b)

Strak gestuurde organisatiestructuur

c)

Geen van beide

17.

Bij Agile Organisaties is de verhouding projectmatig werk/operationeel werk

a)

60/40

b)

10.90

18.

Wie kan 5 kenmerken van Agility als eerste 'appen'? Ze moeten natuurlijk wel goed zijn en hiervoor krijg je 3 extra punten.

4 lines
19.

Bijgaande afbeelding geeft de volgende veranderstrategie weer:

a)

Een nieuwe kleine cyane organisatie naast de huidige opbouwen en laten groeien terwijl de oude uitdooft.

b)

Focus op implementatie van 1 methode in de gehele organisatie.

20.

Welke stelling is juist?

a)

Een LEIDER stuurt op een situatie die er nog niet is maar die aanstaande is.

b)

Een MANAGER stuurt op een situatie die er nog niet is maar die aanstaande is.

21.

Welke bewering is juist?

a)

MANAGERS zijn visionair ingesteld.

b)

LEIDERS zijn visionair ingesteld.

22.

Welke kenmerk hoort niet bij een netwerkorganisatie?

a)

Open informele cultuur met weinig hiërarchie.

b)

Veel controle, weinig vrijheid en ruimte voor experimenteren, fouten maken mag niet.

c)

Werk voornamelijk georganiseerd rond projecten en klussen.

d)

Weinig houvast voor de medewerkers aan de organisatie. Zij werken autonoom vanuit hun eigen talent.

23.

Een organisatiemodel is een:

a)

Theorie

b)

Hulpmiddel

c)

Gegeven

24.

Wie kan er voor de camera een bruggetje maken om lenigheid te showen. Dit levert 4 extra punten op!

4 lines
25.

Welk product wordt niet door Auping gemaakt?

a)

Bedden

b)

Tuinstoelen

c)

Mondkapjes

26.

Buurtzorg is een:

a)

Netwerkorganisatie

b)

Holacratie

c)

Hybride organisatie

d)

Klassieke organisatie

27.

Welke organisatie heeft geen klassieke (=hierarchische) organisatiestructuur

a)

Shell

b)

Ben & Jerry's

c)

Coca Cola

d)

Unilever

28.

Welk kenmerk is niet van toepassing op een Agile organisatie?

a)

Flexibele strategie

b)

Afwezigheid multidisciplinaire teams

c)

Kort cyclisch

d)

Visionair

29.

Een goed voorbeeld van een netwerkorganisatie is:

a)

BMW

b)

Philips

c)

Tesla

d)

Albert Heijn

30.

Wie kan een paar regels rappen of zingen met het woord Agile in de tekst? Hiervoor krijg je 5 extra punten!

4 lines