Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenen S.O Woordensch. H5 Samenstellingen

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent het woord 'aanpassen'?

a)

bedrag

b)

voor een doel geschikt maken

c)

geven

d)

hoeveelheid

e)

vermoedelijk

2.

Wat betekent het woord 'tarief'?

a)

bedrag

b)

voor een doel geschikt maken

c)

geven

d)

hoeveelheid

e)

vermoedelijk

3.

Wat betekent het woord 'waarschijnlijk'?

a)

eens

b)

voor een doel geschikt maken

c)

geven

d)

hoeveelheid

e)

vermoedelijk

4.

Welke woorden zijn samenstellingen?

a)

documentaire

b)

frietsaus

c)

kriebelhoest

d)

metselaar

e)

luchtbed

5.

Waar of niet waar?

Het woord 'rooster' in de samenstelling 'coronarooster' is het belangrijkste deel.

a)

waar

b)

niet waar

6.

Welk woord hoort bij deze beschrijving?

Een stoel die aan je bureau staat.

(a)  

7.

Wat betekent de uitspraak:

De tijd zal het leren.

a)

heel ouderwets zijn

b)

heel veel tijd hebben

c)

je aanpassen aan nieuwe dingen

d)

later zullen we het weten

8.

Wat betekent de uitspraak:

Met je tijd meegaan.

a)

heel ouderwets zijn

b)

heel veel tijd hebben

c)

je aanpassen aan nieuwe dingen

d)

later zullen we het weten

9.

Welk woord hoort op de lege plek?


De school heeft mijn ……… contract omgezet in een vaste baan.

a)

aanbrengen

b)

omgezet in

c)

produceren

d)

tijdelijke

e)

uitbreiden

10.

Welk woord hoort op de lege plek?


Als je een bedrijf wilt ……… dan moet je er geld in steken.

a)

aanbrengen

b)

omgezet in

c)

produceren

d)

tijdelijke

e)

uitbreiden

11.

Welk woord hoort op de lege plek?


Op deze site lees je een beschrijving voor het ……… van fotobehang.

a)

aanbrengen

b)

omgezet in

c)

produceren

d)

tijdelijke

e)

uitbreiden

12.

Maak goede samenstellingen.


Bijvoorbeeld: zwem + schuur / bad = zwembad


Vet + straf / pleger / houder / arm = ?

(a)  

13.

Maak goede samenstellingen.


Bijvoorbeeld: zwem + schuur / bad = zwembad


Garage + straf / pleger / houder / arm = ?

(a)  

14.

Maak goede samenstellingen.


Bijvoorbeeld: zwem + schuur / bad = zwembad


Geweld + straf / pleger / houder / arm = ?

(a)  

15.

Maak goede samenstellingen.


Bijvoorbeeld: zwem + schuur / bad = zwembad


Taak + straf / pleger / houder / arm = ?

(a)  

16.

Uit welke woorden bestaat de samenstelling 'vogelgriepvirus'?

a)

vogelgriepvirus

b)

vogelgriep + virus

c)

vogel + griepvirus

d)

vogel + griep + virus