Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands: Betekenis van woorden

Total questions: 20

Worksheet time: 3600secs

Name
Class
Date
1.

De buurman heeft in zijn tuin een echt bloementapijt.

Hij houdt heel veel van bloemen en geeft ze elke dag twee keer water.

Uren werkt de buurman in zijn tuin.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

drie kleine bloemen

b)

heel veel bloemen naast elkaar

c)

een tapijt vol tekeningen van bloemen

2.

Billy was verheugd toen hij het geschenk kreeg.

Hij had dit echt niet gedacht.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

triestig

b)

kwaad

c)

heel blij

3.

Iedereen staat klaar aan de meet en wacht op de start.

Ik hoop dat mijn broer de loopwedstrijd zal winnen.

Ik ga zeker hard roepen voor hem.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

iets om te meten

b)

de aankomstlijn

c)

de startlijn

4.

Bert stond deze middag voor het raam van de bakker.

Hij zag heel veel taartjes en gebakjes.

Het water kwam hem in de mond.


Welke uitleg past bij de onderstreepte woorden?

a)

Bert had dorst.

b)

Bert kreeg van iemand water om te drinken.

c)

Bert vond alles lekker en wou iets eten van de bakker.

5.

Papa was deze morgen zijn sleutels vergeten.

Ook zijn tas stond nog thuis.

Mama had hem gezegd niets te vergeten en toch deed hij dat.

Hij had ook zijn zwembroek aangedaan.

Hij was een beetje in de war.


Welke uitleg past bij de onderstreepte woorden?

a)

Hij doet altijd zo.

b)

Hij wist niet meer wat hij deed.

c)

Alles lag thuis overhoop.

6.

Vorige week kwam er een nieuwe jongen op onze school.

Ik vroeg hem of hij wou meespelen.

Hij vond dat een goed idee.

Hij was heel blij en zei tegen mij dat ik zijn beste maat ben.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

een goede vriend

b)

de maat van je schoen, hoe groot je schoen is

c)

een grote jongen

7.

Sien was gevallen. Haar knie bloedde heel hard.

De juf heeft de knie verzorgd en nu voelt Sien zich al wat beter.

Was ze maar niet gevallen, dan zat ze nu niet met een knie die pijn doet.


Welke uitleg past bij de onderstreepte woorden?

a)

zoals bloemen die bloeien

b)

haar knie deed geen pijn

c)

vol met bloed

8.

De brandweer had veel werk door het noodweer.

Elk uur moesten ze ergens naartoe.

Ze hebben veel mensen geholpen.

Dank u wel, brandweer!


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

mooi weer

b)

slecht weer

c)

weer om noten te eten

9.

Pierre is al heel lang bezig met die oefeningen.

Hij werkt aan een slakkentempo.

Als hij zo klaar is, kunnen we buiten spelen.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

heel traag

b)

heel snel

c)

hij kruipt over de grond

10.

Vroeger hadden de mensen nog geen uurwerk maar gebruikten ze een zandloper.

Zo wisten ze hoe lang iets kon duren.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

iemand die in het zand loopt

b)

iets waarmee je de tijd kan meten

c)

iemand die wegloopt met zand

11.

Na de lange wandeling gingen opa en oma even zitten.

In het park stond een mooie bank.

Daar konden ze even uitrusten.

Gelukkig stond er niet 'pas geverfd' op de bank.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

waar je op kan zitten

b)

waar je geld naar toe brengt

c)

houten hek

12.

Steven was deze morgen in de modder gevallen.

Zijn kleren waren helemaal vuil.

Mama heeft snel de kleren gewassen.

Zo kon Steven zijn kleren terug aandoen.

Eind goed al goed!


Welke uitleg past bij de onderstreepte woorden?

a)

Op het einde is alles goedgekomen.

b)

De vuile was werd niet meer proper.

c)

Er was niets verkeerd gegaan.

13.

Ook dieren hebben gevoelens.

Ook zij kunnen iets leuk vinden of wenen soms eens.

Toon jij soms je gevoelens aan andere kinderen?


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

het heel koud hebben

b)

hoe iemand zich voelt: boos, blij, verdrietig, ...

c)

met je handen aan iets voelen

14.

Mama en kleine broer gingen boodschappen doen.

Ook kleine broer mocht iets dragen.

Mama gaf hem de vederlichte zak.

Mama zelf nam een zware zak.

Samen gingen ze de winkel buiten.

Elk met wat boodschappen.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

licht, niet uit een lamp maar uit een veer

b)

heel zwaar

c)

heel licht, zo licht als een veer, niet zwaar

15.

De vlinders fladderen over de mooie bloemen in de tuin van opa.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

vrolijk rondvliegen

b)

rusten

c)

eten

16.

Op één september komen veel kinderen met een gloednieuwe boekentas naar school.

Elk kind zorgt dan heel goed voor zijn boekentas.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

een boekentas met diamanten op

b)

een hele nieuwe boekentas

c)

een boekentas die gemaakt is van hout

17.

Toen hij in de tuin wandelde, kwam de rozengeur in zijn neus.

Het was een geur die heel lekker rook.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

stinkende geur

b)

geur van rozen

c)

een kleur zoals een roos

18.

Vorige week deed de hele school mee aan de wedstrijd. Pierre won de wedstrijd van het tweede leerjaar.

Hij kwam als eerste aan.

Trots toonde hij zijn beker aan de juf.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

een tas om uit te drinken

b)

een prijs die je krijgt als je wint

c)

een prijs voor de laatste plaats

19.

Vorige week hebben we bronwater geproefd.

Dat is water dat niet meer vervuild is en recht uit de bron komt.

Door veel bronwater te drinken blijf je gezond.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

water van een baron

b)

zuiver water van de bron

c)

vervuild water

20.

Zij wandelde op het pad richting haar oma.


Welke uitleg past bij het onderstreepte woord?

a)

gebouw

b)

dier

c)

weggetje