wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voornaamwoorden en Voegwoorden

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Het boek .............. ik lees, is best spannend

a)

die

b)

dat

c)

wie

d)

wat

2.

Ik vind de ................ foto erg mooi

a)

vergrote

b)

vergrootte

c)

vergroten

d)

vergrootten

3.

Het meisje ...... jij zo leuk vindt, heeft al verkering

a)

dat wat

b)

wat

c)

die

d)

dat

4.

Bloemkool is het lekkerste ..... hij ooit heeft gegeten

a)

dit

b)

die

c)

dat

d)

wat

5.

Dat is ....... fiets, ....... daar staat

a)

Dat is me fiets, dat daar staat

b)

Dat is mijn fiets, wat daar staat

c)

Dat is mijn fiets, die daar staat

d)

Dat is me fiets, die daar staat

6.

Jullie schamen .......

a)

jullie

b)

zich

c)

je

d)

u

7.

Die laptop is van .......

a)

ik

b)

mij

c)

mijn

d)

me

8.

Benoem het onderstreepte woord:

Hoe weet ik welke bushalte ik moet hebben?

a)

Vragend voornaamwoord

b)

Persoonlijk voornaamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Aanwijzend voornaamwoord

9.

Benoem het onderstreepte woord:

Iedereen is welkom in onze klas

a)

Persoonlijk voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Wederkerend voornaamwoord

d)

Onbepaald voornaamwoord

10.

Benoem het onderstreepte woord:

Deze artiesten zijn zo goed

a)

Persoonlijk voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Onbepaald voornaamwoord

d)

Bezittelijk voornaamwoord

11.

Benoem het onderstreepte woord:

We hebben een lockdown, wat ik vreselijk vind

a)

Onbepaald voornaamwoord

b)

Betrekkelijk voornaamwoord

c)

Aanwijzend voornaamwoord

d)

Wederkerend voornaamwoord

12.

Benoem het onderstreepte woord:

Ik verbaas me nergens over

a)

Persoonlijk voornaamwoord

b)

Wederkerend voornaamwoord

c)

Betrekkelijk voornaamwoord

d)

Betrekkelijk voornaamwoord

13.

Benoem het onderstreepte woord:

Blijf van mijn laptop af!

a)

Bezittelijk voornaamwoord

b)

Persoonlijk voornaamwoord

c)

Aanwijzend voornaamwoord

d)

Betrekkelijk voornaamwoord

14.

Vul het voegwoord in

Ik doe er niet aan mee, ........ ik het zaakje niet vertrouw

a)

mits

b)

omdat

c)

dus

d)

hoewel

15.

Vul het voegwoord in

Ik ben voor niemand bang, ............. kom maar op

a)

want

b)

en

c)

dus

d)

maar

16.

Vul het voegwoord in

We gaan volgende week op vakantie,................. oma niet geopereerd wordt

a)

tenzij

b)

zodra

c)

omdat

d)

dus

17.

Wat is het voegwoord?

Zodra het startschot klinkt, schieten de schaatsers zo snel mogelijk weg

a)

klinkt

b)

schieten

c)

zodra

d)

zo