wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands Lezen

Total questions: 16

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Welke leesmanier hoort er niet bij?

a)

Kritisch lezen

b)

Noodzakelijk lezen

c)

Ontspannend lezen

d)

Zoekend lezen

2.

Wat zijn de leesstrategieën? (+ volgorde)

a)

Voorspellen, vragenstellen, samenvatten, ophelderen, terugkijken

b)

Terugkijken, ophelderen, vragen stellen, samenvatten, voorspellen

c)

Voorspellen, samenvatten, ophelderen, vragen stellen, terugkijken

d)

Voorspellen, ophelderen, vragen stellen, samenvatten, terugkijken

3.

Wat zijn hoofdzaken?

a)

Weetjes, tussenkopjes

b)

Tekstgeraamte, tekstdoel

c)

Details, aansprekende voorbeelden

d)

Signaalwoorden, meningen

4.

Waarop beoordeel je een bron?

a)

Interessant, kwaliteit, spelling

b)

Nut, bruikbaarheid, geschikt onderwerp

c)

Nut, kwaliteit, betrouwbaarheid

d)

Voor de lol, grappigheid, genre

5.

Hoe achterhaal je de betekenis van een woord?

a)

Vragen aan Alexa, vragen aan siri, vragen aan google assistant

b)

Zoek in een woordenboek

c)

Gewoon doorlezen en hopen dat het niet belangrijk was

d)

In het woord zelf, in de context, zoek de betekenis op, vraag de betekenis

6.

Wat zijn andere woorden voor grondig lezen? (kies er 2)

a)

Studerend lezen

b)

Vast lezen

c)

Observerend lezen

d)

Aandachtig lezen

7.

Wat zijn andere woorden voor feiten en meningen?

a)

Meningen, feiten

b)

Subjectief, objectief

c)

Objectief, subjectief

d)

waarheid, onzin

8.

Welke hoort niet bij de leesmotor?

a)

Makkelijker lezen

b)

Lezen wordt leuker

c)

Sneller lezen

d)

Voorkennis

9.

Wat is het verschil tussen het onderwerp en de hoofdgedachte?

a)

Er is geen verschil

b)

Het verschil is te moeilijk om te vertellen

c)

Het onderwerp vertel je in een woord of een kort zinnetje, de hoofdgedachte vertel je in 1 of 2 zinnen

d)

Het onderwerp vertel je in 1 of 2 zinnen en de hoofdgedachte vertel je in een woord of een kort zinnetje

10.

Welke vaardigheden horen bij informatie zoeken en bewaren?

a)

Opslaan in de cloud en betrouwbaarheid van websites beoordelen

b)

Online informatie ordenen en opslaan en online tekens en afkortingen kunnen herkennen en gebruiken

c)

Online informatie zoeken in zoekmachines en online informatie ordenen en opslaan

d)

Er zijn geen vaardigheden bij informatie zoeken

11.

Wat is geen soort verband van signaalwoorden?

a)

Samenvatting

b)

Tijd aangevend

c)

Terugblikkend

d)

Doel-middel

12.

Wat zijn de 5 tekstdoelen?

a)

Informeren, instructies geven, overtuigen, activeren, amuseren/ ontroeren

b)

Informeren, leukigheid, overtuigen, activeren, lezen

c)

Instructies geven, amuseren/ ontroeren, overtuigen, de lees motor activeren, artikel

d)

Plezier, overtuigen, activeren, artikel, informeren

13.

Waar moet je niet naar kijken in een tekst geraamte?

a)

Hoeveel woorden de tekst heeft

b)

Bron

c)

Tabel

d)

Inleiding

14.

Welke vraag over woorden kan je niet stellen?

a)

Vragen over moeilijke woorden

b)

Vragen over signaalwoorden

c)

Vragen over leuke woorden

d)

Vragen over verwijswoorden

15.

Naar welke 4 categorieën kunnen woorden verwijzen?

a)

Personen, dingen, plaatsen, tijdstippen

b)

Personen, het weer, Nederlands, tijdstippen

c)

Dingen, plaatsen, foto's, personen

d)

Docenten, leraren, meesters, juffen

16.

Wat is niet belangrijk om naar te kijken bij voorspellend lezen?

a)

Naar de vragen in de tekst

b)

Naar het tekst geraamte

c)

Naar het tekst niveau

d)

Naar het leesdoel