Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3m voornaamwoorden

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

De archeopteryx, die in het late Jura leefde, is een vliegende dinosauriër, die ook wel oervogel genoemd wordt.

a)

Betrekkelijk voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Vragend voornaamwoord

2.

Wie weet het antwoord op die vraag?

a)

Betrekkelijk voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Vragend voornaamwoord

3.

Wie weet het antwoord op die vraag?

a)

Betrekkelijk voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Vragend voornaamwoord

4.

Dit najaar gaan we verhuizen naar het westen van het land, wat wij als kinderen erg vervelend vinden.

a)

Betrekkelijk voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Vragend voornaamwoord

5.

Dit najaar gaan we verhuizen naar het westen van het land, wat wij als kinderen erg vervelend vinden.

a)

Betrekkelijk voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Vragend voornaamwoord

6.

Wie steelt en inbreekt, moet niet gek opkijken als hij vroeg of laat gepakt wordt en op dat moment de straf krijgt die hij verdient.

a)

Betrekkelijk voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Vragend voornaamwoord

7.

Wie steelt en inbreekt, moet niet gek opkijken als hij vroeg of laat gepakt wordt en op dat moment de straf krijgt die hij verdient.

a)

Betrekkelijk voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Vragend voornaamwoord

8.

Wat je nieuw niet kunt betalen, is soms via die site van Marktplaats veel goedkoper tweedehands te bemachtigen.

a)

Betrekkelijk voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Bezittelijk voornaamwoord

d)

Vragend voornaamwoord

9.

Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?

Uw moeder komt vanavond ook.

a)

bezittelijk voornaamwoord

b)

persoonlijk voornaamwoord

10.

Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?

Ik heb jouw broer ook uitgenodigd.

a)

bezittelijk voornaamwoord

b)

persoonlijk voornaamwoord

11.

Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?

Zal ik jou even helpen?

a)

bezittelijk voornaamwoord

b)

persoonlijk voornaamwoord

12.

Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?

Is dat schrift van jou?

a)

bezittelijk voornaamwoord

b)

persoonlijk voornaamwoord

13.

Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?

Hij heeft jouw jas naar de garderobe gebracht.

a)

bezittelijk voornaamwoord

b)

persoonlijk voornaamwoord

14.

Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?

Alex vindt jouw recept toch beter.

a)

bezittelijk voornaamwoord

b)

persoonlijk voornaamwoord

15.

Is het onderstreepte woord een bezittelijk of een persoonlijk voornaamwoord?

Hij heeft jou jouw brommer zien stallen.

a)

bezittelijk voornaamwoord

b)

persoonlijk voornaamwoord