Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling wiskunde 6de leerjaar CORONA

Total questions: 40

Worksheet time: 3hrs 20mins

Name
Class
Date
1.

Zet deze Romeinse cijfers om in Arabisch cijfers:

MD

a)

1200

b)

1500

c)

1600

d)

1050

2.

Zet deze Romeinse cijfers om in Arabische cijfers:

XL

a)

60

b)

80

c)

40

d)

20

3.

Zet deze Romeinse cijfers om in Arabische cijfers:

CC

a)

200

b)

190

c)

150

d)

120

4.

Zet deze Romeinse cijfers om in Arabische cijfers:

VII

a)

8

b)

3

c)

5

d)

7

5.

Zet deze Romeinse cijfers om in Arabische cijfers:

XVIII

a)

18

b)

14

c)

19

d)

11

6.

Welke figuren zijn symmetrisch?

(3 antwoorden)

a)
b)
c)
d)
e)
7.

Hoeveel symmetrieassen zie je in deze tekening?

a)

0

b)

1

c)

2

d)

3

e)

4

8.

Welke logo's zijn symmetrisch?

(2 antwoorden)

a)
b)
c)
d)
e)
9.

Los deze oefening in volgorde op.


32 : 8 x 2 + 2 =

a)

10

b)

0

c)

4

d)

6

10.

Los deze oefening in volgorde op


8 + 7 x 10 =

a)

150

b)

87

c)

78

d)

126

11.

Handig hoofdrekenen


2,5 : 0,5=

a)

5

b)

0,5

c)

50

d)

1,25

12.

Handig hoofdrekenen


2 : 0,2 =

a)

1

b)

10

c)

100

d)

0,4

13.

Handig hoofdrekenen


3 x 0,25=

a)

0,75

b)

7,5

c)

0,65

d)

75

14.

Handig hoofdrekenen


7 x 0,3=

a)

2,1

b)

0,21

c)

21

15.

Wat is de eenheid van snelheid?

(2 antwoorden)

a)

km/u

b)

m/s

c)

m/min.

d)

km/s

16.

In één uur zitten .... seconden.

a)

60

b)

120

c)

3600

d)

216000

17.

Hoeveel minuten is anderhalf uur?

a)

65 minuten

b)

90 minuten

c)

150 minuten

18.

Snelheden die je uit het hoofd moet kennen...


Als je stevig doorwandelt, loop je ongeveer

a)

3 km/uur

b)

6 km/uur

c)

9 km/uur

d)

12 km/uur

19.

Snelheden die je uit je hoofd moet kennen...


Een gemiddelde fietser heeft een snelheid van ongeveer

a)

10 km/uur

b)

12 km/uur

c)

16 km/uur

d)

24 km/uur

20.

Ik zwem 0,4km in 10 min. Wat is mijn gemiddelde snelheid?


(neem je tijd, je krijgt 5 minuten om te antwoorden)

a)

4 km/u

b)

2,4km

c)

2,4km/u

d)

400m

21.

We reden 150km ver in anderhalf uur tijd. Wat was mijn gemiddelde snelheid?


(neem je tijd, je krijgt 5 minuten om te antwoorden)

a)

50km/u

b)

100km/u

c)

90km/u

22.

Hoeveel procent is gekleurd?

a)

0%

b)

5%

c)

25%

d)

50%

23.

Hoeveel procent is 1/5?

a)

15%

b)

30%

c)

25%

d)

20%

24.

Van de 18 leerlingen van 6C hebben er 50% flaporen. Hoeveel leerlingen van deze klas hebben flaporen?

a)

18

b)

9

c)

12

d)

1

25.

4 van de 10 jongens dragen 'Nike' schoenen. Hoeveel procent is dit?

a)

25%

b)

30%

c)

35%

d)

40%

26.

In een wei lopen 20 koeien. 3 van de 20 koeien hebben de naam 'Bertha'. Hoeveel procent van de koeien heeft de naam Bertha?

a)

10%

b)

15%

c)

20%

d)

25%

27.
30 % van 900
a)
270
b)
27
28.
Bereken 9% van 800
a)
70
b)
72
c)
76
d)
80
29.

859 dm3 = ......

a)

0,859 m3

b)

8,59 m3

c)

8590 m3

d)

859000 m3

30.

0,0005 m3 =

a)

500 mm3

b)

0,05 mm3

c)

0,00005 mm3

d)

500000 mm3

31.

Wat is het volume van deze balk?

(l 30cm, b 10cm, h 7cm)


(Neem je tijd en eventueel een ZRM, je krijgt 5 min)

a)

21 000 cm³

b)

2100 cm2

c)

2100 cm3

d)

21 cm3

32.

Een kubus heeft een lengte van 5 cm.

Wat is het volume van deze kubus?

a)

Dat kun je niet berekenen, want je moet ook de breedte en de hoogte weten.

b)

25 cm3

c)

125 cm3

d)

1,25 m3

33.

Deze slaapkamer heeft de vorm van een balk. De lengte is 5m, de breedte 4m en de hoogte 2,5m. Bereken de inhoud.


(neem je tijd, neem een kladblad of ZRM, je krijgt 5min.)

a)

11,5 m3

b)

11,5 m

c)

50 m

d)

50 m3

34.

Verhoudingen


Hoeveel kosten 6 postzegels?

a)

€ 1,40

b)

€ 2,80

c)

€ 3,50

d)

€ 4,20

35.

Verhoudingen


Tom maakt voor 10 personen een vruchtencocktail.

Hoeveel kiwi's heeft hij dan nodig?

a)

11 kiwi's

b)

15 kiwi's

c)

20 kiwi's

d)

30 kiwi's

36.

Ik kocht mijn tomaten aan €0,75/kg. Nu verkoop ik ze voor €1/kg. Wat is mijn winst of verlies?

a)

Ik maak €0,25 winst per kg.

b)

Ik maak €0,25 verlies per kg.

c)

Ik maak €1,75 verlies per kg.

d)

Ik maak €1,95 winst per kg.

37.

Ik maak €1 winst op mijn spruitjes. Mijn verkoopprijs is 3,49 euro. Wat was mijn inkoopprijs dan?

a)

€ 4,49

b)

€ 2,49

c)

€ 0,29

d)

€ 2,29

38.

Cijferoefening

(reken tot op 0,01 nauwkeurig)

25,69 : 5,6 =


Hoe maak je deze cijferoefening klaar?

a)

25,69 : 56 =

b)

256,90 : 56 =

c)

2569,00 : 56=

d)

256,9 : 56

39.

Wat is de juiste rest van deze oefening?

548,14 : 1,6

a)

rest 12

b)

rest 0,12

c)

rest 1,2

d)

rest 0,012

40.

Wat vond je van deze quiz?


Wil je nog iets zeggen of vragen aan je juf of meester?

4 lines