wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

evolutie en de geschiedenis van het leven Bonhoeffer

Total questions: 18

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Bekijk de afbeelding. Welke groep dieren is het oudste: de oervogel, het vogelachtig kruipend dier of de eerste krokodillen?

a)

de oervogel

b)

het vogelachtig kruipend dier

c)

de eerste krokodillen

2.

Aan welke groep zijn de gorilla’s het meest verwant volgens de stamboom?

a)

aan de apen van de oude wereld

b)

aan de apen van de nieuwe wereld

c)

aan de chimpansees

d)

aan de gibbons

3.
Voorbeelden van rudimentaire organen bij de mens zijn:
a)
dunne dram en staartbeen
b)
dunne darm en blinde darm
c)
blinde darm en staartbeen
4.

Door middel van DNA kan worden nagegaan of twee dieren verwant zijn.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.
Dieren die allebei vliegen met hun vleugels zijn altijd verwant.
a)
Niet waar, want ze kunnen verschillende voorouders hebben.
b)
Waar, want ze hebben dezelfde voorouder.
6.
De walvis is van het land weer terug het water in gegaan.
a)
Waar
b)
Niet waar
7.

In het onderzoek werden onder andere baleinwalvissen, dwergherten, giraffen, kamelen en zwijnen betrokken. Tussen welke twee van deze diergroepen komt het DNA het minst overeen?

a)

tussen baleinwalvissen en giraffen

b)

tussen zwijnen en baleinwalvissen

c)

tussen zwijnen en giraffen

d)

tussen kamelen en baleinwalvissen

8.
Het leven op het land was er eerder dan het leven in het water.
a)
Waar
b)
Niet waar
9.
Dieren waren de eerste organisme die op de aarde leefden.
a)
Waar
b)
Niet waar
10.

Alle organisme delen één voorouder met elkaar volgens de evolutietheorie.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Waarom zijn fossielen een belangrijk argument voor de evolutietheorie?

a)

Door fossielen kunnen we aantonen dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

b)

Door fossielen weten we de afstamming van alle soorten

c)

Uit fossielen kan DNA worden gehaald. Dit DNA geeft aan dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

d)

Fossielen geven te weinig informatie over de evolutie van soorten en het is een te zwak argument voor de evolutietheorie.

12.

Des te dieper je in de grond graaft des te groter is de kans dat je grote fossielen van gewervelden zal vinden.

a)

niet waar

b)

waar

13.

Uit welk tijdperk zal je geen fossielen vinden van landdieren?

a)

cenozoïcum

b)

mesozoïcum

c)

precambrium

d)

paleozoïcum

14.

In welke periode leven we nu? afb. 52

a)

cenozoïcum

b)

kwartair

c)

MJG

d)

tertiair

15.

Welke overeenkomsten in soorten worden als een verklaring voor de evolutietheorie gegeven? (meerdere antwoorden)

a)

fossielen

b)

DNA

c)

rudimentaire organen

d)

overeenkomst in bouw

e)

embryo ontwikkeling

16.

Welke onderdelen hebben de grootste kans om een fossiel te worden?

a)

botten en tanden

b)

spieren en pezen

c)

rudimenten

d)

huid en haren

17.

Verstandskiezen, de appendix en het staartbeentje zijn voorbeelden van....

a)

analoge organen

b)

homologe organen

c)

rudimentaire organen

18.

Wat is geen argument voor de evolutietheorie?

a)

Veranderingen in DNA (dat iedereen een beetje anders is)

b)

dat er heel veel soorten op aarde zijn

c)

elk organisme heeft een leven vol concurrenten en gevaren

d)

overerving van de goede eigenschappen