wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2vJ Wiskundequiz 31

Total questions: 33

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de tangens van hoek A?

a)

10 : 3 = 3,333

b)

3 : 10 = 0,3

2.
Welke zijde van driehoek ABC is de langste zijde?
a)
AB
b)
BC
c)
AC
d)
ABC
3.

Welke zijde is de overstaande rechthoekszijde van ∠A?

a)

AB

b)

BC

c)

AC

d)

ABC

4.

tan (∠A) = 10 : 50


Bereken ∠A.


Wat is de volgende stap?

a)

∠A = tan (10) ⋅ 50

b)

∠A = tan -1 (10 : 50)

c)

∠A = tan -1 (50 : 10)

d)

∠A = tan (50 ⋅ 10)

5.

tan (50o) = 10 : AC


Bereken AC.


Wat is de volgende stap?

a)

AC = tan (50) ⋅ 10

b)

AC = tan-1 (10 : 50)

c)

AC = 10 : tan(50)

d)

AC = tan(50) : 10

6.

tan (50o) = BC : 5


Bereken BC.


Wat is de volgende stap?

a)

BC = 5 : tan (50)

b)

BC = tan (50) : 5

c)

BC = tan (50) ⋅ 5

d)

BC = tan -1 (50 : 5)

7.

Los de vergelijking op:


8t - 1 = 3

a)

t = 2

b)

t = 0,25

c)

t = 0,5

d)

t = 4

8.

De grafiek bij deze formule snijdt de y-as in het punt ....

a)

(10,0)

b)

(0,-20)

c)

(0,10)

d)

(-20,0)

9.

Los de vergelijking op:


-2p = 8

a)

x = -4

b)

x = 4

c)

p = 4

d)

p = -4

10.

Welke 1e stap in de berekening van zijde LM is juist?

a)

tan (56) = 13 : LM

b)

sin (56) = LM : 13

c)

cos (56) = 13 : LM

d)

cos (56) = LM : 13

11.

Welke berekening voor ∠P is juist?

a)

∠P = tan-1 (2,1 : 3,2)

b)

∠P = sin-1 (2,1 : 3,2)

c)

∠P = cos-1 (2,1 : 3,2)

d)

∠P = cos-1 (3,2 : 2,1)

12.

In welke driehoeken kun je goniometrie gebruiken om hoeken en zijden te berekenen?

a)

Rechthoekige driehoeken

b)

Gelijkbenige rechthoekige driehoeken

c)

Alle driehoeken

d)

Gelijkbenige driehoeken

e)

Gelijkzijdige driehoeken

13.

Welke 1e stap in de berekening van ∠Q is juist?

a)

tan(∠Q) = 8 : 15

b)

tan(∠Q) = 15 : 8

c)

sin(∠Q) = 8 : 15

d)

cos(∠Q) = 15 : 8

14.

Welke 1e stap in de berekening van zijde KM klopt?

a)

tan (26) = 14 : KM

b)

sin (26) = 14 : KM

c)

cos (26 = 14 : KM

15.

Welke berekening voor ∠B klopt?

a)

∠B = tan-1 (13 : 30)

b)

∠B = sin-1 (13 : 30)

c)

∠B = cos-1 (13 : 30)

16.
Als de rechten a en b beide loodrecht staan op de rechte c, dan
a)
staan de rechten a en b loodrecht op elkaar.
b)
zijn de rechten a en b onderling evenwijdig.
c)
snijden de rechten a en b elkaar.
d)
zijn de rechten a en b kruisend.
17.

Een kubus heeft een lengte van 5 cm.

Wat is de inhoud van deze kubus?

a)

Dat kun je niet berekenen, want je moet ook de breedte en de hoogte weten.

b)

25 cm3

c)

125 cm3

d)

1,25 m3

18.
5 liter = 
a)
0,5 dm³
b)
5 dm³
c)
50 dm³
d)
Het juiste antwoord staat er niet bij
19.

6 m3 = ...... dL

a)

60

b)

600

c)

6000

d)

60 000

20.

420 cm2 = ..... dm2

a)

0,42

b)

4,2

c)

42

d)

4200

e)

42000

21.

 32 = ?-3^2\ =\ ?  

a)

6

b)

9

c)

-9

d)

-6

22.

 (3)2 = ?\left(-3\right)^2\ =\ ?  

a)

6

b)

9

c)

-9

d)

-6

23.
Wat is de juiste rekenvolgorde?
a)
1 machten en wortels
2 haakjes
3 x en :
4 + en -
b)
1 haakjes
2 machten en wortels
3 + en -
4 x en :
c)
1 haakjes
2 machten en wortels
3 x en :
4 + en -
24.

20:(5-4) \cdot  3

a)

60

b)

0

c)

-8

d)

 6 236\ \frac{2}{3}  

25.

Herleid: -4x + 2x

(a)  

26.

Hoeveel symmetrieassen heeft een gelijkbenige driehoek?

a)

0

b)

1

c)

3

d)

6

27.

Hoeveel symmetrieassen heeft een gelijkzijdige driehoek?

a)

0

b)

1

c)

3

d)

6

28.
Hoeveel graden is de hoek bij '?'
a)
90o
b)
180o
c)
145o
d)
135o
29.

Hoeveel graden is ∠A?

(a)  

30.

Dit is een gelijkbenige driehoek.

Hoeveel graden is ∠A?

(a)  

31.
Bij 150% hoort de vergrotingsfactor:
a)
150
b)
15
c)
1,5
d)
0,15
32.

Welke schaal hoort bij deze schaallijn?

a)

1 : 20

b)

1 : 4

c)

1 : 2.000.000

d)

1 : 400.000

33.

Een tekening van een duikboot is 3 cm lang. De duikboot is in werkelijkheid 30 meter lang.

Wat is de schaal?

a)

1 : 10

b)

1 : 100

c)

1 : 1000

d)

1 : 10 000