wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Verhoudingen & evenredigheden

Total questions: 17

Worksheet time: 1hrs 25mins

Name
Class
Date
1.

Volgende grootheden zijn ...

Het aantal koeien en de tijd om een wei af te grazen.

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

2.

Volgende grootheden zijn ...

Het gewicht van een persoon en zijn lengte

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

3.

Volgende grootheden zijn ...

De afmetingen op een plan en de afmetingen in werkelijkheid

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

4.

Volgende grootheden zijn ...

Het aantal pannen nodig om een dak te bedekken en de grootte van het dak.

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

5.

Volgende grootheden zijn ...

De totale prijs van een aantal broden en de prijs van één brood.

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

6.

Volgende grootheden zijn ...

De tijd die een atleet nodig heeft om een marathon te lopen en zijn gemiddelde snelheid.

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

7.

Volgende grootheden zijn ...

Het aantal erfgenamen en het deel dat elk krijgt.

a)

recht evenredig

b)

omgekeerd evenredig

c)

geen van beide

8.

Volgende grootheden zijn...

Het aantal bezoekers van een concert en de inkomsten van de organisatie.

a)

recht evenredig

b)

omgekeerd evenredig

c)

geen van beide

9.

 3x=47\frac{3}{x}=\frac{4}{7}  Bereken x door de hoofdeigenschap toe te passen.

a)

 x=214x=\frac{-21}{4}  

b)

 x=127x=\frac{12}{7}  

c)

 x=6x=6  

d)

 x=214x=\frac{21}{4}  

10.

Bereken x door de hoofdeigenschap toe te passen. 32(x4)=15x+3\frac{3}{2\left(x-4\right)}=\frac{1}{-5x+3}  

a)

 x=1x=1  

b)

 x=1x=-1  

c)

 x=1117x=\frac{11}{17}  

d)

 x=717x=\frac{7}{17}  

11.

Bereken x door de hoofdeigenschap toe te passen. 132=6x\frac{\frac{1}{3}}{2}=\frac{6}{x}  

a)

 x=36x=36  

b)

 x=4x=4  

c)

 x=9x=9  

d)

er is geen oplossing voor x

12.

In een klas met 18 leerlingen is de verhouding van het aantal jongens tot het aantal meisjes 5:1. Bereken hoeveel meisjes en hoeveel jongens er zijn.

a)

5 jongens en 1 meisje

b)

15 jongens en 3 meisjes

c)

3 meisjes en 15 jongens

d)

12 jongens 6 meisjes

13.
Welke verhouding is gelijk aan 6 op 15?
a)
1 op 3
b)
2 op 5
c)
2 op 10
d)
12 op 45
14.

 25= .....%\frac{2}{5}=\ .....\%  

a)

5%

b)

10%

c)

20%

d)

40%

15.
Deze mandarijn heeft 8 stukjes.
Je eet er 2 stukjes op.
Welk deel van de mandarijn eet je op?
a)
1/2
b)
1/4
c)
1/8
d)
2/6
16.

Je moet 20 vragen maken, je bent nu op  710\frac{7}{10}  
Hoeveel vragen heb je al gemaakt?

a)

28

b)

27

c)

14

d)

6

17.

Om lichtblauwe verf te maken meng je 1 liter witte verf met 3 liter donkerblauwe verf. Cynthia heeft 12 liter donkerblauwe verf en wil daar lichtblauwe van maken, hoeveel liter witte verf moet er bij?

a)

3 liter

b)

4 liter

c)

5 liter

d)

6 liter