Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema werk meerkeuze Kader

Total questions: 43

Worksheet time: 49mins

Name
Class
Date
1.

In welk voorbeeld is er sprake van werk?

a)

Rick gaat het plafond van zijn slaapkamer witten.

b)

Deborah speelt in het derde team van volleybalclub Smash.

c)

John repareert zijn scooter.

d)

Grace maakt een kantoorpand schoon.

2.

In welke situatie is er geen sprake van werk?

a)

John bestelt een pizza.

b)

De telefoniste van de pizzeria neemt de bestelling van John op.

c)

De pizzabakker bakt de pizza.

d)

Een bezorger brengt de pizza naar Johns huis.

3.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Voor de meeste mensen is geld de belangrijkste reden om te werken.

2. Sommige dingen kun je doen als werk én voor je plezier.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

4.

Er zijn verschillende redenen om te werken. Die hebben te maken met de basisbehoeften.

Welke volgorde van laag naar hoog in basisbehoeften is volgens Maslow juist?

a)

Erkenning en waardering – de behoefte om erbij te horen.

b)

Veiligheid en zekerheid – eerste levensbehoeften.

c)

Zelfontwikkeling – de behoefte om erbij te horen.

d)

Veiligheid en zekerheid – de behoefte om erbij te horen.

5.

Er zijn verschillende redenen om te werken. Die hebben te maken met de basisbehoeften.

Welke volgorde van laag naar hoog in basisbehoeften is volgens Maslow juist?

a)

Eerste levensbehoeften – de behoefte om erbij te horen – erkenning en waardering.

b)

Veiligheid en zekerheid – erkenning en waardering – eerste levensbehoeften.

c)

Erkenning en waardering – zelfontwikkeling – de behoefte om erbij te horen.

d)

Eerste levensbehoeften – erkenning en waardering – veiligheid en zekerheid.

6.

Bekende mensen als Marco Borsato en Facebook-oprichter Mark Zuckerberg steken veel geld en tijd in goede doelen. Dat is een voorbeeld van hun:

a)

behoefte aan veiligheid en zekerheid.

b)

behoefte aan erkenning en waardering.

c)

behoefte om erbij te horen.

d)

eerste levensbehoeften.

7.

Mensen werken om de huur van hun huis en het eten te kunnen betalen. Onder welke behoefte uit de piramide van Maslow valt dat?

a)

De behoefte aan erkenning en waardering.

b)

De behoefte aan veiligheid en zekerheid.

c)

De behoefte om erbij te horen.

d)

De eerste levensbehoeften.

8.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Werken is ook belangrijk voor de samenleving, want mensen die werken betalen belastingen en premies.

2. Werken is ook belangrijk voor de samenleving, want mensen die werken verhogen de status van de samenleving.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

9.

In Nederland moeten werkplekken gezond en veilig zijn.

In de …………… staat precies hoe werkgevers moeten zorgen voor gezonde werkplekken.

Welk woord is weggelaten?

a)

Werkloosheidswet.

b)

Grondwet.

c)

Gezondheidswet.

d)

Arbowet.

10.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. In de Arbowet staan regels over loon en werktijden.

2. Het minimumloon hangt af van je werkervaring.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

11.

Welke uitspraak over het minimumloon is juist? Het minimumloon is:

a)

het laagste loon in een bedrijf.

b)

het loon dat je minimaal moet ontvangen als je werkt.

c)

het loon na belastingen en premies.

d)

een ander woord voor de bijstand.

12.

Welk woord is weggelaten?

In Nederland probeert de regering ervoor te zorgen dat er steeds ………… bijkomen.

a)

banen.

b)

werknemers.

c)

basisbehoeften.

d)

werklozen.

13.

Een vacature is een:

a)

netwerk van vrienden en kennissen.

b)

open sollicitatie.

c)

baan waarop je kunt solliciteren.

d)

curriculum vitae (cv).

14.

Wat is een open sollicitatie?

a)

Een bedrijf vraagt jou om bij hen te gaan werken.

b)

Je gaat een periode werken bij een bedrijf om te kijken of je het werk leuk vindt.

c)

Je vraagt een bedrijf of ze werk voor je hebben.

d)

Je vraag hulp bij het solliciteren bij UWV WERKbedrijf.

15.

Wat staat er onder andere in een arbeidsovereenkomst?

a)

Het brutoloon en je functie.

b)

 De loonbelasting en de sociale premies.

c)

De straffen op zwartwerken.

d)

De werktijden en de sollicitatiebrief.

16.

. ………………… betaal je geen loonbelasting en sociale premies.

Welke woorden zijn weggelaten?

a)

Als je wit werkt.

b)

Als je zwartwerkt.

c)

In de proeftijd.

d)

Bij een uitzendbureau

17.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Iedereen in de samenleving heeft een maatschappelijke positie.

2. Voor veel mensen geldt: als ze hun best doen, kunnen ze klimmen op de maatschappelijke ladder.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

18.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Je werk bepaalt voor een groot deel je maatschappelijke positie.

2. Rijke mensen hebben vaak een hogere maatschappelijke positie dan arme mensen.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

19.

Atlete Dafne Schippers heeft haar maatschappelijke positie vooral te danken aan haar ………

Welk woord is weggelaten?

a)

talent.

b)

kennis.

c)

afkomst.

d)

geld.

20.

Prinses Amalia heeft haar maatschappelijke positie te danken aan haar:

a)

macht.

b)

kennis.

c)

afkomst.

d)

talent.

21.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Als je je baan leuk vindt, scoor je hoger op de maatschappelijke ladder.

2. Met een afgeronde schoolopleiding vergroot je je kans op een goede maatschappelijke positie.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

22.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. De rijkste mensen staan meestal het hoogst op de maatschappelijke ladder.

2. Mensen met een eigen zaak hebben in Nederland altijd een hogere maatschappelijke positie dan mensen in loondienst.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

23.

Een vakbond komt op voor de belangen van …………. Het gaat dan vaak om de hoogte van het salaris.

Welk woord is weggelaten?

a)

werkgevers.

b)

werknemers.

c)

bedrijven.

d)

bejaarden.

24.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Als een bedrijf de productie verplaatst naar China, dan is er sprake van ontslag op staande voet.

2. Als je op je werk een probleem hebt, kun je de hulp van de vakbond inroepen. Maar je moet dan wel lid zijn van een vakbond.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

25.

Welk reden voor ontslag is niet terecht? Je wordt ontslagen:

a)

omdat je bij een ander bedrijf solliciteert.

b)

omdat je werk door een robot wordt overgenomen.

c)

terwijl je nog in je proeftijd zit.

d)

vanwege tegenvallende resultaten van het bedrijf.

26.

Je kunt op staande voet ontslagen worden als:

a)

het bedrijf wordt overgenomen door een ander bedrijf.

b)

je solliciteert naar een andere baan.

c)

je meer loon wilt hebben.

d)

je spullen gestolen hebt op je werk.

27.

Wat is een verzorgingsstaat?

a)

Een land waar genoeg ziekenhuizen beschikbaar zijn voor de burgers

b)

Alle maatregelen die ervoor zorgen dat burgers hun basisbehoeften kunnen vervullen.

c)

Het overzicht van de kosten van alle uitkeringen voor werkenden en niet-werkenden

d)

Een land waar de overheid de burgers helpt als dat nodig is.

28.

Nederland is een verzorgingsstaat. Dat zie je bijvoorbeeld aan:

a)

de kloof tussen arm en rijk.

b)

de lage belastingen.

c)

dat ouderen AOW krijgen.

d)

de grote sociale ongelijkheid.

29.

Wie betalen de premies voor WW-, ziekte- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen?

a)

Alleen de werknemers.

b)

De regering en de werkgevers.

c)

Werknemers en werkgevers.

d)

Iedereen die in Nederland woont.

30.

Een secretaresse (25) wordt na drie jaar ontslagen. Ze heeft recht op een ...................

Welk woord is weggelaten?

a)

bijstandsuitkering.

b)

werkloosheidsuitkering.

c)

AOW-uitkering.

d)

arbeidsongeschiktheidsuitkering.

31.

Ontslag op staande voet. Welke zin is juist?

1. Als je zelf ontslag neemt, is dat ontslag op staande voet.

2. Bij ontslag op staande voet heb je recht op een uitkering.

3. Roberto zegt tegen zijn baas dat hij meer wil verdienen. Zijn baas mag hem dan op staande voet ontslaan.

4. Bij ontslag op staande voet moet een baas zich houden aan de opzegtermijn.

a)

1 is juist.

b)

2 is juist.

c)

3 is juist.

d)

Geen enkele zin is juist.

32.

Achmed valt op zijn werk van de steiger 10 meter naar beneden. Door een gebroken rug komt hij voorgoed in een rolstoel. Hij heeft recht op een:

a)

bijstandsuitkering.

b)

werkloosheidsuitkering.

c)

AOW-uitkering.

d)

arbeidsongeschiktheidsuitkering.

33.

Heb je ook recht op AOW als je heel rijk bent?

a)

Nee, want dat geld heb je dan niet nodig.

b)

Ja, maar alleen als je nog werkt.

c)

Ja, want de AOW is voor iedereen.

d)

Nee, want de AOW is bedoeld voor arme ouderen.

34.

Iemand met kinderen kan recht hebben op kinderbijslag. De kinderbijslag wordt uitbetaald door:

a)

iemands werkgever.

b)

de overheid.

c)

de vakbond

d)

de werknemersverzekering.

35.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Iemand heeft buiten zijn schuld te weinig geld om van te leven. Hij heeft dan recht op een bijstandsuitkering.

2. Ook als je zelf ontslag hebt genomen, heb je recht op een WW-uitkering.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

36.

Vergrijzing houdt in dat:

a)

de verzorgingsstaat goedkoper wordt.

b)

de werkgelegenheid afneemt.

c)

er steeds meer ouderen komen.

d)

ouderen steeds langer doorwerken.

37.

Om de verzorgingsstaat voor de overheid betaalbaar te houden, kan de overheid:

a)

bezuinigen.

b)

uitkeringen verhogen.

c)

de pensioenleeftijd verlagen.

d)

de eigen bijdrage van burgers verlagen.

38.

Waarom heeft de overheid de regelingen voor kinderopvang en ouderschapsverlof ingesteld?

a)

Om kinderen zo vroeg mogelijk naar school te laten gaan.

b)

Omdat het aantal kinderen flink is toegenomen.

c)

Om te stimuleren dat meer vrouwen gaan werken.

d)

Omdat de kinderopvang anders failliet zou gaan.

39.

Welke zinnen over discriminatie zijn juist?

1. Een jonge werkneemster krijgt ontslag omdat ze meer vrije dagen wil. Dat is een voorbeeld van leeftijdsdiscriminatie.

2. Iemand denkt dat hij een baan niet krijgt omdat hij allochtoon is. Hij kan tegen die werkgever een rechtszaak beginnen.

3. Vooral de groep van 20 tot 50 jaar heeft last van leeftijdsdiscriminatie.

4. Discriminatie is verboden en strafbaar.

a)

1 en 3 zijn juist.

b)

1 en 4 zijn juist.

c)

2 en 3 zijn juist.

d)

2 en 4 zijn juist.

40.

Het begrip ‘maatschappelijke ladder’ heeft het meest te maken met:

a)

sociale mobiliteit

b)

sociale gelijkheid

c)

sociale problemen.

d)

 sociale contacten.

41.

Waarmee heeft sociale ongelijkheid vooral te maken?

a)

De verdeling van de beschikbare banen onder werknemers.

b)

De verdeling van rijkdom, macht en kennis.

c)

De netwerken die de overheid aan mensen aanbiedt.

d)

Iemands persoonlijke eigenschappen.

42.

Lobke werkt als nagelstyliste. Ze heeft twee grote dromen: een eigen studio en in haar vak kampioen van Nederland worden. Lobke werkt vooral voor de:

a)

eerste levensbehoeften.

b)

behoefte aan veiligheid en zekerheid.

c)

behoefte om erbij te horen.

d)

behoefte om zichzelf te ontwikkelen.

43.

Wie werkt?

1. Jan kweekt kanaries. Hij zit elke dag minstens twee uur in z’n volière. Als de vogeltjes volwassen zijn, verkoopt hij ze op Marktplaats.

2. Davy droomt ervan profvoetballer te worden. Nu speelt hij in de A-junioren van de voetbalclub DEV in Doorn.

3. Elke zaterdag gaat José naar het dierenasiel. Ze haalt daar een paar honden op en gaat uren met ze lopen. Als José terugkomt wordt ze door Bram, de beheerder, altijd getrakteerd op een broodje kroket.

a)

Jan, José en Bram werken; Davy werkt niet.

b)

Jan en Bram werken; Davy en José werken niet.

c)

José, Davy en Bram werken; Jan werkt niet.

d)

Jan werkt; José, Bram en Davy werken niet.