wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1K1 PW thema 6 thuis in je huis

Total questions: 30

Worksheet time: 3hrs 38mins

Name
Class
Date
1.

Elektriciteit kan gevaarlijke schokken geven.

a)

ja

b)

nee

2.

Een gezin bestaat uit ouders of verzorgers met

een of meer kinderen.

a)

ja

b)

nee

3.

Een consument is iemand die iets koopt.

a)

ja

b)

nee

4.

Bij schoonmaken haal je stof en onzichtbaar vuil weg.

a)

ja

b)

nee

5.

Linnen is van natuurlijke vezels gemaakt.

a)

ja

b)

nee

6.

Flessen met gevaarlijke schoonmaakmiddelen hebben een kindveilige dop.

a)

ja

b)

nee

7.

Sam krijgt een nieuwe broek van zijn moeder. Dit is een gezinsuitgave.

a)

ja

b)

nee

8.

Huisstofmijten houden van donker en vocht.

a)

ja

b)

nee

9.

Bekijk afbeelding 1. Dit schoonmaakmiddel is goed voor het milieu.

a)

ja

b)

nee

10.

Schoonmaakmiddelen zijn alleen gevaarlijk voor kinderen.

a)

ja

b)

nee

11.

Bontwasmiddelen gebruik je voor de gekleurde was.

a)

ja

b)

nee

12.

Jan schildert zijn huis met verf op terpentinebasis. Jan is milieubewust bezig.

a)

ja

b)

nee

13.

Katoen brandt snel.

a)

ja

b)

nee

14.

Een gezin van tien mensen of meer heet een grootfamilie.

a)

ja

b)

nee

15.

Hoe noem je de manier van samenleven van Derek en Rosanne?

a)

eenoudergezin

b)

latrelatie

c)

samengesteld gezin

d)

grootfamilie

16.

In afbeelding 2 zie je een test van bontwasmiddelen. Afbeelding 2 hoort bij de vragen 16 en 17.


Bekijk de rechterkolom. Daarin staat het

testoordeel. Er is een aantal wasmiddelen dat als testoordeel ‘goed’ krijgt.


Welk van deze ‘goede’ wasmiddelen is het goedkoopst per wasbeurt?

a)

C1000 S bont

b)

Edah color

c)

Hema color super compact

d)

Norma color

e)

Super color compact

17.

Bekijk de twee kolommen onder ‘milieu’. Je ziet dat alle verpakkingen van de wasmiddelen goed zijn voor het milieu. Maar hoe zit dat met het wasmiddel zelf?


Welke twee wasmiddelen zijn slecht voor hetmilieu?

a)

Amway SAB color

b)

Ariel color

c)

Color Reus compact

d)

Norma color

e)

Persil color gel

18.

Wat is rolgedrag?

a)

zorgen voor alles in het huishouden

b)

iemand thuis helpen

c)

doen wat van je verwacht wordt

19.

Jos koopt een iPad in de winkel. Thuis merkt hij dat het apparaat niet goed werkt. Het is een ondeugdelijk product. Hij gaat ermee naar de winkel waar hij de iPad heeft gekocht. Moet de verkoper in de winkel meteen het geld teruggeven aan Jos?

a)

Dat ligt aan de afspraken die op de kassabon staan.

b)

Ja, dit is het recht van degene die het product koopt.

c)

Nee, de verkoper mag eerst het product repareren of omruilen.

20.

Als je je kamer schoonmaakt, moet je een aantal dingen doen. Wat is de juiste volgorde?

a)

Ramen openzetten. Werk met een droge doek. Werk met een natte doek.

b)

Ramen openzetten. Werk met een natte doek. Werk met een droge doek.

c)

Werk met een droge doek. Ramen openzetten. Werk met een natte doek.

21.

Mieke koopt een nieuwe jas. Ze betaalt 50 euro. De winkeljuffrouw geeft haar de jas. Mieke groet en loopt de winkel uit. Wat is in dit voorbeeld een recht van Mieke?

a)

Mieke betaalt 50 euro.

b)

Mieke groet en loopt de winkel uit.

c)

Mieke krijgt de jas van de winkeljuffrouw.

22.

Mo en Jelle doen het spelletje ‘het verboden woord’. Mo moet aan Jelle een omschrijving van een woord geven zonder het woord te noemen.

Mo geeft de volgende omschrijving:

‘Deze dingen komen van een schaap. Ze kunnen crèmekleurig zijn, maar kunnen ook geverfd worden. Ze zijn heel sterk, maar kreuken wel snel.’

22 Welke soort vezel wordt bedoeld met de omschrijving van Mo?

a)

natuurlijke vezel

b)

synthetische vezel

23.

In afbeelding 3 zie je drie gevaarsymbolen. Schrijf de namen bij de nummers op je antwoordblad.

(a)  

24.

Femke heeft van haar gezin een overzicht gemaakt van de soorten uitgaven. In tabel 1 zie je de uitgaven van haar ouders, haarzelf en haar broer Pim.

Zijn het gezinsuitgaven of persoonlijke uitgaven?


tabel 1: Uitgave:

  • mobiel telefoonabonnement Pim
  • hypotheek van het huis
  • boodschappen bij de supermarkt
  • een nieuwe vaatwasser
  • cadeau voor Femkes vriendin Julia
  • voetbalkleding voor Pim


(a)  

25.

In de volgende tekst ontbreken woorden. Vul de juiste woorden in.

Kies uit:

  • CE-markering
  • gebruiksaanwijzing
  • veiligheidsvoorschriften.

Veilige apparaten herken je aan de …(1)…. Als je een apparaat veilig wilt gebruiken, moet je de …(2)… lezen en de …(3)… opvolgen.



(a)  

26.


De volgende tekst en afbeeldingen heb je nodig bij het beantwoorden van vraag 26 en 27.


Tegenwoordig wassen we met de wasmachine en een wasmiddel. Maar stel je voor dat je nu je kleding zou moeten wassen met een wasbord en een wringer. Dat heeft een aantal nadelen. Je kleding ruikt minder lekker, het is minder hygiënisch en de vlekken gaan er minder goed uit.

26 Welk ander nadeel heeft wassen met een wasbord en een wringer voor je kleding?



(a)  

27.

Gaat de tekst ‘Zand, zeep en soda’ over emancipatie of over rolgedrag? Leg je antwoord uit.

(a)  

28.

Wat is een voorbeeld van mantelzorg?

a)

Indra is verpleegkundige in een ziekenhuis.

b)

Lola doet de was voor haar oma die blind is.

c)

Vera helpt haar broertje met zijn huiswerk.

29.

Maira wil een nieuwe telefoon kopen. Ze twijfelt tussen drie modellen. De prijzen daarvan zie je in tabel 2. Maira verdient met haar bijbaantje € 80,– per maand. Ze heeft vier maanden gespaard.


29 Welke telefoon kan ze kopen zonder haar budget te overschrijden? Schrijf op hoe je dit hebt uitgerekend.

(a)  

30.

Kijk naar afbeelding 7. Je ziet christelijk gereformeerde mensen die naar de kerk gaan. In het geloof is rolgedrag heel belangrijk. Welk rolgedrag is dat en hoe kun je dat zien?

(a)