Worksheetsvoornaamwoorden
Total questions: 7
Worksheet time: 3mins
Weet jij wie straks de spullen op gaat halen?
wie = ?
betrekkelijk voornaamwoord
vragend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
Ze mag best wel laten weten wie er straks gaat winnen.
wie = ?
betrekkelijk voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
vragend voornaamwoord
Degene met wie wij op vakantie gaan, is hersteld van de griep.
wie = ?
betrekkelijk voornaamwoord
vragend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
We moesten allemaal een eigen device meebrengen, wat op zich niet zo'n probleem was.
wat = ?
vragend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
Je kunt wel alles negatief benoemen, maar daar word je niet vrolijk van.
alles = ?
vragend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
Dat apparaatje, waarmee je signalen kunt blokkeren, is verboden.
Dat = ?
aanwijzend voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
vragend voornaamwoord
Wanneer mag jij weer naar school?
Wanneer = ?
vragend voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
geen voornaamwoord
