Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H5 mavo 3 pincode

Total questions: 22

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat staat er in de Arbowet?

a)

Staan regels voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden

b)

Staan regels voor werk- en rusttijden

c)

Staan regels voor werktijden

d)

Staan regels of ze zich aan de regels houden

2.

Wat is een bedrijfstak?

a)

Een groep van bedrijven met dezelfde eigenaar

b)

Een groep van bedrijven die hetzelfde doen (bijv tuinbouw)

c)

Een groep van bedrijven die tegenwerken

d)

Een groep van bedrijven die samenwerken

3.

Het verschil tussen bruto- en nettoloon is ...?

a)

Nettoloon krijg je op je bankrekening

b)

Nettoloon is hetzelfde als brutoloon

c)

Brutoloon krijg je op je bankrekening

4.

Iedereen van 15 jaar en ouder heeft recht op het minimum(jeugd)loon

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Wat is een ondernemingsvorm?

a)

NV

b)

BV

c)

VOF

d)

Eenmanszaak

6.

Wie is er aansprakelijk bij een VOF?

a)

De werknemer

b)

Een van de eigenaren

c)

Alle eigenaren

7.

Een BV en NV zijn rechtspersonen

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Bij arbeidsverdeling doet iedereen waarin hij/zij goed is. Daardoor .....

a)

Kun je meer produceren

b)

Heb je vaak minder kosten

c)

Kun je meer winst maken

9.

Een organigram is ...

a)

Een gewicht

b)

Een overzicht van de structuur van een organisatie

c)

Een overzicht van ondernemingsvormen

d)

Een portret van de eigenaar van een bedrijf

10.

In de primaire sector zijn bedrijven bezig met ...?

a)

De natuur

b)

Zorg

c)

Industrie

d)

Overheid

11.

De quartaire sector gaat over ...?

a)

Landbouw

b)

Industrie

c)

Niet-commerciële dienstverlening

d)

Commerciële dienstverlening

12.

Waaruit bestaat de arbeidsmarkt?

a)

Vraag naar arbeid en aanbod van arbeid

b)

Vraag naar bedrijven en aanbod van bedrijven

c)

Vraag naar werknemers en aanbod van werkgevers

13.

Wanneer is er sprake van werkloosheid?

a)

Als de vraag naar arbeid groter is dan het aanbod van arbeid

b)

Als de vraag naar arbeid kleiner is dan het aanbod van arbeid

c)

Als je zwart werkt

14.

Werk in de formele sector, noem je ...

a)

Geel werk

b)

Grijs werk

c)

Zwart werk

d)

Wit werk

15.

Als je werkloos wordt, dan schrijf je je in bij het ...

a)

UVW

b)

UWV

c)

YUI

d)

HUTS

16.

Werklozen die staan ingeschreven bij het UWV, tellen mee in de geregistreerde werkloosheid.

a)

waar

b)

niet waar

17.

Conjuncturele werkloosheid ontstaat doordat ...

a)

Als koopkracht daalt, er minder vraag is naar goederen en diensten

b)

Er banen zijn die voorgoed verdwijnen

c)

Mensen tijd nodig hebben om een nieuwe baan te zoeken

d)

Bepaalde soorten werk niet elk seizoen kunnen worden uitgevoerd

18.

Bij welke sector horen kledingwinkels zoals; De Zara, Jack en Jones, etc.

a)

Primaire sector

b)

Secundaire sector

c)

Tertiaire sector

d)

Quartaire sector

19.

Je bent net afgestudeerd en hebt niet direct een baan. Welk soort werkloosheid is dit?

a)

Verborgen werkloosheid

b)

Frictie werkloosheid

c)

Geregistreerde werkloosheid

d)

Structurele werkloosheid

20.

De vraag naar arbeid komt van de ...

a)

Werkgevers

b)

Werknemers

c)

beroepsbevolking

d)

School

21.

Het aanbod van arbeid noem je ook wel de ...

a)

werkgelegenheid

b)

beroepsbevolking

c)

werkloosheid

d)

arbeidsmarkt

22.

Wat gebeurt er als het aanbod van arbeid groter is dan de vraag naar arbeid?

a)

Werkgelegenheid

b)

Werkloosheid

c)

Oorlog

d)

Arbeidsparticipatie