Font size
S
M
L
XL
WorksheetsGrammatik C Kapitel 5 Atheneum 3
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
Wat is de betekenis van müssen?
a)
moeten (kan niet anders)
b)
moeten (opdracht)
2.
Wat is de vertaling van sollen?
a)
Moeten (opdracht)
b)
Moeten (kan niet anders)
3.
Wat is het voltooid deelwoord van wollen?
(a)
4.
Wat is het voltooid deelwoord van wissen?
(a)
5.
Wat is het voltooid deelwoord van sollen
(a)
6.
Wat is het voltooid deelwoord van müssen?
(a)
7.
Vertaal: ik wilde
(a)
8.
Vertaal: zij wisten
(a)
9.
Vertaal: jij wilde
(a)
10.
Vertaal: jullie moesten (kan niet anders)
(a)
11.
Vertaal: wij moesten (een ander wil het)
(a)
12.
Vertaal: hij wist
(a)
13.
Vertaal: jij moest (kan niet anders)
(a)
14.
Vertaal en kies: Ich (a) auf die Toilette gehen (moeten)
15.
Vertaal: du (a) dich bei dem Direktor melden! ( moeten)
Reset
