wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

D-toets Ecologie en Evolutie

Total questions: 11

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een biotische factor in een sloot?

a)

Stroming

b)

Algendichtheid

c)

Temperatuur van het water

d)

Zoutgehalte

2.

De korenwolf (hamsterachtige) eet granen, het is een consument

a)

van de eerste orde en van het 1e trofisch niveau

b)

van de eerste orde en van het 2e trofisch niveau

c)

van de tweede orde en van het 2e trofisch niveau

d)

van de tweede orde en van het 3e trofisch niveau

3.

In een populatie korenwolven heeft 25% een licht vacht. Dit allel is recessief. Wat is de allelfrequentie van q? (Hardy-Weinberg)

a)

0,125

b)

0,25

c)

0,5

d)

0,75

4.

Waarom is het moeilijk te bepalen of bacteriën van dezelfde soort zijn?

a)

Ze lijken allemaal op elkaar

b)

Hun DNA is bijna gelijk

c)

Ze hebben allemaal een celwand van peptidoglycaan

d)

Ze planten zich ongeslachtelijke voort

5.

Welke afkorting staat voor de productie van de consumenten van de 1e orde - hun eigen dissimilatie

a)

BPP

b)

NPP

c)

BSP

d)

NSP

6.

Smal waterweegbree (Alisma gramineum) en slank waterweegbree (Alisma lanceolatum) zijn van de/hetzelfde

a)

ras

b)

soort

c)

geslacht

d)

familie

7.

Wat is allopatrische soortvorming?

a)

Als groepen van dezelfde soort van elkaar worden geïsoleerd door een rivier

b)

Als groepen van dezelfde soort van elkaar worden geïsoleerd door een verschillend dagritme

c)

Als groepen van dezelfde soort van elkaar worden geïsoleerd door verschillende baltsdansen

d)

Als groepen van dezelfde soort van elkaar worden geïsoleerd door een verschillend voedingspatroon

8.

Berkenbomen komen pas in een ecosysteem wanneer er voldoende hummus in de grond. Berken zijn dus een...

a)

pioniersoort

b)

climaxsoort

c)

hummusminnend soort

d)

profiteursoort

9.

Waarom komen er geen grote predatoren voor op kleine eilanden?

a)

De mens roeit deze vaak snel uit wanneer ze op een eiland komen

b)

Door evolutie passen dieren zich aan hun omgeving aan

c)

Grote dieren overleven vaak de overtocht naar een eiland niet

d)

Er is onvoldoende voedsel beschikbaar

10.

De zogenaamde 'mierenmoeder' is een slang die in mierennesten leeft. De slang heeft hierdoor een lekker warme plek om te rusten en jaagt ondertussen andere mierenetende slangen weg. Dit is een vorm van:

a)

Parasitisme

b)

Commensalisme

c)

Mutualisme

d)

Predatie

11.

Waardoor wordt de piramide van biomassa NIET kleiner per schakel?

a)

Afgestorven delen

b)

Predatie

c)

Dissimilatie

d)

Uitwerpselen