wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Katheteriseren

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet het ballonnetje dat aan het uiteinde van de katheter zit?

a)

Cuff

b)

Tuff

c)

Suff

d)

Duff

2.

Van wat voor een materiaal kan een katheter gemaakt zijn?

a)

siliconen

b)

Latex

c)

Beide antwoorden zijn goed

3.

Soms blijft er, ook na het plassen, urine achter in de blaas. Hoe heet dit?

a)

Diurese

b)

Residu

c)

Incontinentie

d)

Rest

4.

Wat is altijd een reden voor katheterisatie?

a)

Dwarslaesie

b)

Opvangen van urine

c)

Multiple sclerose

d)

Rust te geven aan operatiewonden.

5.

Wat betekent cystitis?

a)

blaasontsteking

b)

prostaatontsteking

c)

plasbuisontsteking

6.

Wat betekent intermitterend katheteriseren?

a)

Een verblijfscatheter inbrengen

b)

Meerdere malen per dag eenmalig katheteriseren

c)

Inbrengen van een katheter via de buikwand (operatie).

7.

Welke manier van katheteriseren geeft de minsten kans op infecties?

a)

Het inbrengen van een verblijfskatheter

b)

Intermitterend katheteriseren

8.

Wat is van groot belang bij het inbrengen van een verblijfscatheter?

a)

A-Septisch werken

b)

steriel werken

c)

schoon werken

9.

Welke manier van katheteriseren kan een zorgvrager zelf doen?

a)

Intermitterend katheteriseren

b)

Inbrengen verblijfskatheter

10.

Wat is een suprapubische katheter?

a)

Een katheter ingebracht in de urinebuis

b)

Een katheter via de buikwand (net boven schaambeen) naar de blaas

c)

Een eenmalige katheter

11.

Welke katheter raad je aan bij de zorgvrager die seksueel actief wil zijn?

a)

Een verblijfskathter

b)

Een suprapubiskatheter

12.

Een zorgvrager met een katheter geeft de volgende klachten aan; pijn bij plassen, koorts, bloed in de urine en rugpijn. Wat kan er aan de hand zijn?

a)

katheter zit niet goed?

b)

blaasontsteking

c)

prostaatontsteking

d)

verstopte katheter

13.

Wat is neerslag op een katheter?

a)

Urine, door een lekke katheter

b)

Afgestoten slijmvlies van de blaaswand op de katheter

c)

blaasspoelvloeistof op de katheter

14.

Welke zorgvrager met een katheter heeft de meeste kans op een blaasontsteking? De man of de vrouw?

a)

man

b)

vrouw

15.

Welke alternatieven kun je de incontinente zorgvrager aanbieden i.p.v. een katheter?

(a)  

16.

Noem een complicatie die kan optreden tijdens het inbrengen van een katheter.

(a)