Font size
WorksheetsOnregelmatige verba perfectum (2)
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Vandaag heb ik een cake (a) (bakken)
Hij heeft er niet veel van (a) (begrijpen)
De man is door het kleine hondje ...(bijten)
(a)
We hebben een heerlijke hamburger ...(eten)
(a)
Ze hebben samen een kop koffie ...op het terras (drinken)
(a)
Hij heeft altijd al veel geld ...(hebben)
(a)
Welke smaak ijs heb je (a) (kiezen)
De klimmer is tot de top ...(klimmen)
(a)
Ons kindje heeft vandaag voor het eerst ...(lachen)
(a)
Zonder jou had ik dat nooit (a) (kunnen)
Hier zijn uw sleutels. U heeft een prachtige auto...(kopen)
(a)
De man was bekaf en heeft de hele middag op de bank ...(liggen)
(a)
Wie heeft deze mooie tuin (a) (ontwerpen)
Jeetje wat een knal! Op wie heeft zij (a) (schieten)?
Waar bent u helemaal naartoe (a) (rijden)?
Hij heeft wel een uur hard (a) (lopen)
Ze is heel blij met het cadeau dat ze heeft ...(krijgen)
(a)
Bob heeft Niels enorm (a) (uitschelden)
Mijn moeder heeft al wel 3x (a) (roepen) dat we gaan eten.
Zijn vriendin heeft het uitgemaakt en nu is zijn hart ...(breken)
(a)
