wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

PW thema 6 zintuigen 3 kader

Total questions: 36

Worksheet time: 1hrs 12mins

Name
Class
Date
1.

Of je een geur lekker of vies vindt ruiken, is heel persoonlijk. Zo kan iemand een bepaald parfum heerlijk vinden, terwijl een ander datzelfde parfum juist helemaal niet lekker vindt.

Waar in het lichaam wordt bepaald of je een geur vies of lekker vindt ruiken?

a)

In het reukzintuig

b)

In de gevoelszenuw

c)

In de neusholte

d)

In de hersenen

2.

Welke volgorde is de juiste?

a)

Prikkel --> zintuig --> impuls --> zenuw --> hersenen --> impuls --> zenuw

b)

Zintuig --> prikkel --> impuls --> hersenen --> zenuw

c)

Prikkel -> impuls --> zenuw --> hersenen --> zenuw --> impuls

d)

Zintuig --> impuls --> hersenen --> zenuw --> impuls

3.

Welke onderdelen behoren tot het centraal zenuwstelsel?(er zijn meerdere antwoorden mogelijk).

a)

Ruggenmerg

b)

Kleine hersenen

c)

Zenuwen

d)

Grote hersenen

4.

Welk begrip hoort bij de volgende beschrijving: Een elektrisch signaal dat wordt afgegeven door zenuwcellen en wordt doorgegeven aan het zenuwstelsel.

a)

Hersenen

b)

Impuls

c)

Prikkel

d)

Zintuigcellen

5.

Temperatuur is de adequate prikkel voor de tastzintuigen.

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

De huid kent 3 lagen, nummer 3,4 en 5. Wat is de naam van nummer 3?

a)

lederhuid

b)

onderhuidsbindweefsel

c)

opperhuid

7.
Impulsen vanaf een zintuig gaan via
a)
gevoelszenuwcel
b)
schakelcel
c)
bewegingszenuwcel
d)
hersenstam
8.
Overdag kun je het beste kleuren zien met 
a)
Staafjes uit de blinde vlek
b)
kegeltjes uit de blinde vlek
c)
staafjes uit de gele vlek
d)
kegeltjes uit de gele vlek
9.

Wat doet de buis van Eustachius?

a)

Trommelvlies soepel houden

b)

luchttrillingen doorgeven

c)

luchtdruk gelijk houden

d)

oor schoonhouden

10.

Pietje woont naast een drukke weg. In het begin hoorde Pietje de auto's heel erg goed. Nu hoort hij de auto's nauwelijks nog. Dit komt omdat zijn gehoorzintuig minder impulsen stuurt naar de hersenen. Hoe heet dit proces?

a)

Motivatie

b)

Gewenning

c)

Alertheid

d)

wenreflex

11.

Traanvocht komt uit de ...A... en wordt afgevoerd door de ...B...?

a)

A = Traanbuizen & B = traanklieren

b)

A = Traanklieren & B = Traanbuizen

c)

A = Harde oogvlies & B = traanklieren

d)

A = Traanklieren & B = buis van Eustachius

12.

Als fel licht plots op je netvlies valt, dan...

a)

Spannen je kringspieren aan, waardoor je pupil kleiner wordt

b)

Ontspannen je kringspieren waardoor de pupil groter wordt

c)

Spannen je straalsgewijslopende spieren zich aan, waardoor de pupil kleiner wordt

d)

Spannen je straalsgewijslopende spieren zich aan, waardoor de pupil groter wordt.

13.

Voor het zien van dichtbij heb je een ... lens nodig

a)

Platte

b)

Bolle

14.

Het deel dat nummer 5 aanwijst is

a)

de oorschelp

b)

de gehoorgang

c)

de buis van Eustachius

d)

het evenwichtszintuig

15.
Het deel dat nummer 3 aanwijst is
a)
het slakkenhuis
b)
de oorzenuw
c)
de buis van Eustachius
d)
het evenwichtszintuig
16.

Welk nummer geeft impulsen door van het gehoorzintuig naar het centrale zenuwstelsel?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

17.
Omzetten van prikkels naar impulsen hoort bij nummer:
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
18.

Welk onderdeel van het oog is aangegeven met nummer 4 (geel).

a)

het hoornvlies

b)

het netvlies

c)

de gele vlek

d)

de ooglens

19.

Wat is aangegeven met nummer 11?

a)

het hoornvlies

b)

het netvlies

c)

de pupil

d)

de ooglens

20.

Welk onderdeel van het oog is aangegeven met nummer 8?

a)

het hoornvlies

b)

het netvlies

c)

de gele vlek

d)

de ooglens

21.
Nummer 7 is
a)
de oogzenuw
b)
het netvlies
c)
de blinde vlek
d)
het vaatvlies
22.
Nummer 6 is
a)
de oogzenuw
b)
de gele vlek
c)
de blinde vlek
d)
het vaatvlies
23.
Voedingsstoffen en zuurstof naar het oog brengen hoort bij
a)
nummer 3
b)
nummer 6
c)
nummer 5
d)
nummer 8
24.
"dit deel zorgt dat er een scherp beeld op het netvlies komt" hoort bij
a)
nummer 3
b)
nummer 6
c)
nummer 5
d)
nummer 8
25.
"hiermee kan de oogbol bewegen" hoort bij
a)
nummer 1
b)
nummer 6
c)
nummer 5
d)
nummer 8
26.
Welke letter geeft een prikkel aan in de afbeelding?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
27.

Bij welk zintuig hoort deze afbeelding?

a)

Gehoor-zintuig

b)

Gezichts-zintuig

c)

Reuk-zintuig

d)

Smaak-zintuig

28.

Waarom worden voor het opspeuren van drugs op een vliegveld honden ingezet?

a)

Bij honden is de drempelwaarde voor geur lager dan bij mensen.

b)

Bij honden is de drempelwaarde voor geur hoger van bij mensen.

29.

bij welk nummer in de afbeelding wordt er een voorwerp van dichtbij bekeken?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

dat is in deze afbeelding niet te zien

30.

bij welke van de ogen zou het waarschijnlijk donker zijn?

a)

oog 1

b)

oog 2

c)

bij beide

31.

welk onderdeel wordt er als eerst bereikt wanneer de trilling van de lucht je gehoorgang binnen is gekomen?

a)

gehoorbeentjes

b)

trommelvlies

c)

slakkenhuis

d)

venster

32.

Welk onderdeel is aangegeven met letter D?

a)

Ruggenmerg

b)

Hersenstam

c)

Kleine hersenen

d)

Ruggengraat

33.

Met welk nummer is het tastzintuig aangegeven en met welk nummer de drukzintuig?

a)

tastzintuig = 2 drukzintuig = 5

b)

tastzintuig = 5 drukzintuig = 2

34.

Bekijk de afbeelding. Waar of niet waar?

De letter S geeft de blinde vlek weer.

a)

Juist

b)

Onjuist

35.

Wat is accomoderen?

a)

Het groter en kleiner worden van de pupil

b)

Het boller en platter worden van de lens

c)

Het groter en kleiner worden van de iris

d)

Het korter en langer worden van de afstand tussen de lens en het netvlies

36.

Iemand zit in de volle zon een boek te lezen.

Welke figuur in de afbeelding geeft voor deze omstandigheden zowel de lensvorm als de pupilgrootte juist weer?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4