wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde

Total questions: 10

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Hij schijnt met die zaklantaarn in donkere steeg. Wat is gezegde?

a)

wwg-schijnt

b)

wwg=schijnt met zaklantaarn

c)

nwg=schijnt

d)

nwg=schijnt met zaklantaarn

2.
Welke uitspraak is juist?
a)
Het naamwoordelijk gezegde bestaat altijd uit een koppelwerk en een naamwoord
b)
Het naamwoordelijk gezegde bestaat altijd uit een koppelwerkwoord en een naamwoord en soms ook uit een hulpwerkwoord.
c)
Het naamwoordelijk gezegde bestaat altijd uit een koppelwerkwoord, een hulpwerkwoord en een naamwoord.
3.
Welke uitspraak is juist?
a)
De werkwoorden 'zijn', 'hebben' en 'blijven' zijn koppelwerkwoorden
b)
De werkwoorden 'zijn', 'worden', 'blijven' zijn altijd koppelwerkwoorden
c)
De werkwoorden 'zijn', 'worden' en 'blijven' zijn soms koppelwerkwoorden, soms hulpwerkwoord of zelfstandig werkwoord 
4.

Heeft de volgende zin een naamwoordelijk gezegde? -

Na het maken van zijn eerste en enige doelpunt ooit werd Freddy gretig besprongen door zijn teamgenoten.

a)

Nee, werkwoordelijk gezegde

b)

Ja, 'werd besprongen'

c)

Ja, 'werd gretig besprongen'

5.

Heeft deze zin een werkwoordelijk of een naamwoordelijk gezegde?

Waar komen we vandaan?

a)

WWG

b)

NWG

6.

Heeft deze zin een werkwoordelijk of een naamwoordelijk gezegde?

De bezoeker lijkt wel een reiziger in de tijd.

a)

WWG

b)

NWG

7.

Heeft deze zin een werkwoordelijk of een naamwoordelijk gezegde?

Iedereen zal er over blijven schrijven.

a)

WWG

b)

NWG

8.

De voetballers zijn eindelijk wereldkampioen geworden. Wat is gezegde?

a)

wwg=zijn geworden

b)

wwg=zijn

c)

nwg=zijn geworden

d)

nwg=zijn wereldkampioen geworden

9.

Dat terras is een stuk groter geworden. Wat is gezegde?

a)

wwg=is

b)

wwg=is geworden

c)

nwg=is geworden

d)

nwg=is een stuk groter geworden

10.

Waar of niet waar? Een werkwoordelijk gezegde geeft een rust aan en een naamwoordelijk gezegde geeft een actie aan.

a)

Waar

b)

Niet waar