WorksheetsStofwisseling en verbranding
Total questions: 10
Worksheet time: 7mins
Name
Class
Date
1.
Welke 2 stoffen komen altijd vrij bij de verbranding van een kaars?
a)
zuurstof en water
b)
kaarsvet en koolstofdioxide
c)
water en koolstofdioxide
d)
water en zuurstof
water en kaarsvet
water en kaarsvet
2.
Ontstaat koolstofdioxide bij fotosynthese?
a)
Ja
b)
Nee
3.
Nemen de huidmondjes vooral water op voor de fotosynthese?
a)
Ja
b)
Nee
4.
Vindt er 's nachts verbranding plaats in organismen?
a)
Ja
b)
nee
5.
Planten doen niet aan stofwisseling.
a)
juist
b)
onjuist
6.
Vul het ontbrekende woord in:
Voor verbranding in een lichaamscel is glucose nodig en (a)
7.
Bij verbranding in een lichaamscel ontstaat:
water + (a) + energie
8.
Hoe groter de inspanning hoe ... verbranding er plaatsvindt.
a)
minder
b)
meer
9.
Bij grotere inspanning...
a)
... moeten organen zoals het hart en de longen harder werken.
b)
... vind er minder verbranding plaats.
c)
.... vind er geen stofwisseling plaats.
d)
.... wordt er minder zuurstof gebruikt.
10.
Afbraak van glucose gebeurt in een gedeelte van je lichaamcel dat heet:
(a)
100 %
