wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H1 - Jagers en boeren

Total questions: 58

Worksheet time: 58mins

Name
Class
Date
1.

Tot welk jaar duurde het tijdvak van dit hoofdstuk?

a)

tot 10.000 v. Chr.

b)

tot 5.000 v. Chr.

c)

tot 3.000 v. Chr.

d)

tot 3.500 v. Chr.

2.

Wat is géén middel van bestaan van de eerste mensen?

a)

jagen

b)

verzamelen

c)

vissen

d)

landbouw

3.

Wat hoort niet bij jager-verzamelaars?

a)

nomaden

b)

grotschilderingen

c)

veel bezit

d)

kleine groepen

4.

Wat zie je op de afbeelding?

a)

akkerbouw

b)

veeteelt

c)

irrigatielandbouw

d)

landbouwrevolutie

5.

Wat is géén gevolg van landbouwoverschot?

a)

beroepen en specialisaties

b)

verschil tussen arm en rijk

c)

opslag in potten van aardewerk

d)

klimaatsverandering

6.

Wat is een gevolg van de irrigatielandbouw in Egypte?

a)

klimaatsverandering

b)

landbouwrevolutie

c)

landbouwoverschot

d)

middelen van bestaan

7.

Wat hoort niet bij boeren?

a)

nomaden

b)

hunebed

c)

sjadoef

d)

aardewerken potten

8.

Zet in de juiste volgorde:

A. Landbouwoverschot

B. Landbouwrevolutie

C. Meer verschil tussen arm en rijk

D. Opslag in potten van aardewerk

a)

A - B - C - D

b)

B - A - C - D

c)

A - B - D - C

d)

B - A - D - C

9.

Wat zie je op de afbeelding?

a)

akkerbouw

b)

veeteelt

c)

irrigatielandbouw

d)

landbouwrevolutie

10.

periode en tijdvak, welke zin is juist?

a)

In de periode Steentijd valt het tijdvak jagers en verzamelaars

b)

in de periode Prehistorie valt het tijdvan jagers en verzamelaars

c)

in het tijdvak Prehistorie valt de periode Jagers en Boeren

d)

In de periode Prehistorie valt het tijdvak Jagers en Boeren

11.

Jaartelling, welke zin is juist?

a)

we tellen de jaren volgens de christelijke jaartelling

b)

we gebruiken de Joodse en Christelijke jaartelling

c)

tot Christus gebruiken we de Joodse, daarna de christelijke

d)

we hebben geen jaartelling mee, maar leven in 2018

12.

Neolithische Revolutie is

a)

overgang van jagen naar boeren

b)

overgang van jagen naar verzamelen

c)

overgang van boeren naar jagers

d)

overgang van boerderij naar tenten en grotten

13.

welke zin past wel bij de eerste stedelijke gemeenschappen?

a)

er was nog geen geld, alles ging met ruilen

b)

de koning was meestal de baas over tien steden

c)

elke stad had tenminste drie tempels

d)

stadsmuren waren niet nodig, want oorlog bestond nog niet

14.
Een eeuw is een periode van...
a)
10 jaar
b)
100 jaar
c)
1000 jaar
15.
juist of onjuist: jagers en verzamelaars hadden geen vaste woonplaats
a)
juist
b)
onjuist
16.
Juist of onjuist: wij weten nu dingen over het leven van jagers en boeren, omdat ze dat opgeschreven hebben
a)
juist
b)
onjuist
17.
Juist of onjuist: de landbouwrevolutie ging erg snel
a)
juist
b)
onjuist
18.

Waar ontstond de eerste landbouw?

a)

In de vruchtbare halve maan in het Midden-Oosten

b)

In de vruchtbare halve maar in Afrika

c)

In de vruchtbare halve zon in Egypte

d)

In de vruchtbare ster in het Midden-Oosten

19.

Wat is een gevolg van het ontstaan van de landbouw? er zijn twee antwoorden juist

a)

Mensen gingen op vaste plaatsen wonen

b)

Er ontstonden machtsverschillen tussen mensen

c)

Mensen gingen meer jagen

d)

Mensen bouwden boerderijen die gemakkelijk verplaatst konden worden

20.
In de ijstijd
a)
bestond het schrift al
b)
lag Nederland onder een laag ijs
c)
trokken de mensen van Europa naar Afrika
d)
was het klimaat in Afrika en het Midden-Oosten heel aangenaam
21.
Wat is nijverheid?
a)
Is dat boeren hun producten naar de handelssteden brachten.
b)
Is dat mensen met grondstoffen een product maken.
c)
Is dat men nieuwe producten ontwikkeld
22.
Wat was het middel van bestaan van jagers en verzamelaars?
a)
jagen en voedsel verbouwen
b)
jagen en vissen
c)
voedsel verzamelen
d)
jagen, vissen en voedsel verzamelen
23.
Hieronder staan vier bronnen. Welke is een ongeschreven bron uit de tijd van jagers en verzamelaars?
a)
Dagboek
b)
Stenen pijlpunt
c)
Stalen kogel
24.
een archeoloog is iemand die
a)
alles wat leeft bestudeert
b)
het verleden onderzoekt door proefnemingen
c)
het denken en het doen van een groep mensen bestudeert
d)
opgravingen doet en die bestudeert
25.
met prehistorie bedoelen we de tijd
a)
waarin mensen niet konden schrijven
b)
waarin niet over mensen geschreven werd
c)
waarvan geen geschreven berichtenzijn
d)
waarover geen geschreven berichten zijn
26.
als iets niet of nauwelijks verandert, noem je dat
a)
decennium
b)
continuïteit
c)
sporen
d)
evolutietheorie
27.
Welk zin is goed? de geschiedenis  
a)
wordt opgedeeld in 6 perioden
b)
wordt opgedeeld in 10 eeuwen
c)
wordt opgedeeld in 100 decenniums of decennia
d)
wordt opgedeeld in 10 tijdvakken
28.
als je het verleden onderzoekt door middel van proefnemingen, ben je bezig met
a)
historische archeologie
b)
experimentele archeologie
c)
etnische archeologie
d)
evolutionele archeologie
29.

een tempel is

a)

het lichaam van een rijke dode

b)

het gebouw waar een god wordt vereerd

c)

een geschenk aan de goden

d)

de boodschapper van de goden

30.

het bestuur is

a)

de manier waarop in een land wetten worden gemaakt

b)

geld betalen aan de regering

c)

iemand die voor de leiders van zijn land werkt

d)

een boek met spreuken voor in het dodenrijk

31.

een mummie is

a)

een gebouw waar een god wordt vereerd

b)

het lichaam van een rijke dode

c)

een geschenk aan de goden

d)

een boodschapper van de goden

32.

een piramide is en

a)

graf voor de koning

b)

driehoek van stenen

c)

zeldzame plant uit Egypte

d)

paleis van de koning

33.

een farao is een

a)

kok

b)

koning

c)

handelaar

d)

misdadiger

34.

de Nijl regelde hun leven, want

a)

je kon daar fijn zwemmen

b)

het water overstroomde regelmatig het land

c)

de rivier was vrij smal

d)

het water kon daar door de warmte niet bevriezen

35.

voedseloverschot is

a)

meer voedsel hebben dan je zelf op kunt eten

b)

gratis voedsel voor arme mensen

c)

bedorven voedsel

d)

te weinig te eten hebben

36.

irrigatie is

a)

je ergeren aan anderen

b)

akkers beschermen tegen de zon

c)

de waterstand van de Nijl controleren

d)

water over land laten lopen

37.

het dodenboek is

a)

de manier waarop in een land wetten worden gemaakt

b)

geld betalen aan de regering

c)

iemand die voor de leiders van zijn land werkt

d)

een boek met spreuken voor in het dodenrijk

38.

belasting is

a)

de manier waarop in een land wetten worden gemaakt

b)

iemand die te lang op het toilet zit

c)

geld betalen aan de regering

d)

een dier dat veel te zwaar is

39.
Dat het met Egypte vaak zo goed ging had alles te maken met
a)
landbouwoverschotten
b)
sterke farao's
c)
veroveringen
d)
het geloof
40.
Wat voor samenleving ontstond er in het Oude Egypte?
a)
landbouwsamenleving
b)
landbouwstedelijke samenleving
c)
stedelijke samenleving
41.
Tot welk jaartal loopt in theorie de prehistorie?
a)
2000 v. Chr.
b)
3000 v. Chr.
c)
1500 v. Chr.
d)
1000 v Chr.
42.

Welk woord hoort niet bij jagers & verzamelaars?

a)

Nomaden

b)

Kunst

c)

Graan

d)

Wapens

43.

"Rond 5000 v. Chr. ontstond de eerste landbouw in Nederland"


Wat weet je hierdoor zeker?

a)

Vanaf 5000 v. Chr. begonnen Jagers & Verzamelaars in Nederland plaats te maken voor Boeren

b)

Rond 5000 v. Chr. onstonden er steden in Nederland

c)

De prehistorie hield rond 5000 v. Chr. op in Nederland

d)

In 5000 v. Chr. waren er al Hunebedden in Nederland

44.

Jaartelling, welke zin is juist?

a)

we tellen de jaren volgens de christelijke jaartelling

b)

we gebruiken de Joodse en Christelijke jaartelling

c)

tot Christus gebruiken we de Joodse, daarna de christelijke

d)

we hebben geen jaartelling mee, maar leven in 2018

45.

De landbouw is vergroting van de opbrengst mogelijk maakt, heet

a)

irritatie-landbouw

b)

infiltratie-landbouw

c)

illegale landbouw

d)

irrigatie-landbouw

46.

Wij leven in de ...

a)

Moderne tijd

b)

Nieuwe tijd

c)

Middeleeuwen

d)

Prehistorie

47.

Arjen is geboren in 67 v.C. Hij is 47 jaar. In welk jaar leeft Arjen?

a)

20 v.C.

b)

20

c)

114

d)

114 v.C.

48.

Wat is geen prehistorische bron?

a)

Vuistbijl

b)

Vruchtbaarheidsbeeldje

c)

Grottekeningen

d)

Dagboek

49.

1. Mijn band is lek

2. Ik moet lopen

a)

1 is de oorzaak en 2 is het gevolg

b)

2 is de oorzaak en 1 is het gevolg

50.

1. Ik heb goed geleerd voor het proefwerk

2. Ik haal een mooi cijfer

a)

1 is de oorzaak en 2 is het gevolg

b)

2 is de oorzaak en 1 is het gevolg

51.

1. Ik vraag verkering

2. Ik ben verliefd

a)

1 is de oorzaak en 2 is het gevolg

b)

2 is de oorzaak en 1 is het gevolg

52.

1. Ik vier een feest

2. Ik ben jarig

a)

1 is de oorzaak en 2 is het gevolg

b)

2 is de oorzaak en 1 is het gevolg

53.

Hoe noemen we een verhaal over het ontstaan van de wereld?

a)

Ontstaansverhaal

b)

De Bijbel

c)

Scheppingsverhaal

d)

Big Bang

54.
Met welk jaar begint de tijd van steden en staten?
a)
500
b)
1000
c)
1500
d)
1600
55.
De tijd van Wereldoorlogen begint in 1950.
a)
goed
b)
fout
56.
Wij leven nu in de tijd van het afgebeelde tijdvak.
a)
goed
b)
fout
57.

1.Vrouwen zochten vruchten en noten.

2.Gereedschap werd gemaakt van botten en steen.

a)

1 is waar en 2 is niet waar.

b)

1 en 2 zijn beide waar.

c)

1 is niet waar en 2 is waar.

d)

1 en 2 zijn beide niet waar.

58.

Op een plek in de grond vinden ze diep in de grond werktuigen van boeren. Iets minder diep vinden ze ook wapens. Wat is waar?

a)

Hier woonden de eerste boeren , later woonden hier jagers.

b)

Hier werkten boeren ,laten vochten ze met andere boeren.

c)

hier vochten boeren. Later gingen ze er werken.