wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Organen en cellen

Total questions: 34

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Welk orgaanstelsel zie je op de afbeelding?

a)

ademhalingsstelsel

b)

verteringsstelsel

c)

bloedvatenstelsel

d)

zenuwstelsel

2.

Welk orgaanstelsel zie je op de afbeelding?

a)

ademhalingsstelsel

b)

verteringsstelsel

c)

bloedvatenstelsel

d)

spierstelsel

3.

Welk orgaanstelsels zie je op de afbeelding?

a)

ademhalingsstelsel

b)

verteringsstelsel

c)

spierstelsel

d)

beenderstelsel

4.

Welk orgaanstelsel zie je op de afbeelding?

a)

beenderstelsel

b)

spierstelsel

c)

zenuwstelsel

d)

bloedvatenstelsel

5.

Welk orgaan scheidt de borstholte van de buikholte?

(a)  

6.

Wat is de functie van het hart?

a)

De functie van het hart is het pompen van bloed in je lichaam

b)

De functie van het hart is het reinigen van bloed in je lichaam

c)

De functie van het hart is het maken van bloed in je lichaam

7.

Hoe heet een groep organen die samenwerken?

(a)  

8.

Een weefsel is een groep cellen met dezelfde vorm en functie.

a)

juist

b)

onjuist

9.

Wat is tussencelstof?

a)

Een stof die tussen de cellen van een weefsel zit.

b)

Een stof die tussen de weefsels zit.

10.

Welke soort weefsel zie je op de afbeelding?

a)

beenweefsel

b)

zenuwweefsel

c)

kraakbeenweefsel

d)

spierweefsel

11.

Aan welk onderdeel pak je een microscoop vast?

(a)  

12.

wat is de functie van een celkern?

a)

Regelt alles wat er in de cel gebeurd

b)

Regelt alles in het lichaam

c)

Regelt alleen wat het celmembraan doet

d)

Regelt alleen wat het cytoplasma doet

13.

In welke cel zit een celwand?

a)

Dierlijke cel

b)

Planten cel

14.

Wat is de functie van een celwand?

(a)  

15.

Hoe heet de stroperige stof die in een cel zit?

a)

celmembraan

b)

kern

c)

cytoplasma

d)

vacuole

16.

Is de afbeelding een cel van een dier of van een plant?

(a)  

17.

Hoe heet het proces dat hier plaats vind?

(a)  

18.

Waar in de cel bevinden zich chromosomen?

a)

celwand

b)

celkern

c)

celmembraan

d)

cytoplasma

19.

Hoeveel chromosomen hebben mensen in elke cel?

(a)  

20.

Welke cel bevat bladgroenkorrels?

a)

Dierlijke cel

b)

Plantaardige cel

c)

Geen van beide

d)

Allebei

21.

Welk orgaan wordt aangewezen door de letter B?

a)

Luchtpijp

b)

Slokdarm

c)

Dunne darm

d)

Dikke darm

22.

Welk orgaan wordt aangewezen door de letter C?

a)

Lever

b)

Alvleesklier

c)

Maag

d)

Galblaas

23.

Welk orgaan wordt aangewezen door de letter L?

a)

Lever

b)

Maag

c)

Alvleesklier

d)

Dikke darm

24.

Welk orgaan wordt aangewezen door nummer 5 ?

a)

Nieren

b)

Longen

c)

Dikke darm

d)

Lever

25.

Ligt het hart in de borstholte of buikholte?

a)

Buikholte

b)

Borstholte

c)

allebei

26.

Ligt de maag in de borstholte of in de buikholte?

a)

Buikholte

b)

Borstholte

27.

Wat wordt er aangewezen door de letter C?

a)

Maag

b)

Lever

c)

Nier

d)

Slokdarm

28.

Wat wordt er aangewezen door de letter H?

a)

Aorta

b)

Holle ader

c)

Slokdarm

d)

Dikke darm

29.

Cellen kun je onder een loep bekijken

a)

Juist

b)

Onjuist

30.

Kalk in botten ligt tussen de beencellen

a)

Juist

b)

Onjuist

31.

Een orgaan bestaat uit één weefsel

a)

Juist

b)

Onjuist

32.

Welk orgaanstelsel zie je op de afbeelding

a)

Beenderstelsel

b)

Spierstelsel

c)

zenuwstelsel

d)

Bloedvatenstelsel

33.

Welk orgaanstelsel zie je op de afbeelding?

a)

Spierstelsel

b)

Ademhalingsstelsel

c)

verteringsstelsel

d)

Zenuwstelsel

34.

Welk orgaanstelsel zie je op de afbeelding?

a)

Spierstelsel

b)

Ademhalingsstelsel

c)

Beenderstelsel

d)

Zenuwstelsel