Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal - B1 Les 1 (WS) - Tegenstellingen

Total questions: 14

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent: De uitslag van de lotto trekking is definitief.

a)

De uitslag kan nog veranderen.

b)

De uitslag kan niet meer veranderen.

c)

De uitslag is onbetrouwbaar.

d)

De uitslag volgt later.

2.

Wat betekent: Je koopt deze computer inclusief 5 jaar garantie.

a)

Je krijgt er wel 5 jaar garantie bij.

b)

Je krijgt er geen 5 jaar garantie bij.

3.

Wat is het tegenovergestelde van stabiel?

a)

Incidenteel

b)

Inclusief

c)

Objectief

d)

Instabiel

4.

Wat betekent: De journalist geeft tijdens zijn verslag op televisie alleen feiten.

a)

De journalist is objectief.

b)

De journalist is subjectief.

5.

Welke woorden omschrijven het woord "frequent" het beste?

a)

Regelmatig, Soms

b)

Onregelmatig, Vaak

c)

Regelmatig, Vaak

d)

Onregelmatig, Soms

6.

Wat betekent "anderzijds"?

a)

Anders bekeken.

b)

Aan de overkant.

c)

Iets verandert niet meer.

d)

Niet erbij inbegrepen.

7.

Wat betekent: In theorie weet Joost hoe hij een vlieger moet maken, maar in de praktijk niet.

a)

Joost weet het moet en hij kan het ook.

b)

Joost weet niet hoe het moet, en hij kan het ook (nog) niet.

c)

Joost weet hoe het moet, maar kan het (nog) niet.

d)

Joost weet niet hoe het moet, maar hij kan het wel.

8.

Welk woord past bij de volgende omschrijving:

Soms, af en toe, niet regelmatig.

a)

Inclusief

b)

Exclusief

c)

Frequent

d)

Incidenteel

9.

Wat betekent: Jette heeft met een permanente stift een streep op haar t-shirt getekend.

a)

De inkt van de stift is makkelijk te verwijderen.

b)

De inkt van de stift is niet meer te verwijderen.

c)

De inkt van de stift is nog nat.

10.

Welk woord past bij de volgende omschrijving:

Zonder, niet erbij inbegrepen.

a)

Extern

b)

Exclusief

c)

Extra

d)

Exit

11.

Wat betekent: Dat bureau staat stabiel.

a)

Staat stevig.

b)

Staat niet stevig.

c)

Staat scheef.

d)

Staat niet scheef.

12.

Wat is iemand wanneer hij/zij uitgaat van zijn/haar eigen gevoel en mening?

a)

Objectief

b)

Subjectief

c)

Frequent

d)

Incidenteel

13.

Wat is het tegenovergestelde van:

Incidenteel

a)

Exclusief

b)

Frequent

c)

Tijdelijk

d)

Instabiel

14.

Wat is het tegenovergestelde van:

Permanent

a)

Tijdelijk

b)

Subjectief

c)

Incidenteel

d)

Frequent