wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands spelling klas 2

Total questions: 34

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Typ het volgende woord correct gespeld: phieloosoov

(a)  

2.

Typ het volgende woord correct gespeld: hierrargie

(a)  

3.

Typ het volgende woord correct gespeld: simpattiek

(a)  

4.

Welk woord is juist gespeld?

a)

execuutie

b)

exsecutie

c)

executie

d)

excecutie

5.

Welk woord is juist gespeld?

a)

etiemolochie

b)

etiemologie

c)

etymologi

d)

etymologie

6.

Welk woord is juist gespeld?

a)

kanon

b)

canon

7.

Welk woord is juist gespeld?

a)

accesoires

b)

acesoires

c)

assecoires

d)

accessoires

8.

Kies de juiste spelling

a)

caféeigenaar

b)

café-eigenaar

c)

cafee-eigenaar

d)

café eigenaar

9.

Schrijf de woorden zo mogelijk aan elkaar. Laat weg wat je mag weglaten en plaats zo nodig een weglatingsstreepje: plantaardige olie en olijf olie

(a)  

10.

Schrijf de woorden zo mogelijk aan elkaar. Laat weg wat je weg mag laten en plaats zo nodig een weglatingsstreepje: keel arts, neus arts en oor arts

(a)  

11.

Noteer de juiste vorm van de pvtt: Natuurlijk [… ] (raden) ik nooit wat voor cijfer je voor je toets geschiedenis had.

(a)  

12.

Noteer de juiste vorm van de pvtt: De illusionist […] (bevrijden) zichzelf uit een schijnbaar onmogelijke situatie.

(a)  

13.

Vul de juiste vorm van de pvtt in: Wat […] (kleden) je je toch altijd goed!

(a)  

14.

Vul de juiste vorm in van de pvtt: De ambulance […] (spoeden) zich naar de plaats des onheils, waar de broeder snel een gewonde […] (verbinden).

a)

spoedt verbindt

b)

spoed verbindt

c)

spoedt verbind

d)

spoed verbind

15.

Noteer de woorden aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken: koffie + automaat

(a)  

16.

Noteer de woorden aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken: 50 + jarige

(a)  

17.

Noteer de woorden aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken: non + fictie

(a)  

18.

Noteer de woorden aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken: nek aan nek race

(a)  

19.

Noteer de woorden zo mogelijk aan elkaar. Laat weg wat je mag weglaten en plaats zo nodig een weglatingsstreepje: korte afstands lopers en lange afstands lopers

(a)  

20.

Welke uitspraak is waar?

A Als een Engels werkwoord eindigt op een dubbele medeklinker, schrijven we de stam altijd met een enkele medeklinker.

B De stam van een Engels werkwoord maak je door -en of -n van het werkwoord af te halen.

C Engelse werkwoorden vervoeg je anders dan Nederlandse zwakke werkwoorden.

a)

A

b)

B

c)

C

21.

Noteer de juiste werkwoordsvorm van het werkwoord vloggen.

2 Hij […] vandaag.

(a)  

22.

Noteer de juiste werkwoordsvorm van het werkwoord vloggen. Wij […] gisteren.

(a)  

23.

Noteer de juiste werkwoordsvorm van het werkwoord vloggen. Zij hebben […].

(a)  

24.

Noteer de juiste werkwoordsvorm: (carpoolen) Tijdens zijn vorige baan [… ] hij elke dag.

(a)  

25.

Noteer de juiste werkwoordsvorm: Vanaf volgende week […] (copywriten) hij bij dat bekende reclamebureau.

(a)  

26.

Noteer de juiste werkwoordsvorm: (darten) Wist je dat hij vroeger op hoog niveau […]?

(a)  

27.

Vul de juiste vorm in: (displayen) In die vitrine worden de mooiste exemplaren […].

(a)  

28.

Wat is de juiste spelling?

a)

layout

b)

lay-out

29.

Wat is de juiste spelling?

a)

étui

b)

etui

30.

Wat is de juiste spelling?

a)

secondopinion

b)

second opinion

c)

second-opinion

31.

Wat is de juiste spelling?

a)

privé

b)

prive

32.

1 Welke bewering is juist?

A) Als bij twee zelfstandige, samenhangende zinnen, de tweede zin een toelichting vormt bij de eerste zin, verbind je de zinnen met een dubbele punt.

B) Na woorden als terwijl, voordat, want en zodra plaats een komma.

C) Tussen twee persoonsvormen plaats je een komma.

D) Voor of komt altijd een komma.

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

33.

Neem de zin over en plaats hoofdletters en leestekens:

de afgelopen jaren is de koopkracht nauwelijks gestegen zou de koopkracht onder het nieuwe kabinet wel verbeteren

(a)  

34.

Herschrijf de zin door een komma te plaatsen waardoor de betekenis van de zin verandert.

Ivar was aardig sportief en eerlijk.

(a)